ECN: ECN55 - Hollands aardgas na 2050

ECN

EDGaR verleidt deelnemers om hun horizon te verbreden

Ruim een half jaar geleden klonk het officiële startsein van het multidisciplinaire gasonderzoeksprogramma Energy Delta Gas Research (EDGaR). Nu is het aan een uiterst bont gezelschap van 'gasdeskundigen' om te bewijzen dat zij in staat zijn een gezamenlijke route uit te stippelen die Nederland de komende decennia op de kaart houdt als vooraanstaand gasland. EDGaR heeft de komende vijf jaar een budget van circa euro 44 mln, daarvan is de helft subsidie. Het totale ECN-budget in het EDGaR programma is euro 6,5 mln. Een dergelijk groot programma puur op groen gas is uniek in de wereld. Dit laat echt laat zien dat de Nederlandse overheid de intentie heeft van haar positie en ambitie iets te maken.
Speciaal voor de ECN-lustrumserie over samenwerkingen geeft Luc Rabou, van de unit Biomassa, Kolen & Milieuonderzoek (BKM), een kijkje achter de schermen van EDGaR.

Het project kent drie hoofdthema's: de toekomst van energiesystemen, veranderende gasmarkten en van mono- naar multigas. ECN heeft voor elk van die thema's onderdelen van het programma geschreven. Rabou heeft een deel van het programma geschreven dat gaat over de productie van duurzaam (groen) gas. “Daarvoor hebben we nu samen met de unit Waterstof & Schoon Fossiel diverse projectvoorstellen gedaan.”
Sinds kort heeft Rabou zijn voormalig collega Frank de Bruijn opgevolgd als themaleider van EDGaR. Dit houdt in dat hij een groot deel van de projectvoorstellen moet beoordelen, samen met de themaleiders van andere EDGaR-deelnemers. In deze hoedanigheid leest hij regelmatig voorstellen die geen technologische achtergrond hebben. Hij erkent daar wel eens moeite mee te hebben. “Voorstellen waarin handelstaal of politiek jargon gebruikt wordt vergen een extra inspanning. Het taalgebruik is wollig en soms denk ik na afloop nog steeds: welk doel had ik uit deze woordenbrij moeten halen? Techneuten zijn gewend hun vragen en doelen preciezer te formuleren, is mijn indruk.”

Nu stroomt er nog aardgas door de leidingen, welk soort gas in 2050? (foto: Gasunie).

Divers gezelschap
Naast ECN zijn ook de GasUnie en Gasterra betrokken, de netbedrijven Stedin, Liander en Enexis, de onderzoeksinstellingen TU Delft, Hanze Hogeschool en Rijksuniversiteit Groningen en Kiwa, de certificeerder van onder andere gassystemen. Omdat het de nadrukkelijke bedoeling is dat de deelnemers over de grenzen van hun eigen markt/discipline leren kijken, moest ECN samen met Kiwa het programmadeel over duurzaam gas schrijven. Hierbij was ECN verantwoordelijk voor het gedeelte over de productie, en Kiwa voor de hoofdstukken over veilige levering.
Rabou: “We kenden Kiwa wel, maar we hadden nog niets structureel samen gedaan, daarvoor zitten we in een te verschillende markt.” Helemaal vanzelfsprekend was het niet, bemerkte de ECN-onderzoeker. “We hebben een compleet andere bril op. Kiwa kijkt vooral naar de huidige transportsituatie en de geschiktheid daarvan voor de doorvoer van groen gas. Hierbij is leidend wat haalbaar is voor gasbedrijven op de korte termijn. Verder vooruit kijken dan vijf jaar is voor hen lastig. ECN daarentegen is gewend om over een veel langere periode te kijken en heeft de neiging vanuit een wetenschappelijk enthousiasme over bepaalde praktische bezwaren heen te stappen.”
Als voorbeeld noemt Rabou de mogelijkheid dat groen gas een beetje waterstof bevat. “Bij ECN is de reflex: als het net zo goed brandt, dan maakt het toch niet zo veel uit? Terwijl netbedrijven eerder redeneren vanuit hun verantwoordelijkheid voor hun afnemers. Zij denken in termen van risico’s: wat als die waterstoffractie toch verbrandingsproblemen geeft, of wat als dit gas weglekt, is er dan sprake van explosiegevaar?”

