ECN publicatie: facebook
Titel:
Ontwerpfilosofie voor een duurzame energiehuishouding; Sleutelrol voor warmte
 
Auteur(s):
 
Gepubliceerd door: Publicatie datum:
ECN Efficiency & Infrastructure 3-5-2011
 
ECN publicatienummer: Publicatie type:
ECN-E--11-024 ECN rapport
 
Aantal pagina's: Volledige tekst:
29 Download PDF  (820kB)

Samenvatting:
Dit rapport presenteert een ontwerpfilosofie voor de mogelijke inrichting van de Nederlandse energiehuishouding in 2050 en werkt dit uit in een tweetal varianten.

In tegenstelling tot de meeste beschouwingen over de toekomstige energiehuishouding wordt in dit rapport een benadering gehanteerd die start met de energiefunctie die moet worden vervuld en ontwerpt het totale energiesysteem door vanuit deze functie ‘stroomopwaarts’ het systeem in te richten. Er wordt ingezet op een vergaande beperking van de energievraag ten opzichte van GEHP scenario (Farla, 2006) door het nemen van concrete maatregelen. Waar mogelijk wordt zoveel mogelijk duurzame energie ingezet. De doelstelling is hierbij om te komen tot een sterk verminderde afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en een minimaal beslag op grondstoffen.

De visie geeft warmte een centrale rol bij de inrichting van de energiehuishouding en beschouwt Nederland als een integraal energiesysteem. Om invulling te geven aan de visie en een toekomstbeeld te genereren wordt een ontwerpfilosofie toegepast, die bestaat uit twee delen. Ten eerste wordt een stappenplan gedefinieerd waarlangs de energiehuishouding wordt ingericht. Het doorrekenen van de energiehuishouding gebeurt in het tweede deel, met een Quick-scan model. Dit model is een energiebalans van de Nederlandse energiehuishouding opgesteld waarmee inzicht wordt verkregen in wat de consequenties kunnen zijn voor het zichtjaar 2050 ten aanzien van mogelijkheden tot energiebesparing, duurzame invulling en welke technologieopties daarbij een rol spelen.

Deze visie is uitgewerkt in een tweetal varianten. Het onderscheid tussen de twee varianten wordt gevormd door de manier waarop de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving plaatsvindt (warmtepompen versus microwarmtekracht) gecombineerd met een verschil in de wijze waarop biomassa wordt ingezet (synthetisch aardgas versus biobrandstoffen).

De resultaten laten zien dat verhoging van de energie efficiency (vraagreductie en reductie conversieverliezen) en de inzet van duurzame energie in ongeveer gelijke mate bijdragen aan de verduurzaming van de energiehuishouding. Ruwweg kan worden gesteld dat de oorspronkelijke energiebehoefte voor ? wordt gereduceerd door energiebesparing, voor ? wordt ingevuld met duurzame energie en voor ? met fossiele energiedragers.

De twee in dit rapport doorgerekende varianten laten nog steeds een stijging van het energiegebruik zien ten opzichte van de huidige situatie, zij het veel minder dan de Business As Usual (BAU) scenario’s. Daar waar het BAU scenario uitkomt op 4348 PJ komen de twee varianten uit op respectievelijk 3049 PJ en 3187 PJ. Het duurzame aandeel wordt berekend op 1747 PJ (57%) en 1653 PJ (52%).

Uit de in dit rapport gevolgde aanpak blijkt dat een volledig duurzame Nederlandse energiehuishouding in 2050 niet mogelijk is op basis van nu bekende mogelijkheden. Ondanks het feit dat met name in de gebouwde omgeving, de transportsector en duurzame opwekking vergaande maatregelen zijn genomen, wordt nog steeds een significant deel van de Nederlandse energiehuishouding voorzien van fossiele energiedragers.

Ondanks het feit dat de invulling van de warmtevraag leidend is in dit rapport, komt uit de berekeningen van allerlei varianten van het energiesysteem ‘Nederland’ als constante factor naar voren dat een elektriciteitsnetwerk en –voorziening die in staat is om een wisselende vraag met een wisselend aanbod te af te stemmen (smart grids) een noodzakelijke voorwaarde is voor een efficiënt en duurzaam energiesysteem.


Terug naar overzicht.