De EU biobrandstoffendoelstelling, 10 procent in 2020, kan behaald worden met behulp van conventionele grondstoffen en huidige technologie, zonder ingrijpende veranderingen in gebruik van landbouwgrond en gevolgen voor het milieu. Het is echter de verwachting dat alleen geavanceerde tweede generatie biobrandstoffen substantieel zullen kunnen bijdragen aan de reductie van broeikasgasemissies en het verhogen van energievoorzieningszekerheid. De introductie van deze duurzame biobrandstoffen vereist ondersteunende maatregelen op verschillende beleidsniveaus. Dit zijn de belangrijkste conclusies van het REFUEL-project, dat ECN coördineerde.
Het potentieel aan biomassa kan beschikbaar worden gemaakt zonder de voedsel- en voervoorziening in het geding te brengen. Verder is het ook niet nodig om bossen, grasland en beschermde natuurgebieden om te zetten in landbouwgrond. Dit laatste is essentieel omdat recente studies aantonen dat zulke veranderingen in grondgebruik kunnen leiden tot verliezen van koolstof in de bodem waardoor elke broeikasgasemissiereductie zou worden tenietgedaan. In de nieuwe EU-lidstaten en de Oekraïne heeft de landbouw alle kansen om gewas- en veestapelopbrengsten te vergroten, waardoor landbouwgrond vrijkomt voor de verbouwing van grondstoffen voor bio-energie.
Voordelen
De EU-doelstelling van 10 procent biomassa in 2020 kan gehaald worden met behulp van binnenlandse productie van conventionele eerste generatie biobrandstoffen en een beperkt aandeel import. Geavanceerde tweede generatie biobrandstoffen leiden echter tot grotere klimaatwinst. Deze biobrandstoffen, die gemaakt worden van reststoffen en houtachtige of grasachtige planten, hebben substantieel hogere opbrengsten per hectare land en bieden veel betere kansen voor de Europese industrie om een innovatieve sector te ontwikkelen. Dit zijn de meest gebruikte argumenten voor het stimuleren van biobrandstoffen. De REFUEL-analyses tonen aan dat biomassabeleid met een nadruk op deze voordelen, zal leiden tot verbeterde kansen voor tweede generatie biobrandstoffen. In vergelijking hiermee presteren conventionele biobrandstoffen - biodiesel uit oliegewassen en bio-ethanol uit suikergewassen en granen - minder goed.
Hindernissen
Voordat geavanceerde biobrandstoffen de markt op kunnen zullen echter verschillende hindernissen genomen moeten worden. De vereiste productietechnologie moet verder worden ontwikkeld en ingezet. Hetzelfde geldt voor nieuwe toeleveringsketens voor land- en bosbouwreststoffen en -gewassen. Om deze hindernissen te overwinnen is een gunstig en stabiel investeringsklimaat nodig, meer nog dan voor de huidige biobrandstoffen. Verder toont REFUEL aan dat sectoroverschrijdende strategieën kunnen helpen bij het wegnemen van deze hindernissen. Enkele voorbeelden zijn de beginnende ontwikkeling van biomassatoeleveringsketens voor stroomopwekking en de integratie van biomassacentrales in stadsverwarmingssystemen. In dit kader zal de rol van Centraal- en Oost-Europese landen cruciaal zijn omdat deze regio het grootste deel van het grondstoffenpotentieel herbergt.
Het vervolg
ECN- coördinator van het REFUEL-project, Marc Londo, over het vervolg van het project: “De resultaten van REFUEL laten zien dat biobrandstoffen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een duurzame energievoorziening. Met de recente golf van kritische rapporten over dit onderwerp zouden we dat af en toe bijna vergeten. Tegelijkertijd is het wel belangrijk om rekening te houden met de belangrijkste risico’s van biobrandstoffen die uit deze kritische studies naar voren komt. De uitdaging ligt dan ook in het vormgeven van beleid dat een verantwoorde ontwikkeling van biobrandstoffen stimuleert. Vooral de grondstoffendiscussie is daarbij belangrijk.
Hoe stimuleren we een verdere productiviteitsverbetering in de landbouw, en hoe kunnen de boeren in Oost-Europa een inhaalslag maken, waardoor er landbouwgrond beschikbaar komt voor biobrandstoffen? Hoe voorkomen we dat de vraag naar biobrandstoffen leidt tot ongeremde ontbossing in de tropen? En als we weten dat geavanceerde biobrandstoffen veel minder concurreren om landbouwgrond dan de huidige, hoe kunnen we die dan specifiek ondersteunen? Veel van deze vragen staan centraal in een vervolg op REFUEL: Elobio (Effective and LOw-disturbing BIOfuel policies). In dit project is een groot deel van het REFUEL-team weer van de partij, maar de invalshoek ervan is economischer. In Elobio willen we ook gebruik maken van de ideeën en suggesties van marktpartijen en andere stakeholders voor dit onderwerp. Geïnteresseerden kunnen meer informatie vinden op www.elobio.eu en zich aanmelden via stakeholders@remove-this-part-elobio.eu.”
Het REFUEL-project, met een looptijd van twee jaar, werd gecoördineerd door het Energieonderzoek Centrum Nederland en uitgevoerd door een consortium van zeven Europese instituten met verschillende expertisevelden. Het team heeft het Biobrandstoffen Road Map rapport gepresenteerd tijdens een persconferentie op 14 maart, tijdens de World Biofuel Markets conferentie in Brussel.
Informatie:
Meer informatie over het REFUEL-project kunt u vinden op de webpagina www.refuel.eu. Hier kunt u de ook het rapport REFUEL, The Final Road Map downloaden.
Contact:
Marc Londo
ECN Beleidsstudies
tel. 0224 - 568253
londo@remove-this-part-ecn.nl