ECN Beleidsstudies onderzoekt onder andere hoeveel energie er in de toekomst bespaard zou kunnen worden (contact Bert Daniëls) en hoeveel er daadwerkelijk is bespaard (contact Piet Boonekamp), al of niet dankzij besparingsbeleid. Naast nationale analyses wordt veel werk gedaan op Europees niveau omdat daar steeds meer besparingsbeleid wordt geformuleerd.
Voor een introductie over besparing in de energievoorziening en het beleid is een presentatie (zowel een NL versie als een EN versie) beschikbaar, of kunt u naar FAQ gaan (Frequently Asked Questions).
ECN ondersteunt het nationale energiebeleid met diverse studies van de effecten van beleidsmaatregelen ter stimulering van besparing.
In de evaluatie van het programma Schoon en Zuinig uit 2007 worden de effecten en kosten van beleidsmaatregelen behandeld, die gericht zijn op het bereiken van de doelen voor energie en klimaat. Meer informatie is te vinden in dit rapport.
De studie Instrumenten voor energiebesparing brengt in kaart wat voor beleidsinstrumenten nodig zijn om het Nederlandse tempo van energiebesparing te verhogen van 1 naar 2% per jaar, en inventariseert daarbij de kosten, en beleidsknelpunten die overwonnen moeten worden.
De toegepaste beleidsmaatregelen in Nederland en andere Europese landen worden beschreven in de MURE database. Het betreft verschillende categorieën maatregelen, zoals heffingen, subsidies of informatie, voor de sectoren Huishoudens, Industrie, Diensten en Transport.
Monitoring, het waarnemen van veranderingen in het energieverbruik en besparingsactiviteiten, wordt uitgevoerd door met name CBS en Agentschap NL. ECN verzamelt data over elektrische apparaten voor de HOME database.
De gerealiseerde energiebesparing voor Nederland wordt berekend volgens het Protocol Monitoring Energiebesparing (PME). De meest recente resultaten staan in dit rapport.
Besparingscijfers voor Nederland, welke vergelijkbaar zijn met die voor andere Europese landen, zijn beschikbaar in de Odyssee database van energie indicatoren.
Verbruiksontwikkelingen kunnen uiteengerafeld worden in de effecten van meer activiteiten (groei), veranderingen in de aard van de activiteiten (structuur) en het effect van energiebesparing. Met het MONIT analyse tool wordt de verandering in het verbruik uitgesplitst in 14 factoren.
Evaluatie betreft het interpreteren van besparingstrends en het bepalen van de besparingseffecten van beleid. Dit gebeurt zowel voor het verleden, bijvoorbeeld in het ARK-rapport, als voor toekomstige ontwikkelingen, bijvoorbeeld in de Referentieraming.
Bij Beleidsstudies is een nieuwe aanpak voor monitoring & evaluatie van gerealiseerde besparing ontwikkeld. Daarbij worden de simulatiemodellen benut die gebruikt worden bij het opzetten en doorrekenen van energiescenario’s. Nadere informatie verkrijgbaar bij Piet Boonekamp.
Bij het bepalen van de besparing conform het protocol wordt onderscheid gemaakt naar:
Besparing bij het eindverbruik wordt gedefinieerd als het verschil tussen gerealiseerd verbruik en referentieverbruik (zie Figuur hieronder). Dit is het (theoretisch) verbruik in geval er geen besparing zou plaatsvinden. Het referentieverbruik wordt geschat aan de hand van de groei van de activiteiten, bijvoorbeeld de productie van cement of het aantal afgelegde km met auto’s.
Besparing via warmte-krachtproductie (wkk) wordt bepaald door de wkk-input te vergelijken met het uitgespaarde verbruik bij gescheiden opwekking met een ketel voor warmte en centrales voor de elektriciteit.
In de elektriciteitsvoorziening worden de omzetverliezen bepaald per type centrale (kolen, vuilverbranding, kern en gas), zowel bij het actuele rendement als bij het rendement in het basisjaar. Het verschil, gesommeerd over alle typen centrales, vormt de besparing. Deze wordt niet beïnvloed door verschuivingen in de brandstofmix.
Meer informatie kunt u vinden in een eerder rapport.
MONIT bevat historische energiebalansen en energiebalansen voor toekomstige jaren op basis van scenarioberekeningen. Er kunnen energiebalansen geconstrueerd worden die het effect weergeven van een bepaalde factor, bij voorbeeld economische groei, wel of geen toename van warmte/kracht productie of wel/geen verandering inde brandstofmix. Met de geconstrueerde balansen kan een decompositie worden gemaakt van verbruiksveranderingen in een 14-tal factoren (zie Figuur voor de verandering van het totale energieverbruik in de periode 1995-2007).
De verandering wordt uiteengerafeld in:
De decompositie kan plaatsvinden voor elke sector en elke energiedrager. Zie verder de beschrijving in het Energy Policy.