Europese ecosystemen worden bedreigd door vele oorzaken. Het betreft onder andere veranderingen in het gebruik van land, de samenstelling van de atmosfeer en het klimaat. Deze door de mens veroorzaakte verstoringen leiden tot grote veranderingen in de kringloop van water en voedingsstoffen. Wereldwijd gezien is de atmosferische stikstof kringloop daarvan één van de meest uit zijn evenwicht gebrachte: geschat wordt dat deze voor meer dan 80% is verstoord, terwijl – ter vergelijking – de koolstof kringloop voor niet meer dan 10% is verstoord. Intensievere landbouw en de verbranding van fossiele brandstoffen verhogen de hoeveelheden reactieve stikstof. Deze hebben, als ze vrijkomen, een sneeuwbaleffect op de menselijke gezondheid en op ecosystemen. Zo leiden agrarische activiteiten tot de emissie van ammoniak (NH3), lachgas (N2O) en stikstofmonoxide (NO) in de atmosfeer, en tot het belasten van grond- en oppervlaktewater met nitraat (NO3-) en ammonium (NH4+). Verbranding van fossiele brandstoffen door vaste bronnen (zoals huishoudens en industrieën) en mobiele bronnen (zoals wegverkeer, luchtvaart, scheepvaart) is een algemeen bekende oorzaak van de emissie van NO en stikstofdioxide (NO2), die samen worden aangeduid als “stikstofoxiden” (NOx). Apparatuur voor reductie van de emissies van NOx, bijvoorbeeld katalysatoren in auto’s, veroorzaakt emissies van kleine maar niet verwaarloosbare hoeveelheden NH3 en N2O.
De voornaamste drijvende krachten voor verandering van het Europese stikstof budget zijn:
De aanwezigheid van een overmaat stikstof in deze reactieve vormen leidt tot een reeks zeer uiteenlopende problemen:
Als ze zijn vrijgekomen in het milieu, kunnen stikstofverbindingen een lawine aan effecten veroorzaken voordat ze uiteindelijk worden omgezet in neutrale stikstof (N2) of vastgelegd in bodems en sedimenten. De stikstof sneeuwbal (zie figuur) kan worden toegelicht met het pad dat reactieve stikstof volgt nadat die is toegepast als meststof op landbouwgronden of nadat die is vrijgekomen bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Ten eerste komt een aanzienlijk deel vrij in de atmosfeer als NH3, NO, N2O of NO2. Ten tweede wordt een deel uitgespoeld naar grond- en oppervlaktewater als NO3-. Ten derde wordt een deel omgezet in plantaardige biomassa die wordt gebruikt voor voeding van mens of dier. Het deel dat door mensen wordt gegeten (mogelijk na transport over grote afstanden en omzetting door de voedingsindustrie) komt vrij in afvalwater en wordt geloosd op het oppervlaktewater na enige vorm van behandeling. Het deel dat door dieren wordt gegeten wordt teruggevoerd naar landbouwgronden, waarbij een aanzienlijk deel door het vee wordt uitgescheiden en vrijkomt als NH3, met bijkomende verliezen in de vorm van N2O, NO en NO3-. Daaropvolgend neerslaan vanuit de atmosfeer van NH3 leidt tot meer emissies van N2O en NO en tot uitspoelen van NO3-. De atmosfeer vormt dus een middel waarmee reactieve stikstof wijd wordt verspreid, wat resulteert in verstoring van de stikstofkringloop in gebieden die ver zijn verwijderd van directe menselijke inmenging.
Met alle onderwerpen die hier zijn genoemd is het duidelijk dat “stikstof” een belangrijk thema is dat vele gebieden doorsnijdt. Het bestrijkt het merendeel van de belangrijke maatschappelijke domeinen en de directe en indirecte invloed die deze hebben op de milieuproblemen van Europa: klimaatverandering, biodiversiteit, de gezondheidstoestand van ecosystemen, volksgezondheid, (grond)watervervuiling enz.
Depositie monitoring in bossen Het Pan-Europese Programma voor Intensieve Monitoring van Bos-ecosystemen is het “level II” programma van het Internationale Coöperatieve Programma voor de Inschatting en Monitoring van Effecten van Luchtverontreiniging op Bossen (“ICP Forests of UN/CE”). Het verschaft een raamwerk voor de analyse van de effecten van belasting van bossen met schadelijke stoffen vanuit de atmosfeer en de variaties daarin. Het programma in Nederland omvat vijf locaties: Dwingeloo (1), Hardenberg (2), Speuld (3), Zeist (4) en Leende (5). Op alle locaties wordt de samenstelling van “doorval” gemeten: neerslag die door de kronen van de bomen valt (voor een deel bestaat die uit de oorspronkelijke neerslag, en voor een deel uit druipwater en water dat van de stammen afstroomt).
Er werd een vergelijking gemaakt tussen de gemeten deposities en de in Nederland gerapporteerde emissies. Doel daarvan was na te gaan hoe effectief het Nederlandse beleid van emissiereducties is. Bij voorbaat moet worden opgemerkt dat dit kan zijn bemoeilijkt doordat deposities in Nederland niet alleen afkomstig zijn van Nederlandse bronnen, maar voor 60% uit andere EU landen komen. De getallen liggen 5 jaar uiteen doordat de emissiegetallen eens per 5 jaar beschikbaar komen.
De vergelijking is gebaseerd op de situatie in 1995. Er is een duidelijk verschil in de trends. De emissies verminderen tussen 1955 en 2005, maar de deposities blijven eerst ongeveer gelijk (NHx, NOy) of nemen eerst toe (SOx) om pas in de laatste vijf jaar af te nemen. Dit zou kunnen worden veroorzaakt door:
Meer onderzoek is nodig.
We hebben software gemaakt waarmee snel inzicht kan worden verkregen in de bronnen en de effecten van reactieve stikstof, en de verbanden daartussen. Deze laat ook zien hoe de ontwikkeling daarvan in de tijd zou kunnen verlopen.
Één van de belangrijkste aspecten van reactieve stikstof is de rol ervan in de voedselvoorziening. Op basis van een ruwe berekening zou 40% van de wereldbevolking niet voldoende kunnen worden gevoed als er geen kunstmest zou bestaan. Zelfs met het huidige verbruik van kunstmest lijden miljoenen mensen onder ondervoeding. In de animatie hebben we de nadruk echter niet gelegd op problemen door tekorten aan reactieve stikstof, maar op de probleemgebieden die worden geconfronteerd met de gevolgen van een overmaat daarvan.
De visualisatie bestaat uit drie delen: