‘Overheidsbeleid remmende factor’

In de snelgroeiende markt voor offshore-windenergie liggen voor Nederland veel kansen, zegt Jos Beurskens. Hij was vanuit ECN mede-organisator van een grote Europese windconferentie  die in april in Kopenhagen werd gehouden. Maar doordat offshore-wind in het overheidsbeleid een lage prioriteit krijgt, dreigt Nederland de boot te missen.

Bron: BNR Nieuwsradio.

De toelichting van Sander Lensink, beleidsonderzoeker:

Oud-ECN’er Jos Beurskens heeft op BNR Nieuwsradio suggesties gedaan voor verbetering van het Nederlandse beleid voor windenergie. Het huidige beleid voor wind op zee richt zich sterk op innovatie. De aanpak met innovatiecontracten is krachtig, maar Jos wijst er terecht op dat er ook praktijktoepassingen van windenergie nodig zijn. Sommige dingen moet je gewoon doen, om ervan te kunnen leren.

Noordzee als achtertuin

De Nederlandse overheid wil vooral de goedkoopste technologieën benutten om aan de doelstelling voor duurzame energie te voldoen. Daardoor zullen nieuwe windprojecten op zee niet meer gesubsidieerd worden. In Nederland zullen we voorlopig dus geen nieuwe praktijkervaring meer opdoen in de constructie van windparken. Hoewel Jos aangeeft dat een thuismarkt belangrijk is om een innovatieve sector op poten te krijgen, mag best gesteld worden dat de hele Noordzee als Hollandse achtertuin een bruikbare thuismarkt is. En zolang Engeland, Duitsland, België en Denemarken wel willen investeren in nieuwe windparken, lijkt er dus nog geen man overboord.

Havenfaciliteiten

Een windpark ontstaat niet doordat een energiebedrijf zelf een paar turbines in zee zet; er zijn vele toeleveranciers bij betrokken. De Nederlandse belangen in wind op zee zijn groot, ook zonder Nederlandse projectontwikkelaars of Nederlandse windturbines. De Nederlandse toeleveranciers, zoals scheepsbouwer Damen, baggeraar Van Oord of hijskranengigant Mammoet, worden op achterstand gezet als nieuwe windparken ver buiten het Nederlandse grondgebied worden ontwikkeld. Een van de manieren om windparken ‘dichterbij’ te halen, is om voldoende havenfaciliteiten aan te bieden van waaruit windparken gebouwd of onderhouden kunnen worden.

Vitale sector

Als de overheid volhardt in het standpunt ‘tot hier en niet verder’, ofwel alleen wil investeren in technologieën met een huidige kostprijs tot 15 eurocent per kilowattuur, dan kan zij op z’n minst voor flankerend beleid zorgen. Door buitenlandse partijen te verleiden om vanuit Nederland nieuwe windparken te ontwikkelen, geven we Nederlandse bedrijven een betere kans om internationaal te concurreren. Daardoor kunnen ook Nederlandse bedrijven leren en werken combineren, en blijft windenergiesector een vitaal onderdeel van onze economie.

Uitrollen

Hoe bruikbaar de innovatiecontracten ook zijn, Jos Beurkens heeft gelijk dat een goed innovatieklimaat om breed beleid vraagt: niet alleen research and development, maar ook deployment (‘uitrollen’). Geheel afzien van nieuwe windparken op zee, omdat ze te duur zouden zijn, kan ons wel eens duur komen te staan.

Reageer op deze toelichting