CCS in Nederlandse industrie mondiaal warm aanbevolen

dinsdag 11 oktober 2011 10:42

Bij CO2 afvang en opslag (CCS), een technologie om klimaatveranderingveroorzakende emissies van CO2 te verminderen, denken veel mensen vaak alleen aan kolencentrales. CO2 kan echter ook worden afgevangen bij industriële toepassingen zoals de chemische industrie, de staalindustrie en raffinaderijen. Sterker nog: daar is het vaak goedkoper, gemakkelijker én noodzakelijker. Dit is nu bevestigd in een mondiale studie waarin Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) een flinke rol heeft gespeeld en waarvan Nederland zich de conclusies zou moeten aantrekken.

In hun technologie-routekaart voor CCS in de industrie, waaraan ECN heeft meegewerkt als principal consultant, concluderen de United Nations Industrial Development Organisation (UNIDO) en het Internationaal Energie Agentschap (IEA) dat er steekhoudende argumenten zijn om CCS in de industrie hoog op de agenda te zetten. Ten eerste: was de bijdrage van de industrie volgens eerdere gegevens al fors, de goedkopere en gemakkelijker toegankelijke mogelijkheden voor CCS zitten vooral in de industrie. Daar kun je dus beter beginnen. Ten tweede heeft de industrie, in tegenstelling tot kolencentrales, vaak geen alternatief om diepe CO2-emissiereducties van 80% of meer te bereiken. Ten derde heeft CCS bij biomassatoepassingen een extra voordeel: het kan leiden tot het netto verwijderen van CO2 uit de atmosfeer - een optie waar we, mocht klimaatverandering echt uit de hand lopen, nog wel eens veel aan zouden kunnen hebben.  

Bescheiden rol CCS in industrie
Ook in Nederland gaat er veel aandacht naar CCS in kolencentrales, alhoewel Nederland veel meer CO2-emissies uit de industrie heeft. De Nederlandse overheid en de Europese Commissie geven verreweg de meeste subsidie aan CCS bij kolencentrales. Het meeste onderzoek wordt ook naar CCS in de elektriciteitssector gedaan, en dan met name elektriciteit uit kolen. Bij het Nederlandse CATO2 onderzoeksprogramma bijvoorbeeld, speelt CCS in de industrie een bescheiden rol. 

Als een land met veel industrie én veel CO2-opslagcapaciteit zou Nederland een aantal boodschappen uit de CCS-industrie technologieroutekaart ook ter harte moeten nemen. Voor de komende tien jaar bevelen UNIDO en de IEA aan dat demonstraties in essentiële industriesectoren moeten worden gerealiseerd in industrielanden als Nederland, maar ook in ontwikkelingslanden. Financiering moet voor beide doelstellingen worden gevonden, het ligt voor Nederland voor de hand om daar een significante bijdrage aan te leveren – zowel uit eigen economisch belang als om zelf haar emissiereductiedoelstellingen van 2050 te kunnen halen. Alhoewel uiteindelijk de industrie zelf aan de slag moet met CO2 afvang, is er nu nog publiek gefinancierd onderzoek nodig om meer informatie in het publieke domein te brengen.

Gelukkig gebeurt al het een en ander in Nederland op het gebied van CCS in de industrie. In IJmuiden spelen diverse initiatieven bij de Tata staalfabriek. Met de haven van Rotterdam heeft Nederland een unieke proeftuin. Er zou echter veel meer kunnen gebeuren om die gunstige innovatiepositie van Nederland verder uit te buiten. 

Een laatste aanbeveling gaat over de beschikbaarheid van onafhankelijke data, over kosten, potentiëlen en inschattingen van mogelijke kostenreducties. Er zijn nauwelijks onafhankelijke, diepgaande kostenstudies te vinden over CCS in de industrie, terwijl er tientallen zijn over CCS in kolencentrales. In het proces dat leidde naar de routekaart was de afwezigheid van dergelijke gegevens een barrière voor het trekken van detailconclusies over CCS in de industrie. Dat laatste laat echter onverlet dat het belang van CCS in de industrie moeilijk te onderschatten is, en in geen verhouding staat met de beperkte aandacht in Nederland.

De UNIDO/IEA Technology Roadmap on CCS in industrial applications is beschikbaar op http://www.unido.org/fileadmin/user_media/Services/Energy_and_Climate_Change/Energy_Efficiency/CCS/CCS_Industry_Roadmap_WEB.pdf. Meer informatie: Heleen de Coninck.

 

Categorie: Corporate, Beleidsstudies, Biomassa, Kolen & Milieuonderzoek