Gevoel voor elkaars werelden
Maar ondanks de ‘vertaalprobleempjes’ ziet Rabou vooral de voordelen van het diverse gezelschap. “Je krijgt een beter gevoel voor elkaars werelden. Dat werkt twee kanten op. ECN laat Kiwa nadenken over ‘het waarom’ van hun eisenpakket voor veilige levering en ECN leert veel over de transportpraktijk. Zo ontstaan er bijvoorbeeld discussies over de gevolgen van siliciumafzetting op gasbranders. Allemaal van die dingen waar je anders niet zo mee geconfronteerd wordt komen via dit programma makkelijker tot je.”
Andere EDGaR-partijen buigen zich over zaken als wettelijke aansprakelijkheid en regelgeving. Denk aan een Europese norm voor een bepaald percentage groen gas. Rabou: “Dit heeft veel juridische en economische consequenties. EDGaR moet daar kennis over gaan genereren.” Op dit snijvlak is ook ECN-beleidsstudies bij het programma betrokken, samen met de TUD, RUG en Gasunie. Zij kijken naar de rol van de overheid als sturende factor en naar de maatschappelijke consequenties van het uitbreiden van het gasaanbod. “Het is natuurlijk leuk als er binnen EDGaR bedacht wordt hoe we groen gas gaan produceren en leveren, maar wil de klant dit wel? De discussie over CO2-opslag is daar een voorbeeld van.”

Lange aanloop
Hoewel het programma succesvol is gelanceerd en opgepakt, is er ook wat gebrom over de lange aanloop. Er is ruim vier jaar gelobbyd voordat er voldoende financiële toezeggingen waren. Hierdoor heeft het programma een tijdje onaangeroerd gelegen en was het bij lancering al enigszins verouderd. Rabou noemt een voorbeeld uit de eigen organisatie. “ECN heeft behoorlijk wat werk opgevoerd dat met brandstofceltechnologie te maken heeft. Dit is nodig voor de koppeling tussen het gas- en het elektriciteitsnet. Ondertussen is bekend geworden dat ECN zich genoodzaakt voelt het brandstofcelprogramma volgend jaar stop te zetten vanwege bezuinigingen.”
Met de ervaring dat het behoorlijk lang kan duren voordat een dergelijk grootschalig programma loopt, wordt er nu al nagedacht over EDGaR2, of iets wat daarop lijkt. Rabou: “We zijn te laat als we daar niet nu al een idee over hebben, al is het wel lastig zonder de resultaten te kennen van het huidige programma. Die moeten immers nog komen.” De ECN-onderzoeker hoopt dat de ‘gasdenktank’ een opvolger krijgt en zou ten slotte graag zien dat er in het vervolg gekozen wordt voor meer sturing in het programma. “Dit voorkomt dat er, zoals nu, gelegenheidscombinaties ontstaan, in plaats van multidisciplinaire combinaties.”

Contact
Luc Rabou
ECN Biomassa, Kolen & Milieuonderzoek / Syngas en SNG
Tel.: 022 456 44 67
E-mail: Luc Rabou  

Info
Website van EDGaR   

Dit ECN-Nieuwsbrief-artikel mag zonder toestemming worden gebruikt voor publicatie, mits verwezen wordt naar de bron: www.ecn.nl/nl/nieuws/newsletter-nl/

Tell a friend

Nieuws

Consortium onderzoekt ‘stopcontact’ windparken Noordzee

07.01.2013 -

Een consortium van negen partijen doet de komende vier jaar onderzoek naar verlaging van...

>>

ECN presenteert state of the art n-type PV-cellen op de grootste markt ter wereld: China.

02.01.2013 -

ECN is voorloper op het gebied van zonne-energietechnologie en promoot samen met...

>>

PV PARITY Project: Europees consortium benadrukt de concurrentiekracht van zonnestroom in 11 EU-landen

03.12.2012 -

Het moment dat zelfopgewekte zonnestroom (PV) voor consumenten en bedrijven kan...

>>

ECN Extra

ECN, P.O. Box 1, 1755 ZG Petten, tel +31 224 56 4949  |  Disclaimer  |  Privacy Statement