ECN heeft - in samenwerking met partners in het Verenigd Koninkrijk, Zweden en de Verenigde Staten - een evaluatie uitgevoerd van de ervaringen opgedaan in het buitenland met het instrument van een verplicht aandeel voor duurzame energie. De uitkomsten van de studie geven geen eenduidig beeld. Hoewel een verplichting, in combinatie met een groencertificaten systeem, in theorie effectief en kosten effectief is, kan op basis van de ervaringen tot nu toe nog niet gesteld worden dat deze beloften helemaal worden waargemaakt. Enerzijds is dit een gevolg van de recente datum waarop verplichtingssystemen zijn geïmplementeerd en de dus nog beperkte periode waarin ervaring is opgedaan, waardoor sommige effecten nog niet geheel duidelijk zijn, en men nog te kampen heeft met aanloopproblemen. Anderzijds kan geconcludeerd worden dat een verplichting een complex instrument is, wat alleen goed kan functioneren bij een zorgvuldig ontwerp. Het is zeker de moeite waard om de ervaringen in het buitenland te blijven monitoren, om zo meer te kunnen leren over de effectiviteit en kosten effectiviteit van een verplichtingssysteem in de praktijk. Er is ook een aantal redenen waarom de invoering van een verplichtingssysteem op termijn, na 2010, voor Nederland interessant zou kunnen zijn. Tenslotte is er een tendens zichtbaar naar het verfijnen van het ontwerp van beleidsinstrumenten voor stimulering van duurzame energie. Dat leidt tot een convergentie tussen verplichtingen en terugleververgoedingen, hoewel de rol van de markt in beide systemen verschillend blijft.
Wat is een verplichtingssysteem?
De studie had tot doel het evalueren van de ervaringen opgedaan met bestaande verplichtingssystemen in Europa en daarbuiten, het analyseren van de belangrijkste ontwerp elementen van een groencertificaten systeem en het analyseren van de mogelijke rol van een verplichtingssysteem in het lange termijn duurzaam energiebeleid in Nederland en Europa.
Een verplichtingssysteem is een instrument ontwikkeld om de productie van elektriciteit opgewekt met duurzame bronnen te bevorderen, en omvat een wettelijke verplichting om een bepaald aandeel van de totale elektriciteitsconsumptie te voorzien met duurzame elektriciteit. De verplichting kan in principe gelegd worden ergens in de keten van productie tot eindgebruiker, maar ligt in de praktijk meestal bij het distributiebedrijf. Verplichtingssystemen zijn geïmplementeerd in Australië, Japan, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, België, Italië en Polen; Roemenië heeft plannen om een verplichting in te voeren.
Om de partij met een verplichting meer flexibiliteit te geven in de wijze waarop de verplichting gehaald kan worden, is er vaak een koppeling aan een systeem van groencertificaten, ofwel TRECs (Tradable Renewable Electricity Certificates). Producenten van duurzame elektriciteit krijgen groencertificaten op basis van de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit. Deze certificaten worden verkocht, tegen een zekere prijs, aan de partij met een verplichting (direct of via een certificatenmarkt), die de certificaten vervolgens gebruikt om aan te tonen dat aan de verplichting is voldaan. Bij een goed functionerende groencertificatenmarkt bepalen aanbod van en vraag naar certificaten de prijs. Uit de extra inkomsten van de verkoop van de certificaten, kan de producent de meerkosten voor duurzame elektriciteitsproductie bekostigen.
Uit de evaluatie blijkt een grote diversiteit in het ontwerp van het verplichtingensysteem in de verschillende landen. Verschillen in de hoogte van de verplichting en de boete kunnen voor een groot deel verklaard worden uit verschillen in potentiëlen en ambitieniveau. Andere verschillen treden op in de dekking van technologieën, de geldigheidsduur van certificaten, de regels voor internationale handel, en de besteding van boete opbrengsten. Opvallend is dat de keuze voor een verplichtingssysteem niet gemotiveerd lijkt door de mogelijkheden voor internationale handel in groencertificaten, maar met name wordt bepaald door de cultuur en de ervaringen met eerdere instrumenten voor het stimuleren van duurzame energie.
In de studie is een gedetailleerde evaluatie uitgevoerd van het functioneren van het verplichtingssysteem in het Verenigd Koninkrijk, Zweden en de Verenigde Staten op basis van de volgende criteria:
Het rapport is te downloaden bij ECN.
Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met Nico van der Linden of Martine Uyterlinde.