ECN: Nucleair afval

ECN

Elektriciteitsproductie - Centrale productie

Feiten en Gegevens over Kernenergie

Wat wordt er met nucleair afval gedaan?

Onderscheid moet worden gemaakt tussen laag-, middel- en hoogradioactief afval. Veel van het laag- en middelactieve afval zal in een periode van 100 jaar vervallen tot niet-radioactief afval. De hoogradioactieve gebruikte splijtstof heeft echter meer dan 100.000 jaar nodig voordat de radioactiviteit van langlevende radioactieve elementen het niveau bereikt van natuurlijk uranium. Deze tijdsduur wordt vooral bepaald door het in de gebruikte splijtstof aanwezige plutonium. In veel landen worden gebruikte splijtstofelementen in een apart bassin op de locatie van de kerncentrale tijdelijk opgeslagen. Bij sommige kerncentrales worden hiervoor speciale containers gebruikt (droge opslag). De bedoeling is dat de gebruikte splijtstofelementen uiteindelijk - na geëigende conditionering en verpakking - definitief in een ondergrondse eindberging worden opgeslagen.

In Nederland wordt de gebruikte splijtstof uit de kerncentrale Borssele eerst opgewerkt. Het hoogradioactieve verglaasde afval afkomstig uit de opwerkingsinstallatie in Frankrijk, met een levensduur van circa 10.000 jaar, wordt in Nederland in een speciaal, bunkerachtig gebouw opgeslagen, het zogenoemde HABOG bij de COVRA in Vlissingen. Jaarlijks gaat het om circa 1,3 kubieke meter. Dit is een bovengrondse opslagvoorziening waarin radioactief afval tijdelijk (tot maximaal 100 jaar) wordt opgeslagen. In die periode neemt de activiteit van het afval met een factor 10 af. Hoogradioactief afval zal, volgens de huidige plannen, na deze periode van opslag in het HABOG, in de diepe ondergrond worden opgeborgen.

In Europa is op dit moment nog nergens een ondergrondse eindberging in bedrijf voor hoogradioactief afval. Wel vinden veel experimenten plaats in ondergrondse testlaboratoria om eindberging in geologisch stabiele lagen te onderzoeken (onder meer in België, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Zweden en Finland). In Zweden en Finland zijn er concrete projecten voor de realisatie van eindbergingsfaciliteiten voor de opslag van gebruikte splijtstof. In Nederland is nog geen beslissing genomen over de wijze waarop het hoogradioactieve afval in de ondergrond zal worden opgeslagen. Wel is er al gekozen voor terughaalbare eindberging. Dit houdt in dat eenmaal opgeborgen radioactief afval altijd weer terug te halen moet zijn mochten er nieuwe (andere) oplossingen voor de verwerking of berging van dit afval worden gevonden.

Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de levensduur van hoogradioactief gebruikte splijtstof te verkorten van meer dan 100.000 jaar tot circa 2000 jaar of minder. Deze technologie wordt partitioning en transmutatie genoemd. Dit is een geavanceerdere vorm van opwerking en recycling dan nu wordt toegepast. De ontwikkeling van de partitioning en transmutatietechnologie zal nog geruime tijd vergen en mogelijk pas over enkele decennia op industriële schaal beschikbaar komen.

ECN, Postbus 1, 1755 ZG Petten, tel. 0224 56 4949  |   Disclaimer  |  Privacy Statement