ECN: Flexibiliteitmechanismen maken het halen van doelen goedkoper

ECN
27.04.2010 13:42

Flexibiliteitmechanismen maken het halen van doelen goedkoper

Naarmate de datum dichterbij komt waarop de lidstaten hun gedetailleerde actieplannen voor het halen van de duurzame energiedoelstellingen moeten indienen, trekken de flexibele instrumenten van de richtlijnen voor duurzaam steeds meer de aandacht. Jaap Jansen, senior onderzoeker bij ECN-unit Beleidsstudies, bekijkt ze nader.

Volgens een zojuist verschenen rapport van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) over de vier flexibiliteitmechanismen, zoals gedefinieerd in de Europese richtlijn voor duurzaam uit 2008, zou de inzet van deze instrumenten de Nederlandse overheid in staat stellen de verplichte Nederlandse doelstellingen voor 14% hernieuwbaar in 2020 tegen lagere kosten te realiseren dan zonder deze instrumenten.

In principe kan toepassing van de flexibiliteitmechanismen de netto sociale kosten verlagen die nodig zijn voor het halen van de nationale hernieuwbare doelen die aan alle lidstaten voorgeschreven worden door de richtlijn.

RPS voor sommigen een winnaar
Het ECN-rapport wijst een hybride hernieuwbare portfoliostandaard (RPS) aan als de meest veelbelovende route om optimaal te profiteren van de flexibiliteitmechanismen. Een RPS, in EU-termen ook wel bekend als quotaverplichtingssysteem, verplicht bepaalde actoren -doorgaans elektriciteitsleveranciers- om zeker te stellen dat een minimaal aandeel of hoeveelheid elektriciteit afkomstig is van erkende hernieuwbare energiebronnen.

Een hybride RPS combineert een pure RPS met aanvullende, lidstaat-specifieke ondersteunende maatregelen, die vaak technologie-specifiek gericht zijn, zoals bijvoorbeeld de feed-in premies. De hybride RPS-regeling werd in 2005 door een taskforce van de Europese denktank CEPS aangewezen als de gulden middenweg tussen feed-in tarieven en feed-in premieregelingen aan de ene kant en technologieneutrale pure RPS-regelingen aan de andere kant.

Het belangrijkste voordeel van hybride RPS-regelingen ten opzichte van alternatieve modellen is dat een marktgebaseerde aanpak gericht op het optimaal profiteren van de handel in hernieuwbare energie verenigd wordt met subsidiariteitbelangen (lidstaat-specifieke belangen). Deze belangen hebben betrekking op het technologiespecifiek maken van steun en kunnen ook gericht zijn op nationaal industrieel beleid.

Een goed ontworpen hybride RPS kan windfall profits (overwinsten voor bepaalde marktactoren), zoals in een puur RPS-systeem kunnen optreden, grotendeels voorkomen. Daarom lijkt het hybride RPS-systeem de aangewezen kandidaat voor EU-brede harmonisatie van steunregelingen voor hernieuwbare energie.

Toch heeft de Europese Commissie hybride RPS-systemen, ondanks hun overduidelijke voordelen, nog niet meegenomen in haar evaluatierapportages over steunregelingen voor hernieuwbaar. De commissie heeft alleen gekeken naar een pure, technologieneutrale RPS en deze vergeleken met steunsystemen voor feed-in tarieven.

Nederland heeft moed nodig
Nu de studie is afgerond adviseert het ECN de Nederlandse overheid om de invoering van een hybride RPS in combinatie met het bestaande Nederlandse feed-in premiesysteem serieus te overwegen zodra dit op prudente wijze mogelijk is. 

Met inachtneming van de tijd die nodig is om nieuwe wetgeving te formuleren en in te voeren kan dit naar verwachting in 2014-15 plaatsvinden. Feed-in premies met een ex-post correctiemechanisme dat met certificaatprijsontwikkelingen rekening houdt, dienen windfall profits in te perken.

ECN is van mening dat de Nederlandse overheid ook zou moeten nagaan wat de mogelijkheden zijn om een gezamenlijk steunsysteem op basis van een hybride RPS-systeem met andere geïnteresseerde EU-lidstaten aan te gaan. Dit zou dan vooral gaan om de Zweedse overheid die publiekelijk heeft verklaard bereid te zijn het huidige Zweedse RPS-systeem om te zetten in een internationaal steunsysteem op basis van het flexibele instrument van de gezamenlijke steunregelingen zoals omschreven in de richtlijn hernieuwbare energie.

Zweden en Noorwegen werken momenteel aan een gezamenlijke steunregeling en deze zou begin 2012 in werking moeten treden. Het ECN-rapport schat in dat het welvaartsvoordeel zowel aan de Nederlandse als aan de Zweedse (plus Noorse) zijde in de honderden miljoenen euros per jaar kan belopen. Dit is wel afhankelijk van bepaalde marktcondities, met name dat de aanbodcurve voor hernieuwbare elektriciteit binnen het gebied dat valt onder de gezamenlijke steunregeling, slechts een licht opwaartse trend mag vertonen.

Het idee van invoering van een hybride RPS vindt brede steun binnen de Nederlandse elektriciteitssector. VME, een van de twee Nederlandse verenigingen van elektriciteitsproducenten, heeft al opdracht gegeven voor een studie naar de netto opbrengsten van een hybride RPS steunregeling.

Het best van de rest
De ECN-studie heeft ook gekeken naar het potentieel voor kosteneffectief gebruik van andere flexibele instrumenten in de richtlijn. Theoretisch gezien zouden statistische overdrachten flinke besparingen kunnen opleveren bij het behalen van de duurzame energiedoelstellingen.

ECN heeft enige twijfels over het potentieel van dit flexibele instrument in de praktijk, maar adviseert de Nederlandse overheid desondanks om via een tenderprocedure te onderzoeken of doelstellingsrekeneenheden verkregen kunnen worden van andere lidstaten die bereid zijn deze te verkopen door middel van termijncontracten.

Er is ook een zeker potentieel voor kosteneffectief Nederlands gebruik van het instrument gezamenlijke projecten met andere EU-lidstaten, wat verder onderzocht kan worden. ECN heeft daarentegen lage verwachtingen ten aanzien van het kosteneffectief kunnen toepassen van het instrument gezamenlijke projecten tussen EU-lidstaten en derde landen.

Een werkgroep van de Nederlandse overheid heeft een brede inventarisatie gemaakt van de mogelijkheden om in de komende jaren het begrotingstekort met € 35 miljard te verminderen. Op het gebied van energie- en klimaatbeleid zijn binnen de richtlijn voor hernieuwbare energie zowel de flexibiliteitmechanismen als de introductie van een hybride steunstelsel voor hernieuwbare energie aangewezen als mogelijke besparingsopties.

De werkgroep ontmoedigt evenwel het invoeren van een hybride RPS voor 2020, omdat ze bezorgd is over het mogelijke optreden van windfall profits. Politieke ontwikkelingen in Nederland zullen moeten wachten tot na de algemene verkiezingen van 9 juni, wanneer er een nieuwe regeringscoalitie is gevormd.

Meer informatie vindt u in ECN rapport, CEPS 2005 rapport en EC communicatie inzake instrumenten voor steun aan hernieuwbare energie. Zie ook het Rapport van de Nederlandse overheid inzake de heroverweging energie en klimaat.

Dit artikel is door newsprovider ENDS gepubliceerd op 21 april. Energeia heeft eveneens hierover gepubliceerd op 