Deze studie inventariseert reservemaatregelen: beleid dat in een relatief laat stadium ingezet moet kunnen worden om de emissies van broeikasgassen te reduceren. Met dit extra beleid moet Nederland in staat zijn om ook bij tegenvallers onder het emissieplafond in de Kyoto-budgetperiode (2008-2012) te blijven.
Beleid dat in een laat stadium tegenvallers moet kunnen opvangen, moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Naast een substantieel effect en een niet te ongunstige kosteneffectiviteit moet een maatregel flexibel zijn: snel en in een laat stadium inzetbaar zonder te veel aan effect te verliezen. Ook moeten reservemaatregelen robuust zijn: na het besluit tot invoering mogen geen grote onzekerheden de daadwerkelijke invoering in de weg staan.
Ook moeten de reducties uiteraard daadwerkelijk bijdragen aan het reduceren van de Nederlandse emissies. Maatregelen kunnen daarom geen onderdeel uitmaken van beleid dat al voorgenomen is. Ook maatregelen die emissies verlagen in bedrijven die onder het Europese systeem van emissiehandel vallen hebben weinig zin tenzij aanpassing van het emissieplafond plaatsvindt. Voor de energiebedrijven en de energie-intensieve industrie zijn daarom geen maatregelen in kaart gebracht. Extra reducties hier leidt slechts tot een andere handelsbalans van emissierechten met het buitenland als het nationale plafond eenmaal vastgesteld is.
Het rapport 'Reservepakket 2010' is beschikbaar in pdf.
Zie ook:
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Bert Daniƫls.