Stikstof is nodig om een groeiende wereldbevolking te voeden, maar vervuilt de lucht, de bodem en het water

maandag 11 april 2011 09:24

Te veel stikstof schadelijk voor economie en milieu – eerste grootschalige Europese onderzoek gepubliceerd   Een omvangrijk onderzoek wijst uit dat stikstofvervuiling de Europese burger jaarlijks 150 tot 740 euro kost. Het eerste grootschalige stikstofonderzoek, ENA (European Nitrogen Assessment), zal op maandag 11 april in het Schotse Edinburg worden gepresenteerd.

Volgens het onderzoek, dat door 200 experts uit 21 landen en 89 organisaties werd uitgevoerd, bedraagt de schade door stikstof in Europa naar schatting 70 tot 320 miljard euro, ruim twee keer zo veel als de extra winst die in de Europese landbouw wordt gemaakt door stikstofhoudende meststoffen te gebruiken.

Het ENA is het eerste onderzoek waarin de economische gevolgen van de verschillende gevaren van stikstofvervuiling – ook de bijdrage daarvan aan klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit – voor een geheel continent zijn bestudeerd. Naast algemene gevaren wijst het onderzoek ook aan in welke regio’s het gevaar van schade als gevolg van stikstofvervuiling het grootst is. Het rapport biedt EU-beleidsmakers uitgebreide wetenschappelijke informatie over de consequenties van een falende aanpak van de stikstofvervuiling en stelt maatregelen voor die kunnen worden genomen om het probleem te beheersen en het milieu en de volksgezondheid te beschermen.

Belangrijke lessen uit het onderzoek zijn:
• Ten minste tien miljoen Europeanen worden mogelijk blootgesteld aan drinkwater met nitraatconcentraties die boven de aanbevolen waarden liggen.
• Nitraten veroorzaken toxische algenbloei en doden het mariene leven, vooral in de Noordzee, de Baltische Zee en langs de kust van Bretagne.
• Stikstofhoudende luchtverontreiniging door landbouw, industrie en verkeer in stedelijke gebieden verhoogt de fijnstofconcentraties in de lucht, waardoor de levensverwachting in Midden-Europa met meerdere maanden afneemt.
• In bossen heeft de neerslag van atmosferisch stikstof tot een afname in de biodiversiteit van ten minste 10% geleid op twee derde van het Europees grondgebied.

De hoofdredacteur van het ENA, dr. Mark Sutton van het Britse Centre for Ecology & Hydrology, zei: “Bijna de helft van de wereldbevolking is voor zijn voedsel afhankelijk van stikstofhoudende meststoffen, en toch zijn maatregelen om de gevolgen van stikstofvervuiling te beheersen noodzakelijk. Mogelijke oplossing zijn een spaarzamer gebruik van meststoffen (ook natuurlijke) en het besluit om minder vlees te eten. We hebben de knowhow om stikstofvervuiling te verminderen, maar moeten deze oplossingen nu overal in Europa op een consistente manier toepassen.”

Dr. Hans van Grinsven van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) verklaarde als hoofdauteur van de ENA-kosten-batenanalyse van stikstof in het leefmilieu: “De huidige milieukosten van stikstof voor Europa zijn torenhoog. Onze analyses tonen aan dat het financiële voordeel van het beheersen van stikstofproblemen ruimschoots opweegt tegen de kosten van de meeste maatregelen die we kunnen nemen. En dat geldt ook voor de landbouw, zelfs als we rekening houden met de bijdrage van stikstofhoudende meststof aan het inkomen van agrariërs en de voedselproductie.”

Bij het totstandkomen van het ENA was er een grote inbreng vanuit de Nederlandse wetenschap en het beleid. Zo hebben het Energieonderzoek centrum Nederland (ECN in Petten), het Planbureau voor de Leefomgeving (Bilthoven) en Alterra (Wageningen) hierin een centrale rol gehad, maar waren er ook bijdragen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Universiteit van Utrecht, Radboud Universiteit Nijmegen, Vrije Universiteit Amsterdam en TNO. Deze grote belangstelling voor het stikstofprobleem in Nederland is niet verwonderlijk: Nederland is namelijk één van de meest stikstofintensieve landen van Europa, terwijl het ook voorop loopt met het reduceren van deze stikstofintensiteit – zo zijn de aanvoer van stikstofkunstmest en de emissies van NOx en NH3 sinds 1990 met ongeveer 50% afgenomen – echter, de gestelde doelen zijn nog steeds niet gehaald.

