ECN: FAQ

ECN

Energy information - FAQ

Hierna volgen antwoorden op veelgestelde vragen (FAQs) of vragen die u misschien had willen stellen. Heeft u ook een vraag over een energie-gerelateerd onderwerp? Stuur een e-mail naar de beheerder van deze pagina.

Show all / Hide all

fold faq

Wat is de definitie van energiebesparing?

De definitie van energiebesparing is:

het uitvoeren van dezelfde activiteiten met minder verbruik van energie.

De hoeveelheid bespaarde energie is het verschil tussen het werkelijke gebruik en het gebruik dat zou zijn opgetreden als er geen besparing zou zijn geweest (zie de grafiek).

Vanwege de definitie van energiebesparing is het mogelijk dat het energiegebruik stijgt terwijl er toch energie wordt bespaard. Dit gebeurt als de totale omvang van de activiteiten sneller groeit dan er op energiegebruik per activiteit wordt bespaard. Hier is een voorbeeld om dat te verduidelijken: als het aantal afgelegde autokilometers met 1% per jaar stijgt, en het gemiddeld gebruik per kilometer met 0,6% per jaar daalt, dan is het besparingstempo 0,6% per jaar. Toch stijgt het totale energieverbruik van auto’s dan met (ongeveer) 0,4% per jaar. Een beleid dat een doel voor energiebesparing stelt hoeft dan ook niet te leiden tot een lager totaal energiegebruik.

De officiële methode waarmee de energiebesparing in Nederland wordt berekend is beschreven in het Protocol Monitoring Energiebesparing. Dit protocol is opgesteld door het Platform Monitoring Energiebesparing waar ECN deel van uitmaakt. De besparing wordt berekend voor het nationaal niveau en op sectorniveau: de energiesector, de industrie, huishoudens, diensten, transport en de land- en tuinbouwsector. Meer informatie is te vinden op de themapagina energiebesparing – monitoring.


Expert: Joost Gerdes
fold faq

Bespaart de spaarlamp?

Langzamerhand wordt afscheid genomen van de gloeilamp. Vanaf september 2012 is het definitief gedaan met de productie en import van het peertje in Europa. Dan zijn we aangewezen op spaar- of ledlampen, die elektriciteit veel efficiënter omzetten in licht. Het energiegebruik gaat dus omlaag. Toch?

Er zit wel een addertje onder het gras. De elektriciteit die niet in licht wordt omgezet, komt wel vrij als warmte. Een gloeilamp levert dus meer warmte dan een spaar- of ledlamp. En die warmte hoeft de CV-ketel niet te leveren. Als die warmte tenminste vrij komt op de juiste tijd en plaats, bijvoorbeeld in de woonkamer op een koude winteravond. Dus geen besparing?

Gelukkig toch wel. Naar schatting komt maar maximaal de helft van de warmte van lampen vrij op het juiste moment en de juiste plaats. Dit grote warmteverlies treedt op door bijvoorbeeld gloeilampen in buitenverlichting en het aanschakelen van gloeilampen terwijl er geen warmtebehoefte is. Ook is de nuttig gebruikte warmte opgewekt met elektriciteit en dat is niet efficiënt: er gaat in een elektriciteitscentrale tussen de anderhalf en drie keer zoveel brandstof in als dat er aan elektriciteit uitkomt. Dat doet een HR-ketel beter: daar komt bijna evenveel warmte uit als dat er aan brandstof ingaat. Per saldo levert de overschakeling op spaarlampen dus wel degelijk energiebesparing op.

En financieel ziet het plaatje er nog beter uit. Energie uit elektriciteit  is namelijk veel duurder dan een zelfde hoeveelheid energie uit aardgas, zeker voor kleinverbruikers als huishoudens. Een spaarlamp bespaart dus meer geld dan energie. Zitten we er toch warmpjes bij na 2012.

Meer informatie (in het Engels): Frequently asked questions about the regulation on ecodesign requirements for non-directional household lamps (persbericht, MEMO/09/113, Brussels, 18 March 2009).


Expert: Bert Daniels
fold faq

Wat is warmtekrachtkoppeling?

Warmtekrachtkoppeling (WKK) is een techniek waarbij de warmte die vrijkomt bij elektriciteitsproductie nuttig wordt gebruikt.

Elektriciteitscentrales produceren niet alleen stroom, maar ook veel warmte. Bij conventionele elektriciteitsproductie wordt deze warmte geloosd naar het oppervlaktewater of met koeltorens afgevoerd.

Bij WKK wordt de warmte ter plaatse gebruikt of in de vorm van heet water of stoom getransporteerd. Als een WKK-installatie meer elektriciteit produceert dan de eigenaar zelf nodig heeft dan kan het overschot worden geleverd aan het elektriciteitsnet.

Het WKK-principe wordt op verschillende schaalgroottes toegepast. In de industrie worden grootschalige installaties gebruikt die te vergelijken zijn met conventionele elektriciteitscentrales. Kleinere WKK-types worden gebruikt voor verwarming van bijvoorbeeld tuinbouwkassen en ziekenhuizen. Zelfs op de schaal van huishoudens kan het principe worden toegepast: dit heet micro-WKK.

