ECN publicatie: facebook
Titel:
Development of emission testing values to assess sustainable landfill management on pilot landfills: Phase 2: Proposals for testing values
 
Auteur(s):
Brand, E.; Nijs, T. de; Claessens, J.W.; Dijkstra, J.J.; comans, R.N.J.; Lieste, R.
 
Gepubliceerd door: Publicatie datum:
ECN Environment & Energy Engineering 23-9-2014
 
ECN publicatienummer: Publicatie type:
ECN-E--14-037 ECN rapport
 
Aantal pagina's: Volledige tekst:
173 Download PDF  (3980kB)

Samenvatting:
Sinds de jaren negentig wordt internationaal onderzoek verricht naar ‘duurzaam stortbeheer’. Het idee hierachter is dat de bron, de stortplaats zelf, schoner wordt, zodat er minder verontreinigingen uit de stortplaatsen kunnen weg lekken. Op deze manier worden de bodem en het nabijgelegen grondwater beschermd. Tot nu toe zijn er nog geen technieken beschikbaar waarvan het effect op grote schaal bewezen is. In dat verband heeft het RIVM, in samenwerking met Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), onderzoek gedaan voor drie vuilstortlocaties in Nederland. Voor deze locaties zijn ‘emissietoetswaarden’ afgeleid, waarmee kan worden vastgesteld hoeveel schadelijke stoffen er maximaal in het water afkomstig van de stortplaats mag zitten. Bij duurzaam stortbeheer wordt het afval geïnfiltreerd met water en lucht. Hierdoor treden er processen op die stimuleren dat de verontreinigingen in de stortplaats worden afgebroken of zich binden aan stoffen in het afval. Na een proefperiode van tien jaar zouden de nog aanwezige concentraties in de stortplaats lager moeten zijn. Het gaat om concentraties van organische stoffen (zoals PAK’s), anorganische stoffen (zoals metalen) en ‘macro-parameters’ als nitraat, fosfaat en chloride. Het ‘vertrekpunt’ bij de berekening van de emissietoetswaarden zijn de maximaal toegestane concentraties van verontreinigende stoffen in het grondwater en oppervlaktewater dat zich naast de stortplaatsen bevindt. Vandaaruit zijn deze concentraties omgerekend naar de hoeveelheden die het water dat afkomstig is van de stortplaats (percolaat) zou mogen bevatten. Hierbij is rekening gehouden met de mate waarin stoffen in het grond- en oppervlaktewater worden verdund, door bijvoorbeeld regenwater of nabijgelegen grondwater. Ook kunnen stoffen zich binden aan bodemdeeltjes. Het huidige beleid voor het beheer van stortplaatsen is erop gericht om verontreinigingen in het afval volledig water- en luchtdicht in te pakken (zowel aan de boven- als aan de onderkant). Op deze manier is het risico zo klein mogelijk gemaakt dat de bodem en het grondwater verontreinigd raken. Een nadeel is dat eeuwigdurende en omvangrijke nazorg nodig is. Aangezien de verontreiniging niet wordt afgebroken, moeten de isolatiematerialen die op den duur poreus worden en gaan lekken, regelmatig worden vervangen. Hieraan zijn aanzienlijke kosten verbonden.


Terug naar overzicht.