Er kunnen drie soorten terroristische bedreigingen worden onderscheiden: (1) het gebruik van een explosief waarbij radioactief materiaal wordt verspreid, ook wel ‘vuile bom’ genoemd, (2) het verkrijgen van een kernwapen door een terroristische organisatie en (3) een aanslag op een nucleaire installatie, opslagplaats of transport van radioactief materiaal, met als doel radioactieve stoffen te laten ontsnappen en daarmee de omgeving te besmetten. Voor de constructie van een ‘vuile bom’ is geen materiaal uit de splijtstofcyclus nodig. Radioactief materiaal is ook buiten de kernenergiesector aanwezig. Beveiliging van de splijtstofcyclus moet ervoor zorgen dat dit materiaal niet in handen van terroristen terecht komt. Vanwege de grootte en complexiteit van de benodigde installaties is het voor terroristische organisaties niet eenvoudig een kernwapen te ontwikkelen en te bouwen. Beveiliging van nucleaire installaties moet zorgen voor het verkleinen van het risico van terroristische aanslagen. De veiligheidssystemen die er voor zorgen dat bij verkeerde acties van de operator de reactor automatisch afschakelt, beperken de potentiële dreiging die uitgaat van een eventuele terroristische overname van de centrale. Daarnaast wordt bij het ontwerp van nucleaire installaties en transportcontainers rekening gehouden met terroristische aanslagen. Dit geldt ook voor de dreiging van een neerstortend vliegtuig. Oorspronkelijk zijn kerncentrales niet expliciet ontworpen tegen een vliegtuigongeval. Voor nieuw te bouwen centrales worden wel expliciete ontwerpeisen gesteld aan de bestendigheid tegen een aanslag met een verkeersvliegtuig.