ECN: Innovatieve meetmethode voor scheepvaartemissies

ECN

Innovatieve meetmethode voor scheepvaartemissies

Vervoer per schip is energie-efficiënter dan vervoer per vrachtwagen. Maar met steeds strenger wordende emissienormen, worden de gemiddelde vrachtwagenuitlaatgassen steeds schoner. De scheepvaart blijft in deze ontwikkeling duidelijk achter en dreigt daarmee haar groene imago te verliezen.

Emissiestatistieken laten een toename zien van het relatieve belang van emissie door scheepvaartmotoren van stikstofoxiden (NOx) en fijn stof naar lucht. Belangrijke kanttekening bij dit verhaal is dat de emissiefactoren die voor de scheepvaart worden gebruikt erg onzeker zijn. Voor slechts een beperkt aantal schepen zijn gemeten emissiefactoren beschikbaar. De emissieschattingen zijn grotendeels gebaseerd op standtests van motoren uitgevoerd op het land.

Hoe groot is nu feitelijk die steeds belangrijker wordende bron van NOx (stikstofoxiden) en PM (fijn stof) en voor zeevaart ook nog SOx (zwaveloxiden)? En hoe is de emissie verdeeld binnen de vloot? Op deze vragen moeten innovatieve meetmethoden nieuw licht werpen. Meten aan boord van een schip kost relatief veel tijd en levert slechts voor dat schip informatie op.


Meetopstelling buiten op pier.                         Mobiele meetmethode in ECN bus.

ECN (Energieonderzoek Centrum Nederland) heeft samen met TNO een meetmethode ontwikkeld waarmee emissiefactoren van varende schepen vanaf de oever kunnen worden bepaald. Benedenwinds van het schip worden de concentraties van geëmitteerde gassen en deeltjes met hoge resolutie ter plekke gemeten met verschillende apparatuur,

De componenten die gemeten worden zijn naast koolstofdioxide (CO2) ook stikstofoxiden (NOx), fijn stof (PM10) en zwaveldioxide (SO2). Aan de wal hebben we met een verdunning van de rookpluim die van het schip komt te maken. Deze verdunningsfactor zou bepaald kunnen worden aan de hand van een verspreidingsmodel, dat afhankelijk is van verschillende meteorologische en andere factoren. Om de variabelen voor dit model vast te stellen zouden bij alle metingen tracergassen losgelaten moeten worden vanaf schepen. Deze methode is nogal intensief en daarom meten we in plaats daarvan ook CO2 van elk voorbijgaand schip. Dit CO2 kan dan als een “intern” tracergas worden gebruikt. Wanneer de concentraties van de andere componenten door de CO2-concentraties gedeeld worden, wordt daarmee het probleem van de verdunning omzeild en wordt gebruik van het model overbodig gemaakt.

De metingen zijn op dit moment nog gaande en de resultaten komen binnenkort. Wel kan gezegd worden dat de meetmethode voor de gassen consistent is. Voor fijn stof is de onzekerheid - met name voor de grove fractie - wat groter.

De voordelen van deze meetmethode zijn dat er tientallen schepen per dag gemeten kunnen worden en dat het meetsysteem mobiel is waardoor meerdere locaties in het land bezocht kunnen worden. Belangrijk is ook dat hiermee de emissiefactoren in de praktijksituatie bepaald worden. Verwacht wordt dat deze methode ingezet kan worden voor het bepalen van emissies van andere mobiele bronnen.

Informatie:
Meer informatie over metingen van emissies in de praktijk kunt u vinden op de website http://www.ecn.nl/bkm/rd-programma/luchtkwaliteit-en-klimaatverandering/

Contactpersoon:
Aline Kraai
ECN Biomassa, Kolen & Milieu
Tel. 0224 - 56 4308
kraai@remove-this-part-ecn.nl

Tell a friend

News

MWT: On the eve of mass production

03.12.2012 -

4th MWT Workshop held in Amsterdam MWT (Metal Wrap Through) technology is ready for the...

>>

“Set Aside” can have substantial budget effects

29.11.2012 -

As of 2013, about half the carbon emission allowances for the energy companies and...

>>

Dutch 16% renewable energy target requires additional offshore wind farms and additional deployment of biomass in coal-fired plants

01.11.2012 -

The additional 2.4 billion budgeted for renewable energy by the new Dutch Rutte II...

>>

ECN Extra

ECN, P.O. Box 1, 1755 ZG Petten, tel +31 224 56 4949  |  Disclaimer  |  Privacy Statement