ECN publicatie: facebook
Titel:
Passiefhuis en EPN Onderzoek naar de waardering van passiefhuizen volgens EPN en PHPP
 
Auteur(s):
Boer, B.J. de; Kondratenko, I.; Jansen, D.; Joosten, L.; Boonstra, C.
 
Gepubliceerd door: Publicatie datum:
ECN Efficiency & Infrastructure 28-7-2009
 
ECN publicatienummer: Publicatie type:
ECN-E--09-054 ECN rapport
 
Aantal pagina's: Volledige tekst:
52 Download PDF  (760kB)

Samenvatting:
Passiefhuizen zijn extreem goed geïsoleerde woningen met uitzonderlijk lage infiltratieverliezen en een minimaal energiegebruik voor ruimteverwarming. Een passiefhuis wordt voor het overgrote deel verwarmd door passieve zonbenutting en door de interne warmteontwikkeling van personen, installaties en huishoudelijke apparaten. De resterende warmtevraag is zo laag geworden dat voor het bereiken van een comfortabel en gezond binnenklimaat kan worden volstaan met een beperkt verwarmingsvermogen dat geleverd kan worden via de ventilatielucht. Het passiefhuisconcept kan zowel bij nieuwbouw als bij renovatie van woningen een belangrijke bijdrage leveren aan de nationale en Europese doelstellingen om energie te besparen in de gebouwde omgeving. Het is daarbij wel van groot belang dat de rekenmethodiek waarmee de energieprestatie wordt bepaald (EPN), de effecten van passiefhuismaatregelen op een adequate wijze waardeert. De indruk bestaat echter, dat het passiefhuisconcept, uitgedrukt in een EPC waarde, niet de waardering in energiebesparing krijgt die het zou moeten krijgen. In deze studie is onderzocht hoe de energieprestatie van passiefhuizen in de EPN wordt gewaardeerd en hoe dit zich verhoudt tot de berekeningen in het voor passiefhuizen geëigende, in de praktijk gevalideerde, programma PHPP. Voor verschillende SenterNovem referentiewoningen (rijwoning, vrijstaand en appartementencomplex) met een EPC=0,8 is zowel in PHPP als in EPN onderzocht wat het effect is van het toepassen van passiefhuismaatregelen zoals verbeterde isolatie, lagere infiltratie, en balansventilatie. Uit de vergelijkende studie blijkt dat de energiebesparingen voor passiefhuismaatregelen volgens de EPN berekeningen beduidend lager uitvallen dan volgens de PHPP berekeningen.: - bij een EPC=0,8 tussenwoning (met zelfregelende roosters) kan volgens EPN circa 35% bespaard worden terwijl dit volgens PHPP 48% bedraagt. - bij een EPC=0,8 tussenwoning met balansventilatie wordt volgens EPN slechts 16% bespaard met passiefhuismaatregelen terwijl dit volgens PHPP circa 42% bedraagt. Ook de berekeningen bij de vrijstaande woning en een appartement laten zien dat de energiebesparing volgens EPN beduidend lager is dan volgens PHPP. De lagere waardering voor passiefhuismaatregelen in de EPN, in vergelijking tot het gevalideerde PHPP rekenprogramma, heeft vooral zijn oorzaak in verschillen in: • aanname van de interne warmtelast (6,0 W/m2 in EPN versus 2,1 W/m2 standaardaanname bij PHPP); • aanname voor de binnentemperatuur (Ti = 18 °C bij EPN of 20 °C in PHPP); • waardering van verbeterde isolatiewaarde (lager in EPN); • waardering van verbeterde luchtdichtheid (begrenzing voor zeer lage infiltratie in EPN); • waardering van reductie in hulpenergie installatietechnische maatregelen voor verwarming (lager in EPN). Vooral door de relatief hoge interne warmtelast in de EPN is er een beduidend lagere warmtevraag bij zowel de referentie woning (EPC=0,8) als bij de passiefhuis variant. Dit zorgt ervoor dat maatregelen gericht op reductie van de warmtevraag in de EPN überhaupt maar weinig effect kunnen hebben. De EPN kent verder meer vaste instellingen dan PHPP waardoor er minder mogelijkheden zijn voor projectspecifieke, gedetailleerde invoer. Zo is er bijvoorbeeld een grens aan de rekenwaarde voor de voor passiefhuizen benodigde luchtdichtheid. Daarnaast rekent de EPN methodiek minder dynamisch dan PHPP. Er is bijvoorbeeld geen verandering in pompenergie (voor centrale verwarming) bij een lagere ruimteverwarmingsvraag. Om bovengenoemde redenen is het effect van passiefhuismaatregelen op de energieprestatie van een woning volgens de EPN methodiek minder groot dan berekend volgens het, met metingen in de praktijk gevalideerde, rekenprogramma PHPP.


Terug naar overzicht.