ECN: EERA en PETRA

ECN

'Petten' neemt voortouw in versterking Europees energieonderzoek

De Europese Commissie ziet graag dat de energieonderzoeksinstellingen van de afzonderlijke lidstaten hun krachten bundelen. Alleen dan is het mogelijk om een versnelde technologieontwikkeling te bewerkstelligen. Ook kan Europa dan een vuist te maken ten opzichte van de Verenigde Staten en Japan als het gaat om energietechnologie. Dus ziet Brussel met grote tevredenheid dat er allerlei samenwerkingsverbanden ontstaan binnen Europa, zoals PETRA en EERA. In beide speelt ECN een belangrijke rol.

Europa neemt de bedreigingen van het klimaat en alle aspecten van de energievoorziening heel serieus. Om beslagen ten ijs te komen heeft de Europese Commissie een Strategisch Energie Technologie Plan (SET-Plan) opgesteld. SET moet bijdragen aan een slagvaardiger opereren van de onderzoeksinstituten op het gebied van energietechnologie in de diverse landen. Uiteraard is en blijft er oog voor nationale prioriteiten, maar met bijvoorbeeld het afvangen en opslaan van CO2 heeft het merendeel van de Europese landen te maken.
In Petten liggen drie instituten zij aan zij langs de kustlijn: ECN, NRG en JRC-IE. Alle drie werken ze aan de huidige en toekomstige energietechnologie. Logisch dat deze drie ‘buren’ ervan overtuigd zijn dat het nuttig is als zij hun programma’s en middelen op elkaar afstemmen. “We kunnen onze faciliteiten delen en hierdoor meer synergie bereiken”, omschrijft Giovanni De Santi, directeur van JRC-IE de brede samenwerking. In september 2008 werden de intenties en afspraken tussen de drie instituten bezegeld met de ondertekening van een Memorandum of Understanding (MoU). Hoe klein Petten ook is, de geografische concentratie en samenwerking geeft de drie instituten een heel bijzondere status. Zij schromen dan ook niet te melden dat Petten dankzij PETRA (Petten Energy Technology Research Alliance) kan uitgroeien tot Europese onderzoekshoofdstad van Europa.

Harmonisering onderzoekprogramma's
Nog geen maand nadat PETRA een feit was, kreeg een nog veel uitgebreidere samenwerking binnen Europa gestalte: EERA (European Energy Research Alliance (www.eera-set.eu). Tien leidende Europese onderzoeksinstituten kwamen overeen dat ze het voortouw willen nemen bij het harmoniseren van onderzoekprogramma’s. Want het is natuurlijk veel efficiënter als de meestal dure faciliteiten en diensten die binnen Europa klaar staan, voor alle deelnemende onderzoekers toegankelijk zijn.
Europa is ambitieus en heeft krachtige doelstellingen geformuleerd om klimaatdreigingen terug te dringen en tegelijkertijd de energievoorziening veilig te stellen. Niemand twijfelt eraan dat hiervoor veel geld nodig is. Gezamenlijk hebben de EERA-instituten weliswaar jaarlijks 1,3 miljard euro te besteden aan R&D voor energietechnologie. Maar ten opzichte van de Verenigde Staten zijn de Europese budgetten de afgelopen 20 jaar afgenomen. Japan heeft zijn budget in dezelfde periode zelfs verhoogd met 15 procent. “Er is daarom een forse verhoging van het budget nodig”, meent Ton Hoff, directievoorzitter van ECN en de huidige voorzitter van EERA.
Lijdzaam afwachten tot Europa de onderzoeksbudgetten naar boven toe bijstelt is geen optie. Met EERA nemen de instituten zelf het heft in handen. Hoff: “We zullen van elkaars krachten gebruik maken, fragmentatie voorkomen en onderzoekprogramma’s wederzijds afstemmen. Dat alles moet leiden tot een versnelde ontwikkeling van energietechnologie.” Dus meer doen met dezelfde hoeveelheid geld.

Samenwerking op programmaniveau
EERA is gericht op de fase tussen fundamenteel onderzoek en industriële ontwikkeling. De samenwerking moet leiden tot een versterking van het Europese energieonderzoek, zodat Europa op dit gebied wereldwijd een leidende positie zal (blijven) innemen. “Op projectniveau is een aantal jaren geleden al samenwerking gestart tussen de deelnemende instituten. Dat is nu naar een hoger plan gebracht: onderzoek op programmaniveau”, legt Harm Jeeninga uit, contactpersoon voor EERA bij ECN. De initiatiefgroep bestaat uit de volgende instituten: CEA (Frankrijk), CIEMAT (Spanje), ), CRES (Griekenland), ECN (Nederland), ENEA (Italië), Ineti (Portugal), Jülich (Duitsland), Risø DTU (Denemarken), UK-ERS (Groot-Brittannië), VTT (Finland).
In eerste instantie zal EERA zich richten op de volgende aandachtsgebieden: wind- en zonne-energie (pv-technologie en concentrated solar power CSP), 2e generatie biobrandstoffen, CO2-afvang en –opslag, intelligente netten en brandstofcellen.
 
Contact: 
Harm Jeeninga
ECN Beleidsstudies
022 456 4788
jeeninga@remove-this-part-ecn.nl

Info:
www.eera-set.eu

Dit ECN-Nieuwsbrief-artikel mag zonder toestemming worden gebruikt voor publicatie, mits verwezen wordt naar de bron: www.ecn.nl/nieuws/

Tell a friend

News

A Policy Brief on “Renewable Energy: from marginal to mainstream”

25.04.2013 -

Renewable energy is facing a new era, both globally and in the European context. Whilst...

>>

Innovations for the chemical industry

19.04.2013 -

ECN presents its attractive, innovative technologies and services to the...

>>

ECN Extra

ECN, P.O. Box 1, 1755 ZG Petten, tel +31 224 56 4949  |  Disclaimer  |  Privacy Statement