De aanbodcurve voor elk van de landen waarmee een verbinding bestaat is bepaald. De elektriciteitsvraag is per land onderscheiden in een off-peak (=dal POWERS) en peak vraag (= plateau+piek POWERS).
De aanbodscurven zijn in de genoemde Europe SE-scenario?s om de vijf jaar gegeven. In POWERS is er voor de tussenliggende jaren meestal een interpolatie verondersteld. Hetzelfde geldt voor de elektriciteitsvraag in de betreffende landen.
Op basis van de aanbodcurven en de elektriciteitsvraag is er per land een off-peak en een peak prijs te bepalen. Deze prijzen worden vergeleken met de berekende Nederlandse prijzen.
Figuur Voorbeeld van aanbodcurve buiteland met peak en off-peak vraag (gestileerd, Duitsland, jaar 2000)
Indien de prijs in Nederland lager ligt, is er potentieel voor export naar het andere land. Is de prijs in Nederland hoger, dan is er potentieel voor import uit dat land, maximaal tot het niveau waarop de prijzen aan elkaar gelijk zouden zijn en tevens gemaximeerd door de fysieke capaciteit van de verbinding. Ook eventuele export heeft de beperkende voorwaarde van de interconnectie capaciteit.
De import uit de landen waarmee op deze wijze vanwege het prijsverschil import mogelijk is, wordt - analoog aan de optimaal aan te bieden Nederlandse aan te bieden productiecapaciteit -naar ratio verdeeld over deze landen en de Nederlandse producenten (dus dit is vergelijkbaar met concurrentie op volume).