ECN leidt Europees project voor beter meten broeikasgassen

Meetstation in de bergen bij het Poolse Kasprowy Wierch

Over niet-CO2-broeikasgassen is nog weinig bekend, hoewel ze samen bijna net zo belangrijk zijn voor het door mensen veroorzaakte klimaateffect als het veel bekendere CO2 (kooldioxide). ECN stuurt sinds 1 oktober 34 instituten uit vijftien landen aan in een project dat tot doel heeft de uitstoot van methaan, lachgas en andere niet-CO2-broeikasgassen beter in kaart te brengen. De metingen aan deze moeilijk meetbare gassen worden gedaan vanaf bergtoppen, torens, schepen en vliegtuigen. Het project heet InGOS (Integrated Non-CO2 Greenhouse gas Observing System) en wordt gefinancierd door de Europese Unie als bijdrage aan het globale aardobservatie systeem GEO. Het project duurt vier jaar en heeft een budget van ruim 10 miljoen euro.

Betrouwbare emissiekaarten

De ambitie van de deelnemers is de emissieschattingen per land zo te optimaliseren dat beleidsmakers onafhankelijke emissiekaarten kunnen vergelijken met de officiële waarden die landen rapporteren. Hierdoor kunnen zij gemakkelijker doeltreffende keuzes maken voor verdere beperking van emissies. Om dit doel te bereiken zullen de deelnemers in InGOS computermodellen verfijnen en meer en betere metingen doen. De waarnemingen die nu en in de toekomst door satellieten worden gedaan, worden veel beter bruikbaar door ze te combineren met de metingen vanuit het InGOS-project waarnemingen worden door combinatie met de InGOS punt en remote sensing grondmetingen veel beter bruikbaar. Geavanceerde computermodellen rekenen de meetgegevens om tot emissiekaarten. De metingen staan los van wat afzonderlijke landen zelf rapporteren. Daardoor geven de emissiekaarten een betrouwbaar beeld van de hoeveelheid broeikasgassen die op een bepaalde locatie de atmosfeer terecht komen.

Lees de brochure over InGOS  

Ga naar de website van InGOS