 

 

Figuur 1: Verdeling elektriciteitsproductie van decentrale WKK naar sector (2008; CBS)

Referenties:

  • CBS: Elektriciteit; productie en productiemiddelen. www.cbs.nl

Expert: Wouter Wetzels
fold faq

Verlaagt WKK altijd de totale CO2-emissie?

Nee, niet als het gaat om kleinschalige warmtekrachtkoppeling (WKK) buiten het emissiehandelssysteem.

Een belangrijk voordeel van WKK is dat er meestal minder brandstof voor nodig is dan voor de meest gebruikelijke alternatieve manieren om warmte en elektriciteit te produceren.

Toch kan WKK juist leiden tot een verhoging van de totale CO2-emissie. Dit gebeurt als de elektriciteitsopwekking plaatsvindt bij relatief kleine bedrijven (of bij huishoudens) die niet deelnemen aan het Europese emissiehandelssysteem (ETS).

De grote Europese elektriciteitsproducenten en de energie-intensieve industrie nemen verplicht aan het emissiehandelssysteem deel.  Op een markt worden emissierechten verhandeld die recht geven om broeikasgassen uit te stoten. Er is een uitstootplafond vastgelegd waardoor het aantal emissierechten begrensd is.

Als kleinschalige warmtekrachtopwekking plaatsvindt buiten het emissiehandelssysteem nemen het aardgasverbruik en de CO2-uitstoot buiten het ETS toe. Omdat het uitstootplafond van alle ETS-bedrijven is vastgelegd gaan de totale (ETS plus niet-ETS) CO2-emissies hierdoor omhoog.


Expert: Wouter Wetzels
fold faq

Is het altijd goedkoper om eerst energie te besparen en daarna pas duurzame bronnen te gebruiken?

Nee, dat is het niet. Zowel met energiebesparing als met duurzame energie kun je de CO2-uitstoot en het verbruik van fossiele brandstoffen verminderen. Energie uit duurzame bronnen kost wel voorlopig meer dan fossiele energie. Maar ook energie besparen kan duur zijn en is lang niet altijd rendabel. Kijk naar de figuur uit het Optiedocument, daarin zijn opties om fossiel brandstofverbruik te verminderen gerangschikt naar kosten. Daar zie je bijvoorbeeld dat besparing door CO2-normering van auto’s duurder is dan elektriciteit uit windenergie. Opties onder de streep zijn rendabel. Dat betekent dat het isoleren van je gevel of de aanschaf van zuinige elektrische apparaten per saldo geld kan opleveren.

Zo’n figuur is niet voor iedereen en altijd hetzelfde. De kosten verschillen voor burgers, bedrijven en de overheid. Een kleinverbruiker heeft bijvoorbeeld te maken met hogere gasprijzen en een hogere energiebelasting dan de industrie. Daardoor zijn sommige opties voor een kleinverbruiker aantrekkelijker. Het plaatje voor 2020 is ook anders dan nu omdat technieken misschien goedkoper worden. De overheid kan een dergelijke figuur gebruiken om de kosten te bepalen van het energie- en klimaatbeleid.

 

 

Figuur 1: Kostencurve van technisch maximum haalbare emissiereductie in 2020; enkele opties die bijdragen aan de emissiereductie zijn weergegeven (uit Smekens et al, 2010).

Referenties:

  • Daniëls et al (2006): Optiedocument energie en emissies 2010/2020. Maart 2006, ECN-C--05-105
  • Smekens et al (2010): Actualisatie Optiedocument 2009 – Opties voor het verminderen van broeikasgasemissies, energiegebruik en luchtverontreiniging. Oktober 2010, ECN-E--10-011

Expert: Ton van Dril
fold faq

Gebruikt Nederland veel duurzame energie in vergelijking met andere landen?

Nederland in de wereld.

Van het totale wereldwijde energieaanbod  in 2007 had 12,4% een duurzame herkomst (IEA, 2009). In Nederland komt slechts 3,4% van de energie uit duurzame bronnen (CBS, 2009).

Dit verschil komt grotendeels door economische en geografische verschillen. In ontwikkelingslanden wordt voor koken en verwarming nog vaak biomassa gebruikt. Dit geeft een grote bijdrage aan het gebruik van duurzame energie wereldwijd, dat hierdoor voor 73% bestaat uit biomassa. Daarnaast bestaat 17% van de wereldwijde duurzame energie uit waterkracht. Nederland kan daar nauwelijks gebruik van maken door gebrek aan hoogteverschillen.

Nederland in Europa.

Ook binnen Europa scoorde Nederland in 2007 lager dan het EU-gemiddelde. Zowel het gebruik van duurzame elektriciteit (7.4% tegen 16.3%) als duurzame warmte (2.1% tegen 11.5%) is lager (CBS, 2009). Alleen het gebruik van biobrandstoffen  is in Nederland iets hoger dan het EU-gemiddelde (2,8% tegen 2,6%).

