‘Subsidies voor zonne-energie zijn weggegooid geld’

'Het faillissement van de door president Obama gesubsidieerde Californische zonnepanelenproducent Solyndra is nog niets vergeleken bij de tientallen miljarden euro’s aan subsidies die Duitsland over de balk heeft gesmeten om de zonne-energiesector te stimuleren.'

Bron: The Economist, 15 oktober 2011

Wim Sinke reageert op dit artikel. Hij is stafmedewerker Programma & Strategie Zonne-energie bij ECN en voorzitter van het European Photovoltaic Technology Platform. Zijn reactie verscheen eerder in het digitale vakblad Bits&Chips.

‘Het faillissement van Solyndra wordt door The Economist aangegrepen om te beargumenteren dat “subsidies” in de brede zin van het woord de zonne-energiesector geen goed doen. Daarbij wordt meteen ook een uitstapje gemaakt naar de Europese “subsidies” voor marktontwikkeling en in het bijzonder de terugleververgoedingen in een aantal landen. Ze zijn weggegooid geld, daar komt het verhaal in The Economist op neer.

Noodzakelijk kwaad

‘Ik ben de eerste om te erkennen dat subsidies alleen moeten worden verstrekt om marktfalen te compenseren. Ze zijn in zeker opzicht een noodzakelijk kwaad, maar daarom nog niet uit den boze. Op het gebied van energie en klimaat faalt de internationale markt op een formidabele manier. De wereld probeert uit alle macht om internationale afspraken te maken die leiden tot (onder meer) reductie van CO2-emissies. Je hoeft geen zwartkijker te zijn om te zien dat dat gewoon niet lukt en zeker niet op tijd. Wij hebben de pijngrens van klimaatverandering en andere energiegerelateerde ongemakken nog niet bereikt en daarom is de drang om te handelen nog niet sterk. Zo werkt het in het klein bij individuen en zo werkt het ook in het groot bij landen.

Een aantal landen, met Duitsland als bekend - en wat mij betreft lichtend - voorbeeld, heeft daarom besloten om niet te wachten op internationale afspraken en neemt het heft in eigen hand. Die landen doen dat uit de overtuiging dat het sneller moet én kan met de introductie van duurzame energie, maar ook uit een welbegrepen eigenbelang. Immers, er bestaat weinig twijfel over dat duurzame energie een van de belangrijkste economische groeisectoren van de eenentwintigste eeuw wordt.

Moordende concurrentie

De verschillen van inzicht die er zijn, betreffen de consequenties van die overtuiging. Moet je voor de troepen uitlopen om zo te proberen een sterke mondiale speler te worden en de economische vruchten te plukken van de groei, of kun je beter pas instappen als duurzame energie eenmaal goedkoop is? Duitsland kiest voor een geïntegreerde aanpak waarbij energie- en industriepolitiek hand in hand gaan. Duitsland is een industrieland in hart en nieren en men weet daar maar al te goed dat het onmogelijk is om in een hightechsector in te stappen als die eenmaal de kinderschoenen is ontgroeid. Óf je doet vanaf het begin mee, óf je hebt het nakijken. Zelfs als je vanaf het begin meedoet is het nog helemaal niet vanzelfsprekend dat je op langere termijn een rol blijft spelen. De kansen en belangen zijn enorm en dus is de concurrentie moordend.

Concurrerende prijzen

Het is makkelijk, goedkoop zelfs, om te stellen dat Duitsland heeft geblunderd met zijn beleid, zoals The Economist feitelijk doet. Inderdaad, er zijn vele miljarden besteed aan de ontwikkeling van de markt en inmiddels zijn veel banen in de productie van zonnecellen en –panelen naar Azië verhuisd. Dat is echter all in the game en bovendien zijn er nog heel veel banen in andere delen van de waardeketen. Ook daar heeft Duitsland een sterke of zelfs leidende positie. In de PV-sector zijn we waar we zijn dánkzij Duitsland. Zonder onze Oosterburen was het wat PV betreft nu het jaar 2000, of leefden we zelfs nog in de twintigste eeuw. Dankzij Duitsland en de inspanningen van enkele andere landen zal zonnestroom al in de loop van dit decennium kunnen concurreren in grote delen van de totale mondiale elektriciteitsmarkt. Let wel: niet alleen op het niveau van consumentenprijzen. Dit was ondenkbaar zonder de gigawatts die inmiddels in Duitsland staan opgesteld. Wie me niet gelooft, moet beslist een paar rapportjes downloaden, zoals: Solar photovoltaics competing in the energy sector (van de Europese PV-branchevereniging EPIA), $1/W Photovoltaic Systems (White Paper van het US Department Of Energy bij het Sunshot Initiative) en The photovoltaic reality ahead: terawatt-scale market potential powered by pico- to gigawatt PV systems and enabled by high learning and growth rates (van het Duitse bedrijf Q-Cells).

Droogzwemmers

Het is niet zo moeilijk om grof te schatten hoeveel het de wereld moet kosten om zonnestroom concurrerend te maken, namelijk een paar honderd miljard euro. Deze mondiale ‘onrendabele’ top kan worden bepaald uit de leercurves van zonnepanelen en PV-systemen. Leercurves geven de prijsverlaging als functie van het totale geproduceerde en/of geïnstalleerde volume, waarbij constante innovatie een voorwaarde is. De leercurves voor zonnestroom zijn erg robuust en hebben hun geldigheid bewezen over meer dan drie decennia. Een paar honderd miljard voor een universeel inzetbare, duurzame energietechnologie met een vrijwel onbeperkt potentieel. Peanuts voor de wereld als geheel, maar te veel voor één land. In plaats van Duitsland te bedanken voor hun investeringen in het belang van de rest van de wereld, kiezen sommigen voor het tegenovergestelde. Droogzwemmers geven kritiek op Pieter van den Hoogenband.

Koolstofbelasting

Het advies dat The Economist in het bewuste artikel geeft, kennen we al. Het is, niet verrassend, het vermeende panacee en luidt: schaf subsidies op conventionele energie af en voer een koolstofbelasting in, dan kan de markt zijn werk doen en worden dure rampen zoals rondom Solyndra en de Europese PV-markten voorkomen. Men vergeet daarbij echter dat juist het totale onvermogen om dat voor elkaar te krijgen de aanleiding vormt voor het gewraakte beleid. Bovendien leidt een koolstofbelasting tot eenzijdige bevordering van de goedkoopste opties en dat zijn zeker niet altijd de opties met het grootste potentieel, het beste duurzaamheidsprofiel of het grootste publieke draagvlak. Niet voor niets heeft de PV-sector zich altijd verzet tegen een (te vroeg) duurzame-energiebeleid op basis van een koolstofbelasting (of iets dergelijks) alleen.

Zonder fouten geen lessen

We hebben een intelligente mix van marktstimuleringsmechanismen nodig om snel ergens te komen met zonne-energie. Bij het mondiale leerproces om die beste mix te bepalen worden fouten gemaakt, maar zonder fouten geen lessen en zonder lessen geen wijsheid. De wereld moet en kan zich dat permitteren. Ik denk dat enige bescheidenheid ten aanzien van economische en financiële adviezen op het gebied van zonne-energie op zijn plaats is. Het vrije-marktideaal heeft de afgelopen jaren wel iets van zijn glans verloren, dacht ik zo.’