ECN: Europees meetnet ICOS

ECN

Klimaatbeleid weinig waard zonder nauwkeurige milieumetingen

ECN pleit vurig voor financiering langetermijnproject ICOS

Nederland heeft een goede naam op het gebied van milieumetingen. De uitstoot van de broeikasgassen methaan en kooldioxide (CO2) wordt al jaren behoorlijk nauwkeurig in beeld gebracht. Maar deze reputatie staat onder druk, aldus ECN-onderzoeker Alex Vermeulen van de unit Biomassa, Kolen & Milieuonderzoek. “Als we de metingen niet kunnen voortzetten, verliezen we de aansluiting bij het Europese milieuonderzoek en staat Nederland binnenkort buiten spel.”

Het Europese ‘huzarenstuk’ voor milieuonderzoekers heet ICOS. Dit staat voor Integrated Carbon Observing System, het gaat om een Europese bundeling van expertise en meetstations om in de toekomst nauwkeurige milieumetingen te doen van een breed scala aan broeikasgassen. Op dit moment spannen zestien landen – waaronder Frankrijk (penvoerder), Duitsland, Polen, Portugal en Nederland – zich in voor het naar een hoger plan tillen van het monitoren en analyseren van broeikasgasemissies.

‘We hebben een unieke meetreeks van broeikasgassen in een geïndustrialiseerd gebied’

Financiering
De Franse, Finse, Zweedse, Vlaamse en Italiaanse ICOS-deelnemers hebben van hun overheden inmiddels groen sein gekregen om het plan in de praktijk uit te rollen. Zij krijgen de komende jaren allemaal enkele tot vele miljoenen euro’s uit de eigen staatskas. Het is de bedoeling dat ICOS binnen twee jaar operationeel wordt. Op dit moment zit het project nog in de zogenoemde ‘voorbereidende’ fase. Deze aanloopperiode wordt voor driekwart gefinancierd uit Europees onderzoeksgeld (zevende kader onderzoeksprogramma).
ICOS-nl is in 2008 door de commissie Van Velzen als zeer goed beoordeeld en met zeven andere projecten uit zeer vele voorstellen geselecteerd als kandidaat voor Nederlandse ondersteuning in het kader van grootschalige Europese onderzoeksinfrastructuur (ESFRI). De bijbehorende gelden vanuit de overheid die NWO gaat verdelen, zijn echter bij lange na niet genoeg om die projecten allemaal te financieren; er wordt nu zelfs maar één project (gedeeltelijk) ondersteund met het geld voor 2008-2011.
Onlangs is een nieuwe Task Force onder leiding van dhr. Van Velzen gestart die opnieuw naar mogelijkheden gaat zoeken. Hoe, wanneer en of er iets gaat gebeuren met de Nederlandse support voor ESFRI is volkomen onduidelijk. Ondertussen is de situatie voor de financiering van de metingen van ECN en de andere ICOS-nl partners bijzonder nijpend geworden en dreigt binnenkort zelfs de stekker uit de metingen te worden gehaald.

Perfectioneren van de metingen
Vermeulen is er op gebrand dat Nederland ook instapt. ECN is ‘focal Point’ voor ICOS en voert regelmatig gesprekken in Den Haag, samen met onderzoekpartners, zoals VU Amsterdam, RU Groningen, Wageningen Universiteit en het KNMI. Voor de Nederlandse deelname aan ICOS verwachten de partijen circa twintig miljoen euro aan financiering nodig te hebben voor de komende vijf jaar. Vermeulen: “Ongeveer de helft is nodig voor het perfectioneren van de metingen, de rest voor modellering, analyse en disseminatie.”
De huidige computermodellen zijn niet geavanceerd genoeg voor het goed ontleden van de ‘atmosferische mengmachine’ over relatief kleine oppervlakken en in relatief korte tijdsbestekken. Zo zijn de nationale emissies van bijvoorbeeld de landbouw, oxidatie van veen na ontwateren, methaan uit koeien en lachgas uit bemeste weilanden, zeer onzeker.

