Nieuwe energieprojecten stuiten vaak op onvermoede bezwaren
Een risicovol energieproject uitvoeren in de samenleving is moeilijk. Dat laten de situaties in Barendracht (CO2-opslag) en Urk (windturbinepark) wel zien. De Europese Commissie heeft laten onderzoeken wat er nodig is om nieuwe energieprojecten succesvol te laten verlopen. “Het ESTEEM-instrument, het resultaat van dit onderzoek dat gecoördineerd is door ECN, is al sinds 2008 beschikbaar,” stelt Ynke Feenstra van ECN Beleidsstudies. Kernboodschap van ESTEEM is: “Streven naar gezamenlijkheid.”
Het lijkt er sterk op dat er in Barendrecht weinig draagvlak is voor de ondergrondse opslag van CO2 uit de Shell-raffinaderij in Pernis. “Daaruit mag je niet concluderen dat hun bezwaar gedeeld wordt door alle Nederlanders,” zegt Feenstra. “De meeste Nederlanders hebben nog weinig weet van de mogelijkheid om CO2 ondergronds op te slaan, toont uit onderzoek met representatieve steekproeven aan. En wanneer mensen wel goed geïnformeerd zijn over CO2-opslag, blijkt maar een klein deel van die mensen er serieuze bezwaren tegen te hebben. Een paar jaar geleden kwam ondergrondse opslag van CO2 ter sprake bij een project in Drachten, dat tevens als toets diende voor ons zogeheten ESTEEM-instrument. De Drachtenaren en andere betrokken partijen die daaraan deelnamen, hadden geen moeite met die opslag.”
Aan ESTEEM is behoefte bij beleidsmakers en project managers in heel Europa die nieuwe energietechnologieën promoten, legt Feenstra uit. Over het algemeen is de maatschappij voorstander van duurzame energie. Maar als het op concrete plannen aan komt, zijn er vaak conflicten die het project hinderen. Feenstra: “De wil is er dus wel, maar bij de uitvoering gaat het mis. Wij hebben onderzocht hoe dat komt en wat daar aan te doen is.”
Barendrechters zijn het zat
Als voorbeeld gist ze naar een van de mogelijke oorzaken van het vastlopen van het project in Barendrecht. Die gemeente heeft de laatste jaren intensief te maken gehad met het HSL-tracé. Feenstra: “De projectmanager van de CO2-opslag heeft daar helemaal niets mee te maken en kan daar weinig aan doen. Maar de Barendrechters ageren mogelijk tegen zijn plan omdat ze voor de tweede keer ‘belast’ worden met een grootschalig landelijk project; ze zijn het even zat en omarmen dan elk argument dat het project in twijfel trekt. Wat het ook is dat ze dwarszit, het is goed om dit vooraf boven tafel te krijgen. Elke locatie is immers uniek, in Barendrecht spelen weer heel andere zaken dan in Drachten”
Volgens de ECN-onderzoekster komt het bij ESTEEM neer op het op elkaar afstemmen van de toekomstvisies van alle betrokkenen. “Het is heel belangrijk om de verwachtingen bij elkaar te brengen. Daarmee probeer je voor een gezamenlijke toekomstvisie te zorgen. Dat blijkt een belangrijke sleutel te zijn naar een geslaagd project.”
Feenstra legt uit dat iedere betrokkene in zijn hoofd een eigen visie heeft op het project. Vanuit die toekomstvisie beoordeelt hij de details van het plan. De projectmanager denkt bijvoorbeeld voor wat betreft de architectuur hoofdzakelijk aan het voldoen aan de diverse bouwbesluiten, de investeerders denken aan het rendement van hun geld. De omwonenden denken aan hoe de gebouwen eruit komen te zien, want zij moeten er tegenaan kijken. “De projectmanager moet weten wat er onder de betrokkenen leeft en ervoor zorgen dat ze het ook van elkaar weten. In onze benadering ontmoeten de investeerders, de projectmanager, de bewoners, de lokale overheden, etc. elkaar. Dat ze elkaars gezicht hebben gezien, hun visie hebben gehoord en de projectmanager adviezen geven om tot een gedeelde toekomstvisie te komen, draagt bij aan de gezamenlijkheid,” zegt Feenstra.
