ECN: Hoog bezoek vanuit defensie aan ECN

ECN

Hoog bezoek vanuit Defensie

Een hooggeplaatste delegatie van het Ministerie van Defensie, onder leiding van de Commandant der Zeestrijdkrachten vice-admiraal Jan Willem Kelder, heeft op 12 januari een kennismakingsbezoek aan het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) gebracht. Voor de delegatie en wetenschappers van ECN was het een mooie gelegenheid ervaringen uit te wisselen. Na een hartelijk welkom door ECN directievoorzitter Ton Hoff en een algemene presentatie over het onderzoek bij ECN, werden verschillende programma-units bezocht.  

Volgens Hoff was het bezoek belangrijk en zeer informatief. "Het is altijd goed om de buren te leren kennen. We kunnen op technisch gebied van elkaar leren en eventueel samenwerken. De energievoorziening is ook voor de Marine van groot belang. En de werkgelegenheid in de Kop van Noord-Holland gaat beide organisaties na aan het hart."  

Als eerste werd de technische ondersteunings- en ontwikkelingsgroep Engineering & Services bekeken. Deze groep ontwerpt, realiseert en instrumenteert experimentele installaties, prototypes en hightech componenten. Tevens werken de wetenschappers aan materiaalonderzoek, verzorgt men gegevensverwerking en gegevensvisualisatie en schrijft men wetenschappelijke software. Hiermee ondersteunt de groep niet alleen ECN, maar kan ook in de toekomst de Marine op innovatieve wijze van dienst zijn.  

Marinedelegatie tijdens de kennismaking bij dr. Ton Hoff (vierde van links).  

De delegatie, bestaande uit de Commandant der Zeestrijdkrachten vice-admiraal Kelder, commandeur Snoeks, kapitein Lutje Schipholt, overste Vrolijk, overste Buijs, overste Schippers en de heer Vredenburg, werden hierna door unitmanager Windenergie Theo de Lange ontvangen. De delegatieleden waren zeer geïnteresseerd in de ontwikkelingen op gebied van offshore windenergie. Men was met name onder de indruk van de aantallen turbines die in de toekomst op de Noordzee geplaatst zouden kunnen gaan worden en de afmetingen van de moderne offshore turbines. Op de vraag aan de vice-admiraal Kelder in hoeverre de marine nu voor- of nadelen zou kunnen ondervinden van windturbines op zee, was het antwoord dat men daar relatief neutraal tegenover staat. Een punt van zorg was de eventuele verstoring van radarsystemen, maar dat lijkt geen echt knelpunt te vormen. Voor onderzeeboten is er geen gevaar, omdat er geen duikbootmissies worden uitgevoerd op de Noordzee. Verder is nog kort gesproken over de mogelijkheden van toepassing van windenergie door de marine zelf, bijvoorbeeld bij geïsoleerde posten in het buitenland, op eilanden, enz.  

In de algemene presentatie Zonne-energie werd door de unitmanager Paul Wyers vormen van zonnecellen uitgelegd en waar de door ECN ontwikkelde technieken op dit moment in de markt staan. Onlangs is bijvoorbeeld in Heerlen de nieuwe Solland Solar fabriek geopend waarin met kennis en techniek van ECN, zonnecellen gemaakt worden met elektrische contacten aan één zijde. Deze cellen geven een hoger rendement per m² in vergelijking tot standaard zonnecellen. Het is zelfs theoretisch mogelijk om in 2050 een dekking van 25 procent van het gehele mondiale elektriciteitsverbruik met zonnecellen te behalen.  

Onderzeeboot van de Walrus-klasse: ten minste houdbaar tot eind 2025.

Tijdens de rondleiding in de nieuwe brandstofcel testfaciliteit, werden de vice-admiraal en zijn delegatieleden door Ronald Mallant, groepsleider PEM-brandstofcellen, voorgelicht over de laatste ontwikkelingen in de waterstoftechnologie. ECN richt zich op die toepassingen waar de brandstofcel een aanzienlijke bijdrage kan leveren in het terugdringen van het energiegebruik, de CO2-emissies en de overige milieubelasting. Die toepassingen zijn het verkeer en de mini- en microwarmtekrachtkoppeling. Er zijn legio andere toepassingen denkbaar, maar daar zal een aanzienlijk geringer milieu- en energievoordeel te behalen zijn. Door onderzoek en ontwikkeling hopen de wetenschappers de overgang naar een duurzame energiehuishouding te bespoedigen. Voor de Marine is het van belang te weten dat PEM-brandstofcellen geschikt zijn om in te zetten in een luchtonafhankelijk aandrijfsysteem voor onderzeeboten, zoals de nieuwste Duitse onderzeeboten. Echter de Walrus-klasse onderzeeboten zullen tot eind 2025 in bedrijf gehouden worden. Pas daarna komt de inzet van brandstofcellen voor de voortstuwing van onderzeeboten in beeld. 

Contact:
Harold IJskes
ECN Persvoorlichter
Tel. 0224 56 4050
ijskes@remove-this-part-ecn.nl

Tell a friend

Nieuws

PV PARITY Project: Europees consortium benadrukt de concurrentiekracht van zonnestroom in 11 EU-landen

03.12.2012 -

Het moment dat zelfopgewekte zonnestroom (PV) voor consumenten en bedrijven kan...

>>

“Set Aside” kan flinke budgettaire effecten hebben

29.11.2012 -

Vanaf 2013 wordt ongeveer de helft van de CO2 uitstootrechten voor de energiebedrijven en...

>>

Energie Trends 2012: Grote spreiding energieverbruik huishoudens

23.11.2012 -

Het energieverbruik per huishouden verschilt behoorlijk, zowel voor elektriciteit als...

>>

ECN Extra

ECN, P.O. Box 1, 1755 ZG Petten, tel +31 224 56 4949  |  Disclaimer  |  Privacy Statement