Strijd om continuïteit
Om deze ‘onzekerheden’ weg te werken is een constante reeks betrouwbare meetgegevens nodig. “De kans op een dergelijke reeks is het grootst als kennis wordt gebundeld en de middelen langdurig beschikbaar komen”, zegt Vermeulen. ICOS Europa, dat volgens de deelnemers over een periode van twintig jaar 250 miljoen euro gaat kosten, is een poging om de toekomst van deze milieumetingen zeker te stellen.
Vermeulen, die al ruim 20 jaar meeloopt in het vak, weet als geen ander hoe belangrijk het is om de continuïteit van metingen veilig te stellen. “Aan hier en daar een meting heb je helemaal niets. En als je bedenkt dat sommige van die enkele metingen maar liefst 700 euro per keer kosten, dan snap ik dat beleidsmakers wel eens zeggen: is dat nu echt nodig?”
ECN startte in 1992 als een van de eerste onderzoeksinstituten ter wereld met metingen vanuit de Cabauw-meetmast (200 m) van het KNMI (bij Lopik). Vermeulen: “Op deze inspanningen en de daaruit verkregen inzichten drijft de Nederlandse reputatie nog steeds.” ECN beschikt nu over een unieke meetreeks die net als de beroemde meetreeks op Hawaï een unieke trend in de broeikasgassen laat zien, maar dan in een geïndustrialiseerd gebied.
Op dit moment registreert ECN vanaf Cabauw de belangrijkste broeikasgassen (kooldioxide, methaan, lachgas, zwavelhexafluoride) en andere luchtverontreinigingen (koolmonoxide, waterstof, radon, etc.). Ook bedrijft ECN regelmatig op Cabauw de door ECN ontwikkelde geavanceerde MARGA, om de hoeveelheid en de samenstelling van fijn stof in de lucht te bepalen. De metingen op hoge torens als die van Cabauw zijn vanwege hun hoogte representatief voor een relatief groot grondoppervlak. Dat komt omdat ze minder worden beïnvloed door de lokale emissies dan metingen vlak boven het aardoppervlak.

Rol ECN binnen ICOS
Binnen het Nederlandse ICOS-team brengt ECN veel kennis mee over het ‘bestieren’ van hoge meetmasten (ook wel Tall Towers genoemd). Die kennis is verzameld doordat ECN het Europese project heeft gecoördineerd om deze milieumeetmasten aan elkaar te koppelen. Inmiddels staan de masten in een netwerk over heel Europa verspreid. Daarnaast is het onderzoeksinstituut specialist in het meten van de atmosfeer – biosfeer uitwisseling van gassen en deeltjes, van belang voor de bronnen en verliestermen van deze componenten. Vermeulen: “Wij beschikken over zeer geavanceerde apparatuur die razendsnelle metingen kan uitvoeren.” Ten slotte kan ECN een waardevolle bijdrage leveren aan de ontwikkeling van computermodellen.
“Het is uitermate belangrijk dat Nederland aan ICOS meedoet”, besluit Vermeulen. Want Nederland is een ‘hotspot’ van de zeer krachtige broeikasgassen lachgas en methaan. “Het is heel belangrijk om over hun concentratie en verspreiding gedetailleerde informatie te verkrijgen, onder andere om te zien of het nationale klimaatbeleid resultaten oplevert en de concentraties van broeikasgassen daadwerkelijk afnemen.”
Ook geldt dat de ICOS-milieumetingen in algemene zin als basis dienen voor tal van wetenschappelijke teksten en rapporten over het klimaat en het milieu, en daarmee regelmatig beleidsbepalend zijn. Denk aan het veelbesproken IPCC-rapport. Vermeulen: “Deze wetenschappelijke basis zal ook in de toekomst hoognodig zijn bij het uitzetten milieumaatregelen en het taxeren van onze klimaatvorderingen.”

Contact
Alex Vermeulen
ECN Biomassa, Kolen & Milieuonderzoek
Tel.: 022 456 4194
E-mail: Alex Vermeulen  

Tekst: Jorinde Schrijver

Info
Surf naar ICOS-eu, een ESFRI (European Strategy Forum on Research Infrastructures) project in de ‘voorbereidende fase’. De Nederlandse deelnemers hebben zich verzameld in ICOS-nl.

Dit ECN-Nieuwsbrief-artikel mag zonder toestemming worden gebruikt voor publicatie, mits verwezen wordt naar de bron: www.ecn.nl/nl/nieuws/newsletter-nl/

Overzicht van de Europese meetstations. Rechtsboven de locatie van de twee Tall Towers, rechtsonder de meetstations in Nederland.
Tell a friend

Nieuws

Innovaties voor de chemische industrie

19.04.2013 -

ECN presenteert haar aantrekkelijke, innovatieve technologieen en services aan de...

>>

Bouw hightech laboratorium ECN en TNO van start

17.04.2013 -

In opdracht van ECN en TNO is op 16 april de bouw gestart van een wereldwijd uniek...

>>

ECN Extra

ECN, P.O. Box 1, 1755 ZG Petten, tel +31 224 56 4949  |  Disclaimer  |  Privacy Statement