De opvattingen en meningen van de bevolking over kernenergie worden op twee manieren onderzocht. In wetenschappelijk onderzoek wordt nagegaan wat de verschillende factoren zijn die bij acceptatie van kernenergie een rol spelen. Dit soort onderzoek richt zich vooral op de perceptie van de risico’s die samenhangen met het toepassen van de kernenergietechnologie en andere industriële activiteiten. Dit onderzoek geeft onder meer een verklaring voor het verschil van risicoperceptie tussen ‘experts’ en personen zonder specifieke kennis over bepaalde gevaren. Voor het publiek is de kansoverweging veel minder relevant. Zij zijn meer geïnteresseerd in de vraag of nucleaire ongevallen als in Harrisburg en Tsjernobyl niet nog eens kunnen gebeuren. Wetenschappelijk onderzoek laat ook zien dat het Tsjernobyl-ongeluk invloed heeft gehad op de risicoperceptie.
Ander, meer toegepast onderzoek geeft inzicht in de acceptatie van kernenergie onder de bevolking. Uit onderzoek dat in het voorjaar van 2006 in Nederland is uitgevoerd, komt de opvatting naar voren dat de overheid een grote rol zou moeten spelen bij een eventuele nieuwe kerncentrale. De overheid moet voorschrijven welk type kerncentrale mag worden gebouwd. Eventueel moet de overheid zelf de kerncentrale bouwen. Burgers uiten hun twijfels over het besluitvormingsproces binnen de overheid en hun werkelijke betrokkenheid daarbij. Uit Europees onderzoek, uitgevoerd in 2006, blijkt dat 35% van de Nederlandse bevolking vóór uitbreiding van kernenergie is omdat het niet bijdraagt aan klimaatverandering. 57% is tegen uitbreiding van kernenergie omdat het risico van ongelukken met zich meebrengt en radioactief afval veroorzaakt. De resultaten van vergelijkbare onderzoeken uit het verleden laten zien dat deze resultaten sterk kunnen variëren afhankelijk van de precieze vraagstelling.