Gegeven de huidige crisis heeft het kabinet Balkenende IV aangegeven fundamenteel na te willen denken over de ambities en idealen voor Nederland in 2020: samen, slimmer, schoner, sterker, solidair en solide. Hierbij is het doel om met minder overheidsmiddelen, indien mogelijk hetzelfde of meer effect te bereiken. Deze uitdagingen komen bovenop de fundamentele vraagstukken rond bijvoorbeeld klimaat en energie, waar de wereld al langer mee worstelt en waar nog een grote slag gemaakt moet worden. Gezonde overheidsfinanciën zijn in de optiek van het kabinet nodig om (internationaal) een bijdrage aan deze opgave te blijven leveren. De heroverweging als geheel moet op lange termijn tot besparingen leiden met een totale omvang van €35 miljard.
Om de mogelijkheden op alle terreinen van de rijksbegroting in kaart te brengen zijn topambtenaren op twintig beleidsterreinen op zoek gegaan, waarbij per beleidsterrein tenminste een variant is gevraagd die een besparing van 20% oplevert, te bereiken in 2015. Deze brede heroverweging voor het overheidsbeleid biedt input voor de komende verkiezingen, de formatie en een volgend Kabinet. Alle werkgroepen hebben op 1 april hun eindrapportage afgerond en naar de Tweede Kamer verzonden.
De werkgroepen zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van betrokken ministeries en voorgezeten door onafhankelijke voorzitters. Op verzoek van de voorzitter van de Heroverwegingscommissie Energie en Klimaat hebben het Centraal Planbureau (CPB), het Energieonderzoekcentrum Nederland (ECN) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) aan deze commissie deelgenomen als waarnemend lid. Deze instituten hebben tijdens dit proces als externe deskundige een actieve meedenkende rol gespeeld. In het eindrapport van de werkgroep is dan ook veelvuldig gebruik gemaakt van de deskundigheid, kennis en berekeningen van de planbureaus (PBL en CPB) en ECN. De keuze en invulling van de besparingsvarianten is gemaakt door de werkgroepleden van de bij deze heroverweging meest betrokken ministeries. Dit geldt ook voor het vaststellen van de criteria voor de beoordeling van de varianten en de uiteindelijke beschrijving van de effecten. De werkgroep heeft op basis van een globale indicatie van de effecten een keuze gemaakt voor varianten. De kwantificering was zeer globaal van aard en heeft slechts als doel gehad om het keuzeproces te bevorderen.
De inbreng van de instituten betreft hoofdzakelijk beoordelingen (expert judgements) op onderdelen. In het rapport van de werkgroep zijn niet alle beoordeelde voorstellen gebruikt. In de beoordelingen wordt kort aangegeven wat een beleidsvoorstel inhoudt en wat de gevolgen zijn, zowel budgettair, als wat betreft de doelen die worden nagestreefd, zoals de reductie van broeikasgassen, energiebesparing en het aandeel duurzame energie in de totale energievoorziening. Ook naar economische aspecten wordt gekeken, alsmede naar mogelijke samenhang tussen verschillende voorstellen, afwenteling en gevolgen voor de langere termijn.
De publicaties, die uit het project zijn voortgekomen, geven geen afgewogen totaalbeeld van de herziening van beleid en overheidsmiddelen op het werkveld Energie en Klimaat. Ongetwijfeld zullen er in de komende maanden nieuwe voorstellen en combinaties in discussie komen. De publicaties dienen primair als achtergrondinformatie ten behoeve van de verdere meningsvorming.
Naast ECN hebben de volgende organisaties meegedaan in dit project:
Afgesloten. Het project liep van november 2009 tot en met april 2010.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Remko Ybema of Ton van Dril.
Of bezoek de site van het Ministerie van Financien over de Brede Heroverwegingen.