ECN publicatie: facebook
Titel:
Het speelveld van lokaal klimaatbeleid
 
Auteur(s):
Menkveld, M.; Burger, H.; Coenen, F.H.J.M.
 
Gepubliceerd door: Publicatie datum:
ECN Beleidsstudies 1-10-2001
 
ECN publicatienummer: Publicatie type:
ECN-C--01-045 ECN rapport
 
Aantal pagina's: Volledige tekst:
65 Download PDF  (449kB)

Samenvatting:
Dit rapport doet verslag van Fase 1 van het onderzoeksproject 'Lokaleoverheden en klimaatbeleid' dat is uitgevoerd in opdracht van het Nationaal Onderzoek Programma Mondiale Luchtverontreiniging en Klimaatverandering (NOP-MLK). Dit onderzoeksproject is een samenwerkingsverband tussen het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en het Centrum voor Schone Technologie en Milieu (CSTM) van de Universiteit Twente. Het resultaat van deze eerste onderzoeksfase is een schets van het speelveld van lokaal klimaatbeleid. Daartoe is een overzicht gemaakt van opties voor de reductie van de emis-sie van broeikasgassen. De opties worden besproken aan de hand van de doelgroepen die het RIVM onderscheid bij de presentatie van de emissie van broeikasgassen in de Milieubalans. Een optie is daarbij gedefinieerd als een maatregel door de doelgroep te nemen die leidt tot reductie of vastlegging van broeikasgasemissies. Per doelgroep is een overzicht gemaakt van relevantie opties om te komen tot reductie van broeikasgasemissies. De relevantie van een optie wordt in het kader van dit onderzoek niet bepaald door het feit of de emissies lokaal ontstaan, maar door de vraag of opties lokaal kunnen worden aangestuurd.

Uit de inventarisatie van opties blijkt dat gemeenten invloed hebben op de volgende activiteiten: het verwarmen, klimatiseren en verlichten van utiliteitsgebouwen, openbare verlichting, verwarming van woningen, verkeer, afval, restwarmtebenutting van elektriciteitscentrales en duurzame elektriciteitsopwekking, het energiegebruik van het MKB in de industrie en verwarming van kassen in de glastuinbouw. Deze activiteiten veroorzaken ca. 40% van de nationale broeikasgasemissies. Wat betreft de verwarming van woningen en utiliteitsgebouwen liggen de opties in de sfeer van duurzaam bouwen. Om het energiegebruik van openbare verlichting te verminderen zijn er verschillende technische maatregelen die de efficiency verhogen die in voorbeeldprojecten zijn toegepast. Opties bij verkeer strekken zich uit van vermindering van de automobiliteit (stimuleren fietsverkeer, autodelen, telewerken, vervoersmanagement) en stimulering van openbaar vervoer en carpoolen tot elektrisch vervoer of biobrandstoffen. Mogelijkheden voor vermindering van broeikasgasemissies bij afval liggen op het terrein van preventie en hergebruik, stortgaswinning, GFT-vergisting en restwarmtebenutting van AVI?s. Voor reductie van broeikasgasemissies in de energiesector kunnen gemeenten randvoorwaarden scheppen voor de toepassing van duurzame energie of restwarmtebenutting van centrales. Binnen het MKB in de industrie en voor glastuinbouwbedrijven kan emissiereductie worden bereikt door energiebesparende maatregelen in het productieproces. Tevens is het instrumentarium beschreven dat gemeenten binnen verschillende taakvelden ter beschikking staat.

De gemeentelijke organisatie en het gemeentelijk beleidsinstrumentarium zijn als uitgangspunt gekozen voor de indeling in vijf taakvelden: ruimtelijke ordening, bouwen en wonen, verkeer en vervoer, milieu en gemeentelijke beheerstaken. Binnen het taakveld ruimtelijke ordening beschikt een gemeente over veel bevoegdheden, van milieueffectrapportages tot structuurplannen, stedebouwkundige plannen en bestemmingsplannen. Belangrijk is ook de VINEX-AMvB die gemeenten verplicht voor grotere nieuwbouwlocaties een Energievisie op te stellen. Duurzaam bouwen is nationaal beleid en gemeenten hebben op dat terrein weinig bevoegdheden om duurzaam bouwen te stimuleren. Wel kunnen gemeenten via een statiegeldregeling op de grondprijs DuBo maatregelen afdwingen of DuBo bij aanbesteding als selectiecriterium hanteren. Verder kunnen via convenanten vrijwillige afspraken met marktpartijen over DuBo worden gemaakt. En gemeenten spelen een rol in de handhaving van de energieprestatienorm (EPN). Binnen het taakveld verkeer en vervoer kunnen verkeersplanning, ruimtelijke inrichting en parkeerbeleid worden gebruikt om de automobiliteit te verminderen. Ook vervoersmanagement in milieuvergunningen van bedrijven of op duurzame bedrijventerreinen biedt daartoe mogelijkheden. Ten slotte kunnen alternatieven worden gestimuleerd, zoals het openbaar vervoer en gebruik van de fiets.

Binnen het taakveld milieu is energie in de milieuvergunning het belangrijkste instrument. Afvalpreventie en hergebruik kunnen via afvalinzameling en via de milieuvergunning worden gestimuleerd. Ook milieucommunicatie hoort in dit taakveld thuis. Het taakveld gemeentelijke beheerstaken heeft betrekking op zaken waar de gemeente zelf de uitvoering van energiebesparing ter hand kan nemen in de gemeentelijke gebouwen of bij openbare verlichting. De opties en het beleidsinstrumentarium zijn met elkaar geconfronteerd in een matrix, met langs de ene as de doelgroepen en langs de ander as de taakvelden. De matrix met de combinaties van opties en instrumentarium vormen het overzicht van het speelveld van lokaal klimaatbeleid. Ten aanzien van de matrix vallen twee zaken op. In de eerste plaats hebben alle doelgroepen te maken met twee of meer taakvelden. In de tweede plaats relateren verschillende taakvelden aan verschillende doelgroepen. Daarbij komt het taakveld ruimtelijke ordening bij alle doelgroepen terug maar heeft het taakveld verkeer en vervoer vooral te maken met de doelgroep verkeer.

Op basis van de confrontaties van de opties voor reductie van broeikasgassen en het beleidsinstrumentarium dat gemeenten binnen verschillende taakvelden ter beschikking hebben, mag worden geconcludeerd dat lokaal klimaatbeleid integraal beleid is. Binnen meerdere taakvelden kan instrumentarium voor dit doel worden aangewend en de opties verspreiden zich over veel verschillende doelgroepen. Om een integraal beleid te kunnen realiseren zullen institutionele barrières binnen de gemeenten moeten worden over-wonnen en zal lokaal klimaatbeleid meer benaderd moeten worden als een integratieprobleem in niet-milieu beleidsvelden.


Terug naar overzicht.