ECN publicatie: facebook
Titel:
Lokale overheden en klimaatbeleid
 
Auteur(s):
Menkveld, M.; Burger, H.; Heinink, H.; Kaal, M.B.T.; Coenen, F.H.J.M.; Veer, K.A. van der
 
Gepubliceerd door: Publicatie datum:
ECN Beleidsstudies 1-11-2001
 
ECN publicatienummer: Publicatie type:
ECN-C--01-084 ECN rapport
 
Aantal pagina's: Volledige tekst:
88 Download PDF  (583kB)

Samenvatting:
Dit hoofdrapport doet verslag van het onderzoeksproject ?Lokale overhedenen klimaatbeleid? dat is uitgevoerd in opdracht van het Nationaal Onderzoek Programma Mondiale Luchtverontreiniging en Klimaatverandering (NOP-MLK). Dit onderzoeksproject is een samenwerkingsverband tussen het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en het Centrum voor Schone Technologie en Milieu (CSTM) van de Universiteit Twente. Gegeven de positie van de gemeenten als bestuurslaag het dichtst bij de burger en hun verantwoordelijkheden op voor klimaatbeleid cruciale beleidsterreinen stellen we ons in dit onderzoek de vraag hoe de bijdrage van gemeenten aan het klimaatbeleid kan worden versterkt.

Het speelveld van lokaal klimaatbeleid
Allereerst is onderzocht welk deel van de (nationale) broeikasgasemissies kunnen worden beïnvloed door gemeenten en wat de barrières zijn voor lokaal klimaatbeleid bij de implementatie van de reductieopties.

Er is een overzicht gemaakt van opties voor de reductie van de emissie van broeikasgassen. De opties zijn besproken aan de hand van de doelgroepen die RIVM onderscheid bij de presentatie van de emissie van broeikasgassen in de Milieubalans. Uit de inventarisatie van opties blijkt dat gemeenten invloed hebben op de volgende activiteiten: het verwarmen, klimatiseren en verlichten van utiliteitsgebouwen, openbare verlichting, verwarming van woningen, verkeer, afval, restwarmtebenutting van elektriciteitscentrales en duurzame elektriciteitsopwekking, het energiegebruik van het MKB in de industrie en verwarming van kassen in de glastuinbouw. Deze activiteiten veroorzaken ca. 40% van de nationale broeikasgasemissies.

Tevens is het instrumentarium beschreven dat gemeenten binnen verschillende taakvelden ter beschikking staat. De gemeentelijke organisatie en het gemeentelijk beleidsinstrumentarium zijn als uitgangspunt gekozen voor de indeling in vijf taakvelden: ruimtelijke ordening, bouwen en wonen, verkeer en vervoer, milieu en gemeentelijke beheerstaken.

De opties en het beleidsinstrumentarium zijn met elkaar geconfronteerd in een matrix, met langs de ene as de doelgroepen en langs de ander as de taakvelden. De matrix met de combinaties van opties en instrumentarium vormen het overzicht van het speelveld van lokaal klimaatbeleid.

De bruikbaarheid van opties en instrumenten uit het speelveld is onderzocht aan de hand van literatuur en interviews met gemeenten. Daarbij worden de barrières bij het implementeren van de opties geschetst. Uit de evaluatie van het speelveld in de praktijk blijkt dat gemeenten vaak maar een deel van hun speelveld benutten. Zelfs gemeenten die excelleren en landelijke bekendheid genieten op een taakveld laten andere taakvelden rusten.

De redenen waarom opties en instrumenten niet worden benut, verschillen per taakveld: er is intern onvoldoende draagvlak, er is gebrek aan een helder beleidskader, klimaatbeleid moet meeliften met andere doelstellingen of gemeenten zijn afhankelijk van medewerking van andere actoren. Toch kan in zijn algemeenheid worden gesteld dat de succes- en faalfactoren bij het benutten van de mogelijkheden in het gemeentelijk speelveld vaak liggen in de sfeer van samenwerking met andere partijen en de inbreng van kennis in de gemeentelijke organisatie. Ook kan worden gesteld dat het klimaatbelang in veel taakvelden nog onvoldoende expliciet wordt gemaakt.

Een klimaatzorgsysteem
Tenslotte blijft er de vraag hoe de integratie van klimaatbeleid in andere gemeentelijke taakvelden dan milieu kan worden verbeterd. In dit onderzoek is een model geschetst voor een systematische integratieve benadering. Bij een zogenaamd klimaatzorgsysteem gaat het om het systematisch introduceren van een (klimaat)belang in een breed veld van activiteiten en besluiten. We onderscheiden als noodzakelijke basisstappen en elementen:

