Een eigen Nederlandse nucleaire industrie?
Bij de oprichting van RCN is er een belangrijke deelname van de Nederlandse industrie. Er is een veertig koppen tellend curatorium en een achthoofdig bestuur; van beide wordt een kwart benoemd door de industrie, de rest door de ministeries, de Stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) en de KEMA.

De industrie hoopt op een eigen Nederlandse nucleaire (van het Latijnse nucleus = kern) bedrijfstak. De ambities zijn groot. KEMA is betrokken bij RCN omdat bestellingen voor kerncentrales uit de hoek van de elektriciteitsproducenten moeten komen. De industrie, waarbij RSV, De Schelde, Philips en de ingenieursbureaus Comprimo en Neratoom, wil apparatuur ontwikkelen en zo mogelijk met een eigen kerncentrale komen. Bij RCN wordt hard gewerkt aan een kernreactor voor toepassing in schepen, genaamd NERO (Nederlands Eerste Reactor Ontwerp). De ontwikkeling van NERO, betaald door Euratom en het Ministerie van Defensie, loopt echter spaak en het ontwerp wordt nooit uitgevoerd.
Enkele keren bestaat er de hoop dat de deskundigheid van RCN leidt tot een goedlopend Nederlands nucleair bedrijf. Zo bedenken enkele ingenieurs bij RCN een slimme manier om splijtstofstaven te fabriceren. Er lijkt een goede markt voor te zijn. Maar de onderneming wordt afgeblazen als Shell zich terugtrekt en de financiële risico's voor de andere partijen te groot worden.
Succes is er bij de ontwikkeling van het scheiden van uraniumisotopen door middel van ultracentrifuge. Aan de ultracentrifuge dragen vele Nederlandse industrieën en onderzoeksinstellingen bij. De octrooien worden ondergebracht bij RCN. Mede dankzij het werk bij RCN komt de ultracentrifugefabriek Urenco in Almelo van de grond.

Volgende Pagina