Tienjarig innovatief experiment naar duurzaam stortbeheer kan starten

dinsdag 6 oktober 2015 12:56

ECN ondersteunt Green Deal Duurzaam Stortbeheer voor onderzoek verduurzamen storten afval

Rijksoverheid, provincies en branche hebben op 6 oktober jl. in Den Haag de Green Deal Duurzaam Stortbeheer getekend, waarmee de partijen afspreken gezamenlijk langjarig onderzoek te doen naar het verduurzamen van het storten van afval. Onderzocht wordt of het mogelijk is om de verontreiniging binnen de stortplaats versneld onschadelijk te maken. Als het experiment slaagt, behoort eeuwigdurende nazorg van gesloten stortlocaties tot het verleden en wordt het probleem niet doorgegeven aan toekomstige generaties. Hierbij zijn milieu en economie gebaat. Nederland is het eerste land dat duurzaam stortbeheer op grote schaal inzet, via pilots in Almere, Bergen op Zoom en Middenmeer. Deze gaan tien jaar duren. Een tussenevaluatie vindt plaats na vijf jaar.
ECN en het RIVM ontwikkelden samen de beoordelingssystematiek die aan deze Green Deal ten grondslag ligt.

Duurzaam stortbeheer: versnelde afbraakprocessen
Volgens de huidige regels wordt het afval in een stortplaats ‘ingepakt’ met een boven- en onderafdichting. Het gestorte afval is dan volledig afgesloten van de omgeving, waardoor verontreinigende stoffen niet naar de omgeving kunnen lekken. Nadeel van deze werkwijze is dat deze stortplaatsen eeuwigdurend moeten worden beheerd en gecontroleerd, wat de nodige kosten met zich meebrengt en toekomstige generaties belast.

‘Duurzaam stortbeheer’ is een innovatieve en nieuwe manier van omgaan met stortplaatsen, waarbij gebruik gemaakt wordt van natuurlijke afbraakprocessen. Hierbij wordt het afval in een stortplaats met water en lucht behandeld. De processen die dan optreden zorgen ervoor dat schadelijke stoffen worden afgebroken of zich binden aan het afval. Naar verwachting zullen de stoffen niet of nauwelijks uit de stortplaats komen, waardoor de bodem en het grondwater beschermd blijven. De kwaliteit van het achterblijvende materiaal moet voldoen aan vooraf vastgestelde milieuhygiënische eisen, zodat er geen gevaar voor de omgeving bestaat. Tijdens het experiment worden de emissies naar bodem en (grond)water gecontroleerd. De resultaten worden getoetst aan gezamenlijk vastgestelde emissietoetswaarden, welke zijn ontwikkeld in samenwerking met RIVM en ECN. Als de experimenten op de drie pilotstortplaatsen slagen, kan de ontwikkelde kennis ook toegepast worden op andere locaties.

Uniek beoordelingssysteem
ECN en RIVM hebben het beoordelingssysteem ontwikkeld waarmee voor specifieke stortlocaties de emissietoetswaarden kunnen worden afgeleid. De Stortbranche kan met het beoordelingssysteem vooraf inschatten of een stortlocatie kansrijk is om het concept van Duurzaam Stortbeheer succesvol te kunnen toepassen. Tijdens en na de behandeling kan met het systeem worden vastgesteld of het gewenste milieuresultaat is behaald.

Uniek aan het beoordelingssysteemis dat er rekening wordt gehouden met specifieke bodem- , grondwater- en stortplaatseigenschappen.  De met het systeem afgeleide emissietoetswaarden hebben betrekking op de samenstelling van het percolaatwater, en zijn zodanig vastgesteld dat het grond- en oppervlaktewater direct naast de stortplaatsen beschermd blijft. Er wordt dus ruimte geboden voor maatwerk. Het beoordelingssysteem is tot stand gekomen door een nauwe samenwerking tussen overheid (ministerie van IenM en provincies), kennisinstellingen RIVM en ECN en de stortbranche.

Kostenbesparing
Als het experiment succesvol is, betekent dit dat een gesloten stortplaats na duurzaam stortbeheer geen bijzondere aandacht meer nodig heeft. Dat geeft landelijk bezien een kostenbesparing van tientallen miljoenen euro’s. Deze besparing is mogelijk doordat geen water- en gasdichte afwerking nodig is. Deze afdichting hoeft dan ook niet meer na een bepaalde termijn te worden vervangen en de nazorg hoeft niet eeuwig te worden voortgezet. Dit maakt het ook mogelijk om de stortlocaties een hoogwaardiger nieuwe bestemming te geven. Vanuit het buitenland is veel belangstelling voor duurzaam stortbeheer. De verwachting is dat het Nederlandse bedrijfsleven omzet kan genereren bij het internationaal verspreiden van de innovatieve aanpak.

Regelgeving
Het Stortbesluit bodembescherming is van toepassing op de operationele stortplaatsen. Voor het experiment duurzaam stortbeheer is aanpassing nodig van dat besluit. Met de Crisis- en herstelwet heeft de regering het besluit aangepast voor de locaties waar het onderzoek plaatsvindt. Voor inwerkingtreding van deze wijziging is een koninklijk besluit nodig. Deze wordt in het eerste kwartaal van 2016 verwacht.

Partijen
De Green Deal is getekend door de ministeries van Infrastructuur en Milieu (IenM) en Economische Zaken (EZ), de provincies Noord-Holland, Flevoland, Noord-Brabant, Overijssel en Gelderland, de stortplaatsexploitanten Afvalzorg, Attero, Twence, Sortiva en Van Gansewinkel en de brancheorganisaties Stichting Duurzaam Storten en Vereniging Afvalbedrijven. Namens IenM heeft staatssecretaris Mansveld haar handtekening geplaatst en namens EZ minister Kamp. Het rijk zorgt dat de experimenten wettelijk mogelijk zijn, de provincies zien erop toe dat er geen regels worden overtreden. De exploitanten staan centraal bij de uitvoering en de financiering van het tien jaar durende innovatieve experiment.

Steunbetuiging
Het experiment mag zich verheugen op brede maatschappelijke steun. De Green Deal wordt vanuit bestuurlijke hoek ondersteund door gemeenten Almere, Bergen op Zoom en Hollands Kroon, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Waterschap Zuiderzeeland, en vanuit wetenschappelijk/technische hoek door de instituten Deltares, ECN, RIVM, STW, TU Delft en WUR.

Meer weten over de dienstverlening van ECN op het gebied van Circulaire Economie? Kijk op onze producten en dienstenpagina Milieu

Bekijk hier de animatie over circulaire economie:

Categorie: Corporate, Environment