  1. Een beleidsdocument waarin het committent voor lokaal klimaatbeleid is vastgelegd.
  2. Plannen en programma?s om het klimaatbeleid binnen en buiten de organisatie te implementeren.
  3. Integratie van deze plannen in het dagelijks beleid en in de organisatiecultuur.
  4. Het meten, controleren en heroverwegingen van de gemeentelijke ?klimaatzorg prestaties?.
  5. Het bieden van educatie en training om het begrip van klimaat problematiek te vergroten.
  6. Publicatie van informatie over de gemeentelijke klimaatprestaties.
De derde stap in het klimaatzorgsysteem heeft betrekking op de externe integratie van het klimaatbelang. Daarmee wordt bedoeld de integratie van het klimaatbelang in het dagelijkse beleid van de verschillende taakvelden van een gemeentelijke organisatie. In dit onderzoek zijn de ervaringen besproken met twee manieren daarvoor: toetsingsprocedures die op een bepaald moment expliciet aandacht vragen voor het ?klimaatbelang? in de besluitvorming en het opstellen van ?integrale? plannen waardoor al tijdens de planvorming rekening wordt gehouden met het ?klimaatbelang?. Uit de ervaringen met integratieve instrumenten komt naar voren dat voor de integratie van klimaatbeleid in andere beleidsterreinen verschillende elementen noodzakelijk zijn:
  • klimaatzorgbewustzijn,
  • informatie over de klimaatgevolgen van beleidsvoornemens,
  • afweging tussen het klimaatbelang en andere belangen,
  • verantwoordelijkheid voor klimaatzorg.
Aanbevelingen
Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen de volgende aanbevelingen richting gemeenten worden geformuleerd:
  • Gemeenten kunnen hun bijdrage aan klimaatbeleid versterken door klimaatbeleid in een breder perspectief te zien. Met het schetsen van het speelveld heeft dit onderzoek laten zien dat klimaatbeleid verschillende doelgroepen bedient en binnen meerdere taakvelden van gemeenten moet worden gerealiseerd. Gemeenten moeten niet blijven hangen bij één optie of een taakveld waar ze goed in zijn, maar klimaatbeleid breder oppakken. Gemeenten kunnen daartoe een aanzet maken door hun beleid en activiteiten te spiegelen aan het speelveld zoals geschetst in Hoofdstuk 2 of aan de Menukaart van Novem.
  • De indruk is dat klimaatbeleid zich alleen manifesteert in projecten met een meer ?ad hoc? karakter. Gemeenten kunnen hun bijdrage aan klimaatbeleid versterken door een meer systematische aanpak te kiezen. We hebben in dit onderzoek de stappen geschetst van zo?n systematische aanpak in de vorm van een klimaatzorgsysteem. Die stappen zijn door gemeenten zelf betiteld als een ?standaard beleidscyclus?. Het verdient aanbeveling alle stappen achtereenvolgens te doorlopen. Na het vastleggen van een bestuurlijk commitment mag dan ook de vertaling in concrete plannen en programma?s niet worden overgeslagen. Maakt men die vertaling samen met betrokkenen van relevante afdelingen dan creëer je draagvlak in de gemeentelijke organisatie, die essentieel is voor de uitvoering van het beleid.
  • De derde stap van het klimaatzorgsysteem, de integratie van klimaatbeleid in de dagelijkse praktijk (?externe integratie?) zien wij als de belangrijkste stap. In het onderzoek zijn de elementen geschetst die daarbij noodzakelijk zijn: klimaatzorgbewustzijn; informatie over de klimaatgevolgen van beleidsvoornemens; afweging tussen het klimaatbelang en andere belangen; en verantwoordelijkheid voor klimaatzorg. Gemeenten zullen aandacht moeten besteden aan die elementen.
  • In het onderzoek zijn maatschappelijke ontwikkelingen geschetst die de rol van gemeenten in het klimaatbeleid verzwaren. Gemeenten zullen zich moeten oriënteren op de betekenis van die trends in hun eigen situatie.
De volgende aanbevelingen zijn van belang voor diegenen die gemeenten proberen te stimuleren en ondersteunen in het formuleren en uitvoeren van klimaatbeleid: In het kader van het Klimaatconvenant speelt de Menukaart een belangrijke rol in het formuleren van ambities voor lokaal klimaatbeleid. Deze menukaart lijkt verwant met het in dit onderzoek geschetste speelveld, maar bevat maatregelen in oplopend ambitieniveaus voor verschillende thema?s. Positief is dat een focus ontstaat op de concrete mogelijkheden van gemeenten om lokaal klimaatbeleid te voeren. Uit dit onderzoek is gebleken dat gemeenten slechts een deel van hun speelveld benutten. Het werken met een menukaart zou niet mogen leiden tot een keuze voor enkele taakvelden, maar moeten stimuleren tot een benutting van alle taakvelden, een integrale aanpak van klimaatbeleid. De menukaart is een instrument dat gemeenten kan helpen de mogelijkheden voor lokaal klimaatbeleid te zien en hun ambities te formuleren. Het succes van het Klimaatconvenant hangt af van de realisatie van die ambities. Na het vastleggen van bestuurlijk commitment vereist dat aandacht voor de daarna volgende stappen van een klimaatzorgsysteem: de vertaling in plannen, integratie in de dagelijkse praktijk, monitoring, educatie en communicatie. Ondersteuning van gemeenten bij de uitvoering van het Klimaatconvenant moet zich ook op die stappen richten.


Terug naar overzicht.