Maart 2013

Biobrandstof onder vuur

Bio-energie raakt aan enkele urgente mondiale vraagstukken. Aan de ene kant kan inzet van de juiste biomassa de toename van het broeikaseffect helpen beperken. Bij gebruik van biomassa als energiebron komt immers CO2 vrij die planten tijdens hun groei uit de atmosfeer hebben gehaald. In het ideale geval is er dus per saldo geen CO2-uitstoot. Aan de andere kant kan onverantwoord gebruik van biomassa leiden tot een boel narigheid.

Eerste generatie

Op dit moment liggen vooral de biobrandstoffen van de eerste generatie zwaar onder vuur. Zij worden geproduceerd uit voedselgewassen, zoals koolzaad of mais. Vooral de allerarmsten kunnen daar de dupe van worden als de prijzen van hun basisvoedsel stijgen. Dat zal gebeuren wanneer de landbouwproductie geen gelijke tred kan houden met een hogere vraag naar deze gewassen, deels doordat gewassen als biobrandstof worden gebruikt. Daarnaast verdwijnen natuurgebieden door ontginning tot landbouwgrond. Hierdoor blijkt de netto reductie van CO2-uitstoot uit eerste-generatie biobrandstof in de praktijk aanzienlijk lager uit te pakken dan gehoopt.

Nieuwe bronnen

ECN kiest er daarom voor alleen technologie te ontwikkelen voor tweede- en derde-generatie biobrandstoffen, die nu nog niet op grote schaal commercieel worden toegepast. De tweede-generatie biobrandstoffen worden gemaakt uit hout- en grasachtige gewassen, residuen en uit afvalstromen zoals stro en resthout. Voor de toekomst voorziet men een derde generatie biobrandstoffen uit ‘nieuwe’ bronnen, zoals algen en wieren. Deze opties gebruiken dus geen voedsel als grondstof. Maar ook tweede en derde-generatie biobrandstoffen kunnen niet los worden gezien van de grote claims die de groeiende wereldbevolking legt op de aarde: op grondstoffen, op water, land en zee.

Ruimtegebrek

Het zal passen en meten worden om in 2050 een wereldbevolking van 9 miljard mensen te laten leven en te voeden en daarnaast ruimte te houden voor zowel natuur als biomassaproductie. De sterk stijgende mondiale vleesconsumptie speelt hier een sleutelrol. Op dit moment wordt meer dan tweederde van het mondiale landbouwareaal gebruikt voor productie van veevoer. Sommigen zien de oplossing in maximale intensivering en technologische vernieuwing van landbouw en veeteelt, anderen denken dat we gewoon veel minder vlees moeten gaan eten.

Bijdrage ECN

Wat is de bijdrage van ECN? Wij willen ervoor zorgen dat voor zover er bio-energie wordt geproduceerd, dit zo zorgvuldig en hoogwaardig mogelijk gebeurt. We werken aan geavanceerde technologie om relatief laagwaardige biomassastromen schoon en efficiënt om te zetten in zo hoogwaardig mogelijke energie en andere nuttige producten. Daarnaast adviseren we overheden over de lastige keuzes die zij moeten maken in dit complexe dossier, dat raakt aan praktisch alle denkbare duurzaamheidsissues. Ook zo draagt ECN bij aan een verantwoorde inzet van biomassa.

Hein de Wilde is onderzoeker energiegebruik en emissies in transport bij ECN. Wilt u reageren op deze blog? Mail hem.