ECN publicatie: facebook
Titel:
Grootschalige toepassing van biobrandstoffen in wegvoertuigen: een transitie naar emissiearm vervoer in Nederland
 
Auteur(s):
 
Gepubliceerd door: Publicatie datum:
ECN Beleidsstudies 1-8-2002
 
ECN publicatienummer: Publicatie type:
ECN-I--02-008 ECN rapport
 
Aantal pagina's: Volledige tekst:
132 Download PDF  (964kB)

Samenvatting:
De huidige verkeer- en vervoerssector heeft een onduurzaam karakter.Om de klimaatverande-ring als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen enigszins in de hand te kunnen houden, is een drastische reductie van CO2-emissies door het wegverkeer noodzakelijk. Dit zal echter niet be-reikt kunnen worden zolang men fossiele motorbrandstoffen blijft gebruiken in wegvoertuigen, omdat verbranding hiervan altijd gepaard gaat met emissie van CO2. Verwacht wordt dat het energiegebruik en de emissie van CO2 van het wegverkeer de komende dertig jaar sterk zullen toenemen. Een ander probleem dat samenhangt met de stijgende vraag naar motorbrandstoffen is de toenemende afhankelijkheid van Nederland van olie-importen (uit OPEC-landen), waar-door de voorzieningszekerheid in gevaar kan komen.

Uit biomassa geproduceerde brandstoffen (biobrandstoffen) hebben een aanzienlijk potentieel om de CO2-emissie van het wegverkeer, de verwijdering van fossiele olie en de afhankelijkheid van olie-import te verminderen, wanneer zij toegepast worden als (gedeeltelijke) vervangers van benzine en diesel.

In dit onderzoek wordt gekeken naar welke kansen en barrières er zijn voor de overgang naar grootschalige toepassing van biobrandstoffen in wegvoertuigen in Nederland en op welke wijze beleid op nationaal en Europees niveau kan bijdragen aan het benutten van deze kansen en het voorkomen of (deels) wegnemen van deze barrières. Dit moet passen binnen een bredere ont-wikkeling, namelijk de overgang naar een emissiearme energievoorziening en een duurzame maatschappij.

Biobrandstoffen worden ?klimaatneutraal? genoemd, omdat deze geproduceerd worden uit plantaardige materialen, die deel uitmaken van de korte koolstofcyclus. Deze gewassen nemen tijdens hun levensduur CO2 op, welke weer terugkomt in de atmosfeer als ze worden omgezet in energie. Hierdoor wordt over de hele productieketen bekeken (?well-to-wheel?) veel minder CO2 uitgestoten vergeleken met fossiele benzine en diesel.

Momenteel worden ethanol op basis van voedselgewassen en biodiesel geproduceerd uit kool-zaad al commercieel toegepast. Deze zullen op den duur waarschijnlijk vervangen worden door ?nieuwe? biobrandstoffen, die vanuit economisch en milieuoogpunt aantrekkelijker zijn. Voor geen van deze is reeds een volledige keten van productie van biomassa tot en met eindgebruik in voertuigen commercieel beschikbaar. De marktintroductie van de biobrandstofconversietech-nologie zal nog enige jaren op zich laten wachten, waardoor ethanol en biodiesel waarschijnlijk de belangrijkste biobrandstoffen zullen blijven tot 2010. Van de ?nieuwe? biobrandstoffen is ethanol op basis van lignocellulose houdende gewassen (SSF of CBP technologie) de meest aantrekkelijke optie als vervanger van benzine. Fischer-Tropsch diesel en DME zijn de meest geschikte dieselsubstituten.

Belangrijk voor het in gang zetten van een overgang naar grootschalige toepassing van bio-brandstoffen is dat de huidige situatie, waarin fossiele benzine en diesel de belangrijkste motor-brandstoffen zijn, onder druk wordt gezet. De drukkrachten op dit huidige ?regime? zijn het groeiende besef van het onduurzame karakter van de verkeer- en vervoerssector, de toenemende afhankelijkheid van olie-import en de ontwikkeling van alternatieve vervoerssystemen, aan-drijftechnologieën en brandstoffen in niches. Het huidige regime is moeilijk te veranderen, omdat de actoren die hierin een rol spelen veelal sterk gericht zijn op het in stand houden van de bestaande situatie vanwege bepaalde gevestigde belangen die zij hierin hebben.

Om uit te komen bij een toekomstige situatie, waarin biobrandstoffen grootschalig worden toe-gepast (20% van de motorbrandstoffenmarkt in 2030), is een aantal veranderingen nodig. De belangrijkste veranderingen treden op in het eerste deel van de productieketen (de productie van biomassa in plaats van oliewinning). Naarmate men verder in de keten komt, blijft het huidige regime meer gehandhaafd.

De belangrijkste barrières voor de overgang naar grootschalige toepassing van biobrandstoffen hebben betrekking op opbouw van kennis, ontwikkeling van technologie, aanpassing van de in-frastructuur, ontwikkeling van een marktvraag, vorming van een sociaal netwerk, de beschik-baarheid van biomassa voor biobrandstofproductie en maatschappelijk draagvlak voor groot-schalige biomassateelt. De betrokken actoren zullen gemobiliseerd moeten worden door middel van overheidsbeleid om deze barrières te overwinnen.


Terug naar overzicht.