Column: van 17 naar 23 procent broeikasgasreductie en toch geen goed nieuws voor het klimaat

dinsdag 18 oktober 2016 12:02

Het percentage broeikasgasreductie in 2020 is in de Nationale Energieverkenning 2016 behoorlijk omhoog bijgesteld, van 17% naar 23%. En dat terwijl er in het beleid niet enorm veel veranderd lijkt. Hoe kan dat? En misschien wel belangrijker: wat betekent dit eigenlijk voor het klimaat? Michiel Hekkenberg, projectleider NEV 2016, geeft uitleg.

De bijstelling kent twee kanten: de emissie is in 1990 hoger geweest dan eerder werd gedacht en de projectie voor 2020 is nu juist lager. Samen geeft dat een scherpere reductie. Maar hoe zit dit nu precies?

Meer broeikasgasemissie in 1990 dan gedacht
De statistiek voor broeikasgasemissies in 1990 is dit jaar omhoog bijgesteld met 2,7 Mt. Deze bijstelling hangt samen met de herziening van de energiestatistiek die vorig jaar is uitgevoerd. Dit jaar zijn de cijfers teruggelegd naar 1990 en verwerkt in de emissieregistratie. Het CBS heeft nu de beschikking over betere bronnen met meer detailinformatie over het energieverbruik, die ook maken dat de cijfers over het verleden beter geïnterpreteerd kunnen worden. Het energiegebruik van onder andere huishoudens en transport in 1990 is hierdoor omhoog bijgesteld, dus ook de emissies.

Vorig jaar was de emissie in het basisjaar 1990 ook al omhoog bijgesteld, en zelfs nog sterker, met 7,7 Mt CO2-equivalent. Dit kwam onder andere door de toepassing van de nieuwe IPCC richtlijn voor de opwarmingspotentiëlen (GWP) van overige broeikasgassen. Nieuwe inzichten in de relatieve sterkte van broeikasgassen ten opzichte van CO2 hebben geleid tot een opwaartse bijstelling van het effect van methaan met ongeveer 20%. In 1990 was de methaanuitstoot in Nederland aanzienlijk, waardoor dat flink doortikt in de cijfers.

Geen goed nieuws
Deze bijstellingen zijn natuurlijk geen goed nieuws voor het klimaat. Immers, de broeikasuitstoot in het verleden blijkt nu in totaal zo’n 5% (ruim 10 Mt CO2-equivalenten) hoger dan eerder gedacht. De doelstellingen voor broeikasgasuitstoot, die gemaakt zijn op basis van de eerdere inzichten, krijgen hierdoor ook een andere betekenis. Want in feite betekent de verhoging dat bij de afgesproken reductiepercentages (of dat nu 20%, 25% of 80-95% is) ook een hogere uitstoot overblijft dan eerder gedacht. De absolute uitstoot die bij de oude cijfers neerkwam op 25 procent reductie, wordt bij de nieuwe cijfers bijvoorbeeld pas bereikt bij 28 procent reductie.

Wel flinke reductie in de afgelopen jaren
De cijfers bevatten echter ook nieuws dat wel relatief ‘goed’ is. We wisten al dat Nederland er de afgelopen jaren in geslaagd is de uitstoot van overige broeikasgassen flink te reduceren. Door de veranderde GWP waarden leiden deze reducties tot snellere afname van CO2-equivalenten dan eerder gedacht. Ook de vernieuwde energiecijfers pakken voor het recentere verleden juist positief uit. De uitstoot in 2012 ligt (ondanks hogere GWP waarden) daardoor ‘slechts’ een krappe 4 Mt boven de in 2014 bekende waarde, en zelfs 1 Mt onder de waarde die vorig jaar bekend was. De recente uitstoot was dus nog altijd hoger dan ten tijde van de doelstellingen werd gedacht, maar een deel van de hogere uitstoot hebben we dus al weer ingelopen.

Ook in de toekomst  minder emissie in Nederland
Naast de bijstellingen in de historische emissies komen de projecties voor 2020 dit jaar 7,5 Mt lager uit dan de NEV 2015, en 5,5 Mt lager dan in de NEV 2014 werd verwacht. Is dat dan echt goed nieuws? Eerst maar eens kijken naar hoe dat komt. Ook hieraan ligt een combinatie van oorzaken ten grondslag.

Enerzijds wordt een scherpere daling van het energiegebruik bij eindgebruikers verwacht ten opzichte van de NEV van vorig jaar. Dit leidt bij de gebouwde omgeving, transport en landbouw ieder tot ongeveer 1 Mt minder uitstoot. Het verbruik in de gebouwde omgeving wordt lager door een sterkere doorwerking van beleidsinstrumenten. Ook bij de landbouw zit een klein beleidseffect. Dat zijn dus zuivere ´goed nieuws´-punten. Voor transport is de daling vooral boekhoudkundig. In die sector geldt dat het verbruik en de uitstoot worden bepaald aan de hand van verkoopcijfers, daar waar getankt wordt. Nieuwe cijfers laten zien dat er sinds enkele jaren structureel minder in Nederland wordt getankt en meer in het buitenland. De emissies komen in dat geval niet op het conto van Nederland, maar op dat van het buitenland.

Tot slot laat het huidige beeld zien dat bij de verwachte omstandigheden op de elektriciteitsmarkt in 2020 een fors hogere netto stroomimport plaatsvindt dan vorig jaar werd verwacht. Hogere capaciteit van hernieuwbare energie en een grotere interconnectie met Duitsland maken dat een deel van de stroom nu uit het buitenland gaat komen. Eerder werd verondersteld dat die in Nederlandse kolen- en gascentrales zou worden geproduceerd. Voor zover daarbij fossiele energie wordt ingezet, zal deze dus ook in het buitenland meetellen voor de emissieboekhouding. In Nederland wordt zo 3,6 Mt minder uitgestoten. Ook de situatie voor warmte-kracht-koppeling (WKK) is bij deze marktomstandigheden ongunstig, wat het andere deel van de teruggang in energiegebruik bij de landbouw verklaart. De lagere inzet van WKK en de lagere verwachte aardgaswinning zorgen ook voor een bijstelling naar beneden van 0,6 Mt in de overige broeikasgassen (met name methaan).

Goed nieuws voor het klimaat? Nee.
Al met al leiden deze veranderingen dus tot een sterkere relatieve teruggang van de broeikasgasemissies dan eerder werd verwacht. Dat klinkt als goed nieuws. Bij nadere beschouwing blijkt echter dat slechts een klein deel van de wijziging met recht goed nieuws genoemd kan worden. De totale emissies van 1990 tot 2020 samen opgeteld liggen nu een stuk hoger dan in de NEV 2014 werd verondersteld. En dat is uiteindelijk waar het voor het klimaat over gaat. Bovendien wordt een deel van de verwachte teruggang in Nederland de komende jaren veroorzaakt door een verschuiving van emissies naar het buitenland. Daar schiet het klimaat niets mee op. Op het oog lijkt de aanpassing dus goed nieuws, maar voor het klimaat is het huidige beeld met 23% reductie in feite slechter dan het beeld van 17% uit de NEV 2014.

Wilt u reageren op dit stuk? Neem dan contact op met Michiel Hekkenberg, projectleider NEV 2016 via ons contactformulier. U kunt meer over de NEV 2016 lezen op onze speciale NEV 2016 webpagina. Of bekijk onderstaande animatievideo over dit onderwerp:

Categorie: Corporate, Beleidsstudies