ECN: Schoon wegverkeer

ECN

Wegverkeer op elektriciteit en waterstof onmisbaar voor schone toekomst

Tankstations voor vloeibare waterstof zijn halverwege deze eeuw vermoedelijk heel gewoon.

Er is een hoofdrol weggelegd voor elektriciteit en waterstof in het wegverkeer om in de toekomst de CO2 -uitstoot sterk te verminderen. Dit blijkt uit een studie van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) over de bijdrage die duurzame innovatie in het wegverkeer kan leveren aan de doelstellingen van het Nederlandse klimaatbeleid.

ECN heeft een aantal innovaties in brandstoffen en aandrijvingen op een rij gezet, de effecten daarvan op het klimaat in kaart gebracht en de gevolgen voor het overheidsbeleid beschreven. Een aantal technologieën, zoals hybride voertuigen, eerste generatie biobrandstoffen, intelligente ICT toepassingen in de auto, en CNG (als voorloper van groen gas), is al voldoende ver ontwikkeld voor grootschalige marktintroductie. Helaas bieden die technologieën op de wat langere termijn onvoldoende vermindering van CO2-emissies. Bovendien is er bij eerste generatie biobrandstoffen, behalve van een beperkt potentieel, ook sprake van sterke ongewenste neveneffecten.
Op de lange termijn (2030-2040) is er behoefte aan (vrijwel) nul-emissie technologie. Naast energiebesparing en tweede generatie biobrandstoffen zijn twee innovaties hiervoor uitermate geschikt:

  • Rijden op waterstof in brandstofcelauto’s
  • Elektrisch rijden, eventueel in een plug-in hybride auto

Duurzaam karakter
Op dit moment is het nog te vroeg om aan te geven welke van de twee innovaties uiteindelijk de markt zal domineren. Pas rond 2015 zal daar meer duidelijkheid over zijn. Om het duurzame karakter te waarborgen is het essentieel dat de elektriciteit of de waterstof op een schone manier wordt geproduceerd. Bijvoorbeeld door duurzame biomassa en stroom uit zon en wind in te zetten. Bij de inzet van fossiele brandstoffen, zoals kolen en gas, zal de daarbij vrijkomende CO2 moeten worden afgevangen en opgeslagen (Carbon Capture and Storage, CCS). Hoewel er nu nog geen keuze gemaakt kan worden, is het noodzakelijk beide innovaties parallel verder te ontwikkelen. Dan zijn er alternatieven als de grenzen van het verder optimaliseren van de klassieke verbrandingsmotor in zicht komen. Dit is niet alleen van belang voor het klimaat, maar ook om onze afhankelijkheid van olie te verminderen.
Rijden op waterstof en elektriciteit zijn nu nog in een demonstratiefase en vergen systeeminnovaties, met gecoördineerd beleid op meerdere fronten. Vanwege de schaalgrootte is Europees beleid cruciaal. ECN adviseert de Nederlandse overheid om, binnen de koers die Europa vaart, strategische keuzes te maken die de nationale belangen het beste dienen.
Er zijn ook niches, zoals innovatieve bussen en ICT, waarin Nederland een voortrekkersrol kan spelen. Nederland kan ook coalities vormen met andere landen om invloed uit te oefenen op Europees beleid, zoals het uitwerken van certificering van de duurzaamheid van biobrandstoffen of het opstellen van langetermijn-normen voor CO2-emissies van voertuigen, waarbij innovatieve oplossingen een extra stimulans krijgen. Verder moet de overheid een coördinerende rol spelen in het opzetten van een infrastructuur (tankstations) voor vervoer op waterstof en elektriciteit.

In 2030 naar CO2-emissie van 1990
De studie toont aan dat, als Nederland en Europa sterk inzetten op innovatie, een substantiële reductie in de ‘well to wheel’ emissies van CO2, ofwel ketenemissies, mogelijk is. Rond 2030 wordt dan het niveau gehaald van 1990. Coen Hanschke, een van de auteurs van het rapport, licht toe: “Tussen 1990 en 2040 groeit het wegverkeer met ongeveer 95%, wat bijna een verdubbeling is. Door verregaande emissiereductie als gevolg van innovatie op diverse fronten bereiken we die groei zonder een stijging van de ketenemissie.”
Volgens Hanschke blijven de ‘klassieke’ brandstoffen voorlopig nog in beeld. “In 2020 zal de belangrijkste reductie nog niet van waterstof of elektriciteit komen omdat, zelfs bij een ambitieus ontwikkelingspad, dan nog steeds 95% van alle personenwagens een klassieke verbrandingsmotor heeft. Voor 2020 moet dus de focus liggen op reeds beschikbare innovatieve technologieën zoals hybrides en biobrandstoffen. Na 2020 zal bij een succesvolle doorbraak van rijden op waterstof of elektriciteit het aantal ‘schone’ auto’s snel groeien; in 2030 rijdt dan een op de vijf auto’s van het lichte voertuigenpark op waterstof of elektriciteit. Door het groeiende aandeel in de nieuwe aankopen, tegen die tijd 30% tot 40%, zal de bijdrage in de emissiereductie van deze innovaties verder groeien. En dat maakt de ambitieuze emissiereducties haalbaar.”

Informatie met grafiek en tabel staat in de bijlage.

Contact:
Coen Hanschke (ECN Beleidsstudies)
Telefoon: 0224-56-4224
hanschke@remove-this-part-ecn.nl

Info:
Het volledige rapport kunt u hier downloaden.



Tell a friend

News

MWT: On the eve of mass production

03.12.2012 -

4th MWT Workshop held in Amsterdam MWT (Metal Wrap Through) technology is ready for the...

>>

“Set Aside” can have substantial budget effects

29.11.2012 -

As of 2013, about half the carbon emission allowances for the energy companies and...

>>

Dutch 16% renewable energy target requires additional offshore wind farms and additional deployment of biomass in coal-fired plants

01.11.2012 -

The additional 2.4 billion budgeted for renewable energy by the new Dutch Rutte II...

>>

ECN Extra

ECN, P.O. Box 1, 1755 ZG Petten, tel +31 224 56 4949  |  Disclaimer  |  Privacy Statement