Quick Scan economische gevolgen van een verbod op residuale brandstof in de zeevaart
In opdracht van het ministerie van Verkeer & Waterstaat is een ‘Quick Scan’ uitgevoerd naar de economische gevolgen van een mogelijk verbod op het gebruik van residuale brandstof in de zeevaart. Het mogelijke verbod op het gebruik van residuale brandstof betreft een voorstel door de Inter-national Association of Independent Tanker Owners (Intertanko) aan de International Maritime Organisation (IMO). In plaats van de huidig gebruikte residuale brandstof zou per 2012 overge-gaan moeten worden op gedestilleerde brandstof met een zwavelgehalte van maximaal 1%, per 2015 verder aan te scherpen tot 0,5%. Mondiaal gaat het om ongeveer 200 miljoen ton residuale brandstof per jaar die vervangen zou moeten worden door laagzwavelige destillaatbrandstof. De voorliggende Quick Scan verschaft een visie/inschatting van de economische effecten op de Nederlandse petroleummaatschappijen, de zeevaart-bunkermarkt in Rotterdam en mogelijke ef-fecten voor andere betrokken Nederlandse partijen. De Quick Scan is bedoeld als onafhankelij-ke onderbouwing voor het Nederlandse standpunt in het IMO-overleg.
Het is technisch mogelijk om de Nederlandse raffinage-industrie zodanig aan te passen dat de jaarlijkse productie van ca. 8 miljoen ton residuen, die nu worden afgezet als scheepsbrandstof, geheel wordt geconverteerd in lichtere producten. Deze conversie resulteert wel in een extra energiegebruik van circa 1 miljoen ton ruwe olie en een extra CO2-uitstoot van circa 3,5 miljoen ton. Een snelle invoering leidt tot marktverstoringen en prijspieken. Deze effecten kunnen be-perkt worden door een geleidelijke invoering over circa 6 jaar, voorafgegaan door een voorbe-reidingsperiode voor de raffinaderijen van ongeveer 6 jaar. De investeringen zijn geraamd op ongeveer € 1,5 tot 2 miljard.
De Rotterdamse bunkermarkt verwerkt zowel de Nederlandse als geïmporteerde raffinage resi-duen. De hieruit bereide residuale scheepsbrandstof wordt zowel geleverd aan zeeschepen als geëxporteerd naar andere havens. Rotterdam zal niet noodzakelijkerwijs een gelijkwaardige po-sitie kunnen opbouwen in import, export en bunkering van gedestilleerde scheepsbrandstoffen. Daarom moet per saldo rekening gehouden worden met een krimp van de bunkersector, waar ongeveer 1500 mensen werkzaam zijn.
Het rapport is te downloaden bij ECN.
Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met Hein de Wilde