Wie kunnen nieuwe Smart Grids taken het beste oppakken: regionale netbeheerders of commerciële partijen?

vrijdag 25 juli 2014 11:49

De energietransitie leidt tot diverse nieuwe Smart Grids taken in decentrale elektriciteits- en gassystemen in de nabije toekomst. De belangrijkste nieuwe taken zijn gerelateerd aan flexibiliteit, oplaadpunten voor elektrische voertuigen, energie-efficiëntie, eigendom en beheer van slimme meters en databeheer.

De vraag is welke taken het beste kunnen worden opgepakt door gereguleerde distributienetbeheerders (DSOs) of door commerciële partijen zoals leveranciers, energy service companies (ESCOs) en ICT bedrijven. In opdracht van de Europese Commissie heeft ECN, samen met Ecorys, hiernaar onderzoek gedaan. Voor elk van deze diensten zijn de monopolistische en competitieve karakteristieken in kaart gebracht om te beoordelen in hoeverre er sprake is van marktfalen, en daarmee in welke mate er behoefte is aan publieke interventie. Afhankelijk van de mate waarin marktfalen zich voordoet, zijn veelal verschillende vormen van publieke interventie met inzet van commerciële partijen of gereguleerde DSOs mogelijk.

Op basis van de analyse kunnen de volgende conclusies over de rolverdeling worden getrokken:

  1. Flexibiliteit is nodig om op een adequate, veilige en kostenefficiënte manier om te gaan met de grotere onzekerheid over en variabiliteit van toekomstige energiesystemen. In het verlengde van het natuurlijke monopolie dat DSOs in het netbeheer hebben vanwege het waarborgen van netwerkbetrouwbaarheid en systeemstabiliteit bevelen wij aan dat DSOs  –net zoals TSOs – de bevoegdheid krijgen om flexibiliteit in te kopen. Omdat marktpartijen ook flexibiliteit aankopen voor onder andere portfolio optimalisatie is afstemming tussen DSOs, TSOs en commerciële partijen essentieel om conflicten te vermijden en de meeste waarde uit de aanwezige flexibiliteit te creëren. 

  2. Databeheer is essentieel voor de ontwikkeling van nieuwe Smart Grids diensten door diverse partijen. Onder andere publieke goed karakteristieken en schaalopbrengsten wijzen op het belang van publieke interventie in databeheer. Tegelijkertijd lijkt er geen sprake te zijn van een natuurlijk monopolie en kan data daarom worden beheerd door DSOs, onafhankelijke derde partijen, of data access point managers. De keuze voor één van deze partijen is afhankelijk van het gewicht dat door beleidsmakers wordt toegekend aan de beoordelingsaspecten non-discriminatoire toegang tot data, mogelijkheden voor innovatie, benutting van schaal-opbrengsten, eenvoud en duidelijkheid voor de consument en waarborging van privacy en data security.

  3. Oplaadpunten voor elektrische voertuigen, energie-efficiëntie diensten, en eigendom en beheer van slimme meters hebben geen kenmerken van een publiek goed en laten onzekere of beperkte schaal-opbrengsten zien, zodat er geen natuurlijk monopolie is dat een exclusieve rol voor DSOs noodzakelijk maakt. Wel zijn er belangrijke externe effecten die wijzen op het belang van publieke interventie. Publieke interventie kan het beste worden vormgegeven door commerciële marktpartijen zoals e-mobility service providers, ESCOs en leveranciers om marktverstoring te voorkomen. Eventueel kunnen DSOs (tijdelijk) een rol in deze diensten spelen; in het geval van EV oplaadpunten voor de take-off van de markt, en bij slimme meters vanwege de omvang van de positieve externe effecten van slimme meters.

Meer informatie
Wilt u meer weten over het onderzoek en de resultaten? Lees dan het uitgebreide onderzoeksrapport.

Categorie: Corporate, Beleidsstudies