ECN publicatie: facebook
Titel:
Beoordeling nieuwbouwplannen elektriciteitscentrales in relatie tot de WLO SE- en GE-scenario’s: een quickscan
 
Auteur(s):
 
Gepubliceerd door: Publicatie datum:
ECN Beleidsstudies 5-3-2007
 
ECN publicatienummer: Publicatie type:
ECN-E--07-014 ECN rapport
 
Aantal pagina's: Volledige tekst:
19 Download PDF  (128kB)

Samenvatting:
MNP is door het ministerie van VROM gevraagd om zogenaamde generieke concentratiekaar-ten te maken voor de luchtkwaliteit in Nederland. Het betreft o.a. NOx- en SO2-emissies voor de zichtjaren 2010, 2015 en 2020. In 2006 (MNP, 2006) zijn dergelijke concentratiekaarten ge-maakt op basis van het Global Economy (GE) scenario uit de Referentieramingen Energie en Emissies 2005-2020 (ECN/MNP, 2005). VROM heeft MNP gevraagd om nieuwe concentratie-kaarten te maken voor het Strong Europe (SE) en het Global Economy scenario, op basis van de studie Welvaart en Leefomgeving (WLO). Die studie is in het najaar van 2006 gepubliceerd (CPB/MNP/RPB/ECN, 2006). De WLO SE- en GE-scenario’s wijken op een aantal punten af van de gehanteerde scenario’s uit de Referentieramingen. In de loop van 2005 en 2006, en na het verschijnen van de Referentieramingen is er een hausse aan nieuwbouwplannen voor elektriciteitscentrales bekend geworden. De totale omvang van plannen voor de periode 2007-2013 bedraagt ca. 9500 MW, ongeveer gelijk aan het dubbele van wat in de genoemde scenario’s voor de betreffende periode is verondersteld. De nieuwbouwplannen bestaan voor ca. 5000 MW aan nieuw kolenvermogen (met forse inzet van biomassa), en voor bijna 4500 MW aan gasgestookt vermogen. In het WLO GE-scenario was bijna 2000 MW nieuw kolenvermogen in de periode tot 2015 voorzien, en bijna 4000 MW in de periode tot en met 2020. In het SE-scenario was in die periode tot en met 2020 in het geheel geen nieuw kolenvermogen voorzien, maar wel gas. De omvang van dit nieuwe vermogen, de gebruikte brandstoffen, technisch ontwerp (aardgas gestookte STEG, multi-fuel/KV STEG, poederkoolcentrale) en tijdstip van in bedrijfstelling, zullen de NOx- en SO2-emissies in de eerder genoemde zichtjaren beïnvloeden. De vraag is daarom gerechtvaardigd in hoeverre deze nieuwbouwplannen te rijmen zijn met de twee WLO-scenario’s, en daarvan afgeleid, in hoeverre in het bijzonder het WLO SE-scenario nog ‘representatief’ is voor de periode 2010-2020. Voor de beantwoording van deze vragen heeft MNP aan ECN opdracht gegeven het in deze rapportage beschreven onderzoek uit te voeren. In dit rapport komen achtereenvolgens aan de orde: 1. Een overzicht van de huidige nieuwbouwplannen voor elektriciteitscentrales in Nederland. 2. Inschatting welk van deze plannen meer of minder kansrijk zijn om gerealiseerd te worden. 3. Inschatting van emissiefactoren voor NOx en SO2 op basis van g/GJ brandstof voor de verschillende typen van nieuwe centrales. 4. Een vergelijking van de nieuwbouwplannen met de aannames over nieuw productievermogen in de WLO SE- en WLO GE-scenario’s. Daarbij zal tevens kort worden ingegaan over de veronderstellingen ten aanzien van sluiten van bestaande centrales of levensduurverlenging. Voor de evaluatie in dit rapport heeft ECN gebruik gemaakt van publiek beschikbare informatie voor zover gedurende de korte looptijd van de studie (8-19 januari 2007) eenvoudig en direct beschikbaar was. Nadien is extra informatie beschikbaar gekomen. Deze is kort via het invoegen van voetnoten opgenomen. Tevens is op 7 februari het regeerakkoord van het nieuwe kabinet bekend geworden. Daarin worden nieuwe ambities geformuleerd ten aanzien van het toekomstige energie- en milieubeleid. Bij de inschatting van de kansrijkheid van de diverse nieuwbouwplannen heeft ECN zich gebaseerd op de situatie van medio januari. Tegen de achtergrond van de nieuwe informatie uit het regeerakkoord, zou een inschatting mogelijk anders kunnen uitpakken.


Terug naar overzicht.