Bij duurzame elektriciteit komt de achterstand vooral door het vrijwel ontbreken van waterkracht in Nederland (Figuur 1). Bij duurzame warmte loopt Nederland voor vrijwel alle verschillende bronnen achter op het gemiddelde (Figuur 2). Alleen warmte uit biogas is in Nederland relatief sterker ontwikkeld.

Figuur 1: Bronnen van duurzame elektriciteit in Nederland en gemiddeld in EU-27

 

Figuur 2: Bronnen van duurzame warmte in Nederland en gemiddeld in EU-27

Referenties:

  • CBS (2009): Duurzame energie in Nederland 2008, 2009.
  • IEA (2009): Renewables information 2009, OECD/IEA, Paris, 2009.
fold faq

Neemt de emissie van broeikasgassen toe in Nederland?

Sinds het midden van de jaren ’90 is de broeikasgasemissie afgenomen. ECN raamt het toekomstig energiegebruik en verwacht dat de broeikasgasemissie tot 2020 juist weer toe zal nemen (zie blauwe en rode lijn in de grafiek; bron: Daniëls & Kruitwagen, 2010).

De broeikasgassen worden vaak onderscheiden in CO2 en de overige broeikasgassen. Overige broeikasgassen zijn methaan (CH4), lachgas (N2O) en verschillende halogeenverbindingen (zoals de F-gassen: HFC, PFC en SF6).

De emissie van de overige broeikasgassen is sinds de tweede helft van de jaren negentig sterk gedaald. Naar verwachting zet deze daling verder door (zie de zwarte en oranje lijn in de grafiek). Ondanks fluctuatie, is de CO2 emissie over de periode 1990-2008 gestegen. Naar verwachting zet deze stijgende trend door in de toekomst (zie de groene en roze lijn in de grafiek).

De overige broeikasgassen zijn afgenomen door bijv. minder gebruik van F-gassen in koelkasten. Toekomstig beleid zal dit nog verder terugdringen (bijv. door mestbeleid en verlaging van industriële N2O-emissie). De CO2-emissie stijgt met name door toenemend energiegebruik in de industrie en door nieuwe kolencentrales. Hierdoor stijgt de totale hoeveelheid Nederlandse broeikasgassen in de toekomst naar verwachting.

 

Figuur 1: Emissies van de totale broeikasgassen (BKG) en uitgesplitst naar CO2 en overige broeikasgassen (OBG) op basis van statistiek (historisch) en op basis van ramingen (Vaststaand Beleid volgens Daniëls & Kruitwagen, 2010). Cijfers afkomstig uit MONIT.

Referenties:

  • Daniëls & Kruitwagen (2010): Referentieraming energie en emissies 2010-2020. ECN-E--10-004, April 2010.
  • MONIT: Presentatie en analyse van verbruik- en emissietrends in de Nederlandse energievoorziening. ECN-model, juni 2010. Een afgeleide versie van MONIT is publiek beschikbaar: www.energie.nl/monitweb/.

Expert: Arjan Plomp
fold faq

Is 2% energiebesparing per jaar haalbaar?

Tot 2020 technisch gezien misschien wel. Maar het is wel moeilijk en duur. En om dat tempo langer vol te houden vereist een nog grotere inspanning.

Wat betekent 2% energiebesparing per jaar?

Dat betekent dat het energiegebruik met 2% per jaar moet afnemen ten opzichte van de omvang van de activiteiten waarvoor energie nodig is. Energie voor grondstoffen, bijvoorbeeld aardolie voor plastic, telt hierbij niet mee. Recent ligt het gemiddelde energiebesparingtempo op ongeveer 1%.

En waarom is het zo moeilijk?

Makkelijke en goedkope maatregelen zijn vaak al toegepast. Voor een verdubbeling tot 2% zijn vooral meer moeilijke en dure maatregelen nodig. Tot 2020 is dit technisch waarschijnlijk wel haalbaar met een inhaalslag: er is nog steeds een reservoir van niet benutte mogelijkheden. Economische groei helpt daarbij: meer groei biedt meer gelegenheden om maatregelen toe te passen. Maar technisch mogelijk betekent nog niet dat het ook gebeurt: bij het huidige overheidsbeleid en de huidige energieprijzen zijn er waarschijnlijk te weinig prikkels om de vereiste maatregelen ook daadwerkelijk toe te passen. Het is bijvoorbeeld technisch goed mogelijk om bestaande woningen veel beter te isoleren, maar het is vaak te duur. En als het financieel wel kan, zit de eigenaar van de woning vaak niet te wachten op de rompslomp.

Na de sprint de marathon.

Het hogere tempo langer volhouden is nog moeilijker: alsof je een marathon op sprinttempo moet lopen. Het reservoir aan mogelijkheden raakt uitgeput, en moet dan steeds weer aangevuld worden door intensief onderzoek gericht op de ontwikkeling van nieuwe, nog efficiëntere technieken.


Expert: Bert Daniels

ECN, P.O. Box 1, 1755 ZG Petten, tel +31 224 56 4949  |  Disclaimer  |  Privacy Statement