Het ENA zal worden gepresenteerd aan het begin van de conferentie ‘Nitrogen and Global Change’ in Edinburgh, die een week zal duren. Het ENA is uitgevoerd in het kader van verschillende projecten die door de Europese Commissie en de European Science Foundation worden gesteund, en is bestemd voor de ‘Lucht Conventie’ van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE).

Tegelijk met de presentatie van het ENA wordt  op 11 april in Nature een commentaar van dr. Mark Sutton gepubliceerd, waarin hij uiteenzet waarom stikstofemissies in de komende eeuw een groot milieuprobleem zullen zijn. Klik hier voor het Engelstalige artikel. Ook is er een samenvatting van de ENA, dat is hier te downloaden.

Opmerkingen voor redacties
Voor interviews met dr. Mark Sutton of dr. Hans van Grinsven kunt u contact opnemen met Barnaby Smith van de persafdeling van het Centre for Ecology & Hydrology: bpgs@remove-this-part-ceh.ac.uk / +44(0)7920 295 384

Het ENA zal officieel worden gepresenteerd op 11 april, de eerste dag van de conferentie ‘Nitrogen and Global Change 2011’ die in het EICC in Edinburg zal worden gehouden van 11 t/m 15 april 2011. De presentatie begint met een speech door professor Bob Watson, het hoofd van de wetenschappelijke raad van het Britse ministerie voor Milieu en landbouw. Journalisten zijn welkom bij de officiële presentatie in het EICC. Meer informatie over de tijden en plaatsen staat in het programma van de conferentie: http://www.nitrogen2011.org/webfm_send/42 (pagina 3).

Als u de persconferentie in Edinburgh of andere evenementen tijdens ‘Nitrogen and Global Change 2011’ wilt bijwonen, kunt u contact opnemen met Barnaby Smith. Voor interviews met professor Bob Watson kunt u contact opnemen met Eleanor Hart van de persafdeling van Defra (het Britse ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandsaangelegenheden): http://www.defra.gov.uk/news/contact/

Als u het volledige ENA-rapport wilt lezen voordat dit online wordt gepubliceerd, gaat u naar de website ‘Nitrogen in Europe’: http://www.nine-esf.org/ waar u als volgt toegang tot de tekst krijgt: meld u in het rechtermenu aan met de gebruikersnaam ‘ENA press’ en het wachtwoord ‘enapress2011’. Klik in het linkermenu op ‘ENA press’ en vervolgens op ‘ENA outline’ om pdf-versies van de hoofdstukken van het onderzoek te openen.

Het European Nitrogen Assessment wordt uitgegeven door Cambridge University Press. Meer informatie is te vinden op www.cambridge.org/9781107006126.

Het onderzoek heeft betrekking op ‘reactief stikstof,’ zoals nitraten, ammonia, distikstofoxide (lachgas) en stikstofoxiden (NOx), die bijvoorbeeld tot zure regen en smog leiden, en niet op ‘inert stikstof,’ dat 78% van onze atmosfeer vormt.

Het onderzoek is tot stand gekomen dankzij gecoördineerde inspanningen onder leiding van het onderzoeksnetwerkprogramma Nitrogen in Europe (NinE) van de European Science Foundation, het binnen het zesde kaderprogramma van de Europese Commissie gesteunde samenwerkingsproject NitroEurope, en COST-actie 729.

Het onderzoek is een bijdrage aan het werk van de Task Force on Reactive Nitrogen (TFRN), onder aanvoering van het Verenigd Koninkrijk en Nederland ten dienste van de langetermijndoelstellingen van de VN/ECE-conventie betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand (CLRTAP: Convention on Long-range Transboundary Air Pollution). Daarnaast vormt het onderzoek een Europese bijdrage aan het werk van het INI (International Nitrogen Initiative) – een gezamenlijk project van het IGBP (International Geosphere Biosphere Programme) en SCOPE (Scientific Committee on Problems of the Environment – dat is gericht op het verzamelen van bewijs op basis waarvan VN-verdragen en multilaterale afspraken kunnen worden gesloten.

Het ENA-rapport is het resultaat van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. De hierin geuite meningen en conclusies zijn van de auteurs en hoeven niet noodzakelijk overeen te komen met het beleid van de ondersteunende organisaties.

 

 

Categorie: Corporate, Biomassa, Kolen & Milieuonderzoek