Het risico van een ongeval in de splijtstofcyclus voor de bevolking verschilt van die voor het personeel. Van het personeel dat betrokken is bij de splijtstofcyclus is het individuele overlijdensrisico van mijnwerkers bij de uraniummijnen het hoogst. Het gaat daarbij in hoofdzaak om dezelfde soorten ongevallen als bij de mijnbouw van andere delfstoffen. Bij de andere onderdelen van de splijtstofcyclus zijn de risico’s voor het personeel vergelijkbaar of kleiner dan die bij de lichte industrie.
Ook de risico’s door verhoogde blootstelling aan straling en radioactieve stoffen tijdens ongevallen zijn, afgezien de hiervoor genoemde risico’s bij de mijnbouw, vergelijkbaar met die van de lichte industrie. De risico’s voor de bevolking door ongevallen bij de verschillende processen van de splijtstofcyclus zijn klein in vergelijking tot andere gevaren waaraan de bevolking blootstaat. Blootstelling aan straling leidt bij een hoge dosis tot overlijden door stralingsziekten op korte termijn. Een lagere dosis leidt tot verhoging van de kans op het ontwikkelen van gezondheidsschade, met mogelijk overlijden op lange termijn tot gevolg. De risico’s van een kerncentrale worden periodiek getoetst aan wettelijk vastgelegde risiconormen. Naast slachtoffers en gezondheidsschade, kan een kernongeval tot gevolg hebben dat ernstige milieu-, economische en sociaalpsychologische schade ontstaat, die zich bij ongelukken met andere elektriciteitsproductietechnologieën meestal niet in dergelijke omvang voordoen. Wordt de hele energieketen beschouwd, dan komen ernstige ongevallen (meer dan vijf slachtoffers) ook voor bij kolen (bijv. mijnongelukken), aardgas en olie. Een dambreuk van een waterkrachtcentrale kan eveneens een groot aantal slachtoffers tot gevolg hebben.