Visies betrokkenen moeten bekend zijn
Hoewel er vaak inspraakrondes worden georganiseerd, is dat toch heel anders dan wat ESTEEM voorschrijft. Feenstra: “Er wordt op zogeheten inspraakavonden een plan gepresenteerd dat al grotendeels vastligt. Dat is toch een soort eenrichtingsverkeer. In ons geval betrekken we alle stakeholders er in een heel vroeg stadium bij, als de plannen nog niet vastliggen. Ze gaan met elkaar in gesprek in workshops; meerdere richtingenverkeer dus. De gemeente Drachten liet in haar toekomstvisie bijvoorbeeld weten de restwarmte van de fabriek mogelijk te willen benutten voor een zwembad. En de buurtbewoners wilden aan de buitenkant van de geplande koeltoren een klimmuur. Wel zo prettig dat dergelijke wensen vroeg bekend worden, dan zijn ze gemakkelijker te mee te nemen in de plannen.”
De projectmanager van Drachten kent Feenstra inmiddels maar al te goed. Dat was een mijnbouwkundig ingenieur, die zelf aangaf niet sterk te zijn in communicatie. De ECN-onderzoekers hebben als externe adviseurs alle interviews gedaan en toekomstvisies op papier gezet. Hij moest alleen tijd vrij maken om te praten met de ECN-ers en alle stakeholders. “Dat vond hij achteraf beslist de moeite waard. Het project is uiteindelijk niet doorgegaan om financiële redenen. “Iets dat in onze interviews al als kritisch punt naar voren was gekomen. Enkele investeerders hadden toch andere verwachtingen dan de projectmanager en haakten af.”
Onafhankelijk persoon doet de communicatie
Het klinkt als een typische Nederlandse gang van zaken, waar het polderdenken gemeengoed is geworden. Maar Feenstra wijst erop dat het ESTEEM–instrument ook is uitgeprobeerd in Hongarije, Italië, IJsland en Duitsland. En ook in die landen, met elk zijn eigen cultuur van machtsverhoudingen, is ESTEEM succesvol gebleken. “Natuurlijk waren er perikelen. De IJslandse projectmanager was heel ervaren, had een routine opgebouwd. Die was moeizaam in het ESTEEM-gareel te krijgen. De Italiaanse manager werd goed afgeschermd en was daardoor moeilijk te bereiken. In Nederland hadden we het geluk dat de manager geen ervaring had met een dergelijk project. Dat maakte dat hij er meer open voor stond. Dat heeft niets met het poldermodel te maken.”
Ten slotte wijst Feenstra op het belang van communicatie bij dergelijke projecten. En dan vooral wie de communicatie verzorgt. “Wij benadrukken in ESTEEM dat een onafhankelijke persoon de communicatie tussen de partijen moet verzorgen. Een consultant die zelf geen belang heeft bij het project, die een blanco imago heeft. Ik herinner me een project in Londen waar een waterstofstation gepland was in een wijk. Risicovol, maar aan alle veiligheidsvoorwaarden was voldaan. Toch zetten de buurtbewoners de hakken in het zand. Wat bleek? Het project was van BP en op dat moment lag het olieconcern helemaal niet goed bij de omwonenden. De kritiek was dus niet gericht tegen waterstof vanwege de risico’s, maar tegen de uitvoerder. Was het project uitgevoerd volgens ESTEEM, dan was die onvrede al vroeg boven water gekomen en had de projectmanager bijvoorbeeld onafhankelijke experts kunnen vragen voor de communicatie.”
Contact
Ynke Feenstra
ECN Beleidsstudies
Tel.: 0224-568262
E-mail: Ynke Feenstra
Info
www.esteem-tool.eu
Dit ECN-Nieuwsbrief-artikel mag zonder toestemming worden gebruikt voor publicatie, mits verwezen wordt naar de bron: www.ecn.nl/nl/nieuws/newsletter-nl/