Technologiebeschrijving
Er zijn drie systemen om CO2 af te vangen: post-combustion, pre-combustion en oxy-fuel combustion.
Bij post-combustion worden fossiele brandstoffen op conventionele wijze verbrand en wordt het CO2 uit de uitlaatgassen afgescheiden door bijvoorbeeld amine scrubbing.
Bij pre-combustion reageert de fossiele brandstof met zuurstof en lucht, waarbij een CO en waterstof mengsel ontstaat. Bij conversie in een water shift reactor (met stoom) wordt er CO2 en meer waterstof geproduceerd. Het CO2 wordt afgescheiden en het waterstof gebruikt voor stroomopwekking of als brandstof.
Bij oxyfuel combustion worden de kolen of het gas met zuivere zuurstof verbrand. Hierdoor wordt er zuiverder CO2 geproduceerd, waardoor de afvang van CO2 minder energie kost.
Er zijn enkele processen bij raffinaderijen en in de kunstmestindustrie waarbij CO2 in zuivere of sterk geconcentreerde vorm vrijkomt, afscheiding is dan niet nodig.
Transport van CO2 wordt binnen Nederland vooral via pijpleidingen voorzien (Dijk en Stollwerk, 2002). Een alternatief is om het per schip te vervoeren, wat nu beperkt gebeurt voor industriële toepassingen van CO2. Bij korte afstanden (> 1000 km) is vervoer per schip echter economisch onaantrekkelijk (Gale, 2002). CO2 zal in een pijplijn in superkritische toestand worden getransporteerd (80-120 bar) en moet een zuiverheid van tenminste 95% hebben. Het moet vrij zijn van water (‘Quality Specifications’, 2002).
CO2 kan in superkritische toestand geïnjecteerd worden in geologische reservoirs. Er moet hiervoor op de opslaglocatie aan bepaalde voorwaarden voor druk en temperatuur zijn voldaan. Daarnaast geldt voor alle mogelijke opslagplaatsen dat weglekken idealiter uitgesloten is. Eventueel kan een lekpercentage worden toegelaten als het niet tot ernstige effecten voor gezondheid van mens en dier, en voor behoud van ecosystemen leidt. Ook moet het niet zo veel worden dat het een significante bron van broeikasgasuitstoot wordt.
Deze voorwaarden houden in dat de reservoirs tussen de 800 en 4000 meter diep moeten zijn, een ondoordringbare ‘cap’ moeten hebben, en minstens 10 tot 20 Mton CO2 moeten kunnen bevatten.
Geologische opslag van CO2 kan op vier verschillende manieren gebeuren:
Enhanced Oil Recovery (EOR). Na exploitatie van een olieveld, is vaak nog zo’n 40-60% van de olie niet winbaar aanwezig. Door het injecteren van CO2 in zo’n ‘uitgeput’ veld wordt de olie gemobiliseerd en kan de opbrengst verhoogd worden. Het CO2 blijft in principe achter.
Enhanced Coal Bed Methane recovery (ECBM) CO2 verdringt methaan dat in de poriën zit van koollagen waar mijnbouw niet mogelijk is. Op de plek van 1 methaanmolecuul kunnen zeker twee CO2-moleculen geabsorbeerd zitten. Het methaan kan gebruikt worden voor energieopwekking, en levert dus klimaatneutrale energie op.
Gasvelden of -opslagplaatsen Gasvelden hebben aangetoond gas voor miljoenen jaren te kunnen vasthouden. Lege gasvelden zouden dus geschikt kunnen zijn als reservoir voor CO2-opslag.
Saline aquifers De opslag van CO2 in een diepgelegen, afgesloten zoutmeer onder land of zee. Er is reden om aan te nemen dat de kap van sommige van deze ondergrondse watermassa's ondoordringbaar is.
Huidige toepassing
CO2-afscheiding gebeurt momenteel alleen in de gaswinning. In de gaswinning is het methaan vaak onverkoopbaar omdat het vermengd is met CO2. Dat moet worden afgescheiden en wordt normaal naar de atmosfeer geëmitteerd.
CO2 wordt vooral in de Verenigde Staten al veel getransporteerd. Daar ligt een 3100 km lang netwerk van CO2-pijpleidingen, die een jaarlijkse capaciteit van ca. 44 Mton CO2 hebben.
In Noord Amerika wordt EOR al veel toegepast (bijna 80 plaatsen), maar op slechts één plek met het doel om CO2 uitstoot te verminderen (Weyburn). Met ECBM en EGR zijn nog geen demonstratieprojecten uitgevoerd. De opslag van CO2 in een diepgelegen, afgesloten zoutmeer onder zee wordt in Noorwegen gedaan in een project van Statoil (0,8 Mton CO2 per jaar, vanaf 1996). Er staat nog een aantal demonstratieprojecten in de planning, onder andere in Polen, Nederland, Duitsland, Algerije en weer in Noorwegen.
Ontwikkelingsfase en verbeteropties
Omdat CO2-afscheiding soms al moet gebeuren is het een bekende techniek. Er kan echter, vooral met onzuivere stromen, nog veel aan efficiëntieverbeteringen worden doorgevoerd. In Nederland wordt daar veel onderzoek naar gedaan, zowel aan systeemintegratie, gecombineerde waterstofproductie (pre-combustion) als aan afscheiding door bijvoorbeeld membraantechnieken.
Transport van CO2 is een uitontwikkelde technologie waarvan niet wordt verwacht dat ze problemen oplevert. Het is een contante kostenpost voor afvang en opslag van CO2 en er zijn geen doorbraken te verwachten. Het is zaak om bij het ontwikkelen van een opslagproject de bron en sink van het CO2 zo dicht mogelijk bij elkaar te plannen en een zo groot mogelijk volume te bereiken om de transportkosten te beperken.
Alle vormen van CO2-opslag bevinden zich nog in de ontwikkelingsfase. De ene methode is verder dan de andere, maar grootschalige CO2-reducties zijn nog niet bereikt.
Technische gegevens en kostenaspecten
CO2-afvang (en compressie voor transport of opslag) is de meest dure en energie-intensieve stap in het afvang en opslag proces van CO2. Het onderzoek richt zich er nu sterk op om de ‘energy penalty’ hiervan te minimaliseren. Hoe meer energie er immers wordt gebruikt bij het afvangen van CO2, des te minder ‘winst’ wordt er geboekt bij de reductie van CO2, omdat die energie moet worden opgewekt. De relatieve rendementsdaling van een elektriciteitscentrale bij afscheiding en compressie van CO2 komt neer op 16-35%).
De transmissiekosten zijn sterk afhankelijk van de afstand en de schaal van de leidingen en variëren van 0,4 tot 13 US$/ton CO2/100 km (Freund and Davison, 2002).
CO2-opslag is altijd een extra kostenpost voor elektriciteitsproductie en het is dus ondenkbaar dat het zonder stimuleringsmaatregelen ooit zal kunnen concurreren met fossiele energiebronnen zonder opslag. De meerkosten voor elektriciteit worden grotendeels bepaald door de afvangstap. Transport levert ook een kostenstijging op, maar in een klein land als Nederland kan dat beperkt gehouden worden. De opslag (dat wil zeggen: het boren van de toevoer en het monitoren van het CO2) is niet dominant in de kosten maar als de verwachte verbeteringen in de afvangmethoden doorzetten kan het aandeel toenemen.
Voor afvang en opslag van in industrie (raffinaderijen en kunstmestindustrie) waar CO2 in zuiver vorm beschikbaar komt zijn de kosten beduidend lager (ca. 20 €/ton CO2) dan in de elektriciteitsproductiesector (45-70 €/ton CO2) (ECN/RIVM, 1998).
Bron: ECN-rapport ECN-C--04-020, 2004