‘Duurzame energie subsidiëren of verplichten?’

Wat is er nu makkelijker, dachten vele politieke partijen in 2010, dan een verplichting voor duurzame energie?  De overheid legt het aandeel duurzame energie als bindende norm op aan energiebedrijven en de markt bepaalt dan de prijs. Kwestie van vraag en aanbod in een zelfregulerende markt.

Tweede Kamer

Onlangs heeft EL&I, bijgestaan door ECN, voor de Tweede Kamer de eerste contouren van zo’n verplichtingsbeleid geschetst. Wat blijkt? In ieder geval dat de nieuwe Tweede Kamer zich over een heleboel technische aspecten van zo’n verplichting zal moeten uitspreken. Bijvoorbeeld over de  hoogte van de verplichting, of het wel of niet meenemen van groen gas. Dat compliceert de zaak, omdat de effecten van die keuzes op de efficiëntie en effectiviteit van het beleid nu nog lastig te doorgronden zijn.

Toezichthouder

Een subsidie die jaarlijks herijkt moet worden mag lastig zijn. Maar een nieuwe markt voor duurzame energie creëren is helemaal een uitdaging. Een markt die nieuwe toetreders en partijen met gevestigde belangen gelijk behandelt, vraagt om duidelijke regulering. Eventueel marktfalen zal hard op de politiek terugslaan. Een nieuwe toezichthouder zal dan ook niet lang op zich laten wachten.

Tomtom

Welk systeem is nu ‘gemakkelijker’? Een subsidiesysteem, waarbij de politiek zelf het heft in handen heeft en snel kan bijsturen? Of een verplichtingssysteem, waarbij de politiek slechts een Tomtom aan de gebruiker geeft? Mocht die Tomtom falen, dan moet het voertuig meteen terug naar de garage voor grootschalig onderhoud.

Eenvoud van beleid

Een verplicht aandeel duurzame energie kán voor consumenten goedkoper uitpakken dan een subsidie. Het zal in ieder geval geworteld zijn in een complex systeem, waar de politiek actief toezicht op zal moeten blijven houden. Er lijken legitieme argumenten te zijn die voor een verplichting pleiten. Eenvoud van beleid hoort daar niet bij.

Sander Lensink is beleidsonderzoeker bij ECN

Bekijk een studie van ECN naar de kosteneffectiviteit van een verplichtingsbeleid.