ECN: Kopenhagen, klimaatverandering en CO2 afvang en opslag

ECN
vrijdag 17 juli 2009 10:32

Kopenhagen, klimaatverandering en CO2 afvang en opslag

In december van dit jaar wordt in Kopenhagen een nieuw klimaatverdrag afgesloten. Waarschijnlijk zal dat meer dan het huidige Kyoto Protocol aandacht besteden aan specifieke technologieën. Een van de technologieën die sterk in de belangstelling staat is CO2 afvang en opslag (Carbon Capture and Storage, CCS). Heleen de Coninck, ECN-onderzoeker internationaal klimaat- en energiebeleid, schrijft over afspraken over CCS in Kopenhagen en over de kansen en bedreigingen voor CCS.

Klimaatverandering is bijna niet meer uit het nieuws weg te denken. Op topniveau wordt er voortdurend over gepraat; onlangs ook weer tijdens de G8 in L’Aguila. Er staat ook wel het een en ander te gebeuren. Twaalf jaar na het Kyoto Protocol wordt er in Kopenhagen vermoedelijk een nieuw akkoord gesloten. Dit gaat er vrijwel zeker heel anders uitzien dan Kyoto, met meer aandacht voor specifieke technologieën.

CO2 afvang en opslag is een van die specifieke technologieën die niet meer weg te denken is uit het rijtje van maatregelen om broeikasgasuitstoot te voorkomen. De meningen over of CCS wel zo’n goed idee is zijn echter verdeeld. Organisaties als Greenpeace zeggen dat emissies met energiebesparing en hernieuwbare energie voldoende kunnen worden verminderd. CCS is wel goedkoop, zeggen dergelijke organisaties, maar het verergert onze verslaving aan fossiele brandstoffen alleen maar. Bovendien komt CCS te laat: volgens IPCC moeten voor 2020 de mondiale emissies worden omgebogen. Het is maar de vraag of CCS dan marktrijpe technologie is.

Tot op zekere hoogte kloppen die bezwaren wel. CCS is de enige manier om broeikasgasemissies te reduceren en fossiele brandstoffen te blijven gebruiken en kan het fossiele tijdperk dus verlengen. En hoewel de individuele stappen van CCS – de afvang, het transport en de opslag van CO2 – weinig technologische uitdagingen meer kennen, zijn er nog geen grootschalige demonstratieprojecten. De G8 heeft er wel afspraken over gemaakt – twintig demonstraties gestart in 2010 – maar die worden zeker niet gehaald. Sinds het IPCC in 2005 in een rapport vaststelde dat CCS een haalbare optie is voor emissiereductie, is er verschrikkelijk weinig gebeurd. Willen we dat CCS een rol speelt, dan zal er op korte termijn heel veel moeten gebeuren.

Hebben we CCS wel echt nodig? In principe niet. Technisch gesproken kunnen emissies voldoende worden gereduceerd zonder gebruik van CCS of kernenergie. Het klimaatbeleid wordt dan wel een stuk duurder. Belangrijker echter dan de economische kosten zijn de politieke kosten van het uitsluiten van CCS. Miljoenen mensen zijn voor hun inkomen afhankelijk van fossiele brandstoffen; er gaan jaarlijks vele honderden miljarden om in de olie-, gas- en kolenindustrie. Hele landen zijn afhankelijk van inkomsten van de export van olie of gas. Deze combinatie van machtige bedrijven en landen is onverslaanbaar in de internationale klimaatonderhandelingen. Daarom is CCS pas echt belangrijk: het maakt de fossiele belangen onderdeel van de oplossing van het klimaatprobleem. Als je CCS niet toelaat of niet van de grond krijgt, is de kans dat een afdoende klimaatverdrag wordt afgesloten erg klein.

Dat laat niet onverlet dat CCS nadelen heeft. Het reduceert emissies met slechts 70 tot 80% en kost veel extra energie in het proces. Zonder bijstook van biomassa of grote technologische verbeteringen zijn de emissiereducties na 2050 niet meer voldoende. Een van de grootste gevaren voor CCS is echter dat de CCS-experts wat geheimzinnig over die nadelen doen en ze liever niet noemen of wegredeneren. Hun bedoelingen daarbij zijn goed. Ze willen graag klimaatverandering voorkomen, geloven in de technologie, en zaaien dus liever geen twijfel. Het gevolg is echter dat ze wel twijfel zaaien – namelijk over hun eigen integriteit. En daarmee wordt de technologie ook niet vertrouwd, want als de voorstanders niet te vertrouwen zijn, zal er met de technologie ook wel iets mis zijn. Voor publieke acceptatie van CCS is een onafhankelijke expertgemeenschap waarin constructieve kritiek op CCS wordt gestimuleerd een noodzakelijke voorwaarde.

Een overeenkomst in Kopenhagen wordt dus moeilijk zonder afspraken over CCS. De Kyoto periode heeft ons veel geleerd over klimaatbeleid. De belangrijkste les is wel dat zelfs een paar procent emissiereductie moeilijk blijkt voor veel landen. Robuuste afspraken zijn nodig om de landen die het meeste CO2 uitstoten te betrekken. De technologiefocus in Kopenhagen kan helpen bij het tijdig realiseren van CCS demonstraties, maar Kopenhagen is pas echt geslaagd als het ervoor zorgt dat CCS wordt blootgesteld aan meer constructieve kritiek en een eerlijk en geïnformeerd debat over de voor- en nadelen. De hoogste tijd dus voor een frisse start – voor internationaal klimaatbeleid en voor CCS.

Informatie
Op 19 juli zendt BBC World een aflevering van “The World Debate” uit waarin de vraag wordt gesteld of we fossiele brandstoffen kunnen vergroenen. Heleen de Coninck zit namens ECN in het vijfkoppige panel. Het debat staat onder leiding van “Hard Talk” presentator Stephen Sackur en is te bekijken via BBC World. Dit is een opiniestuk en op persoonlijke titel geschreven.

 


Nieuws

PV PARITY Project: Europees consortium benadrukt de concurrentiekracht van zonnestroom in 11 EU-landen

03.12.2012 -

Het moment dat zelfopgewekte zonnestroom (PV) voor consumenten en bedrijven kan...

>>

“Set Aside” kan flinke budgettaire effecten hebben

29.11.2012 -

Vanaf 2013 wordt ongeveer de helft van de CO2 uitstootrechten voor de energiebedrijven en...

>>

Energie Trends 2012: Grote spreiding energieverbruik huishoudens

23.11.2012 -

Het energieverbruik per huishouden verschilt behoorlijk, zowel voor elektriciteit als...

>>

ECN Extra

ECN, Postbus 1, 1755 ZG Petten, tel. 0224 56 4949  |   Disclaimer  |  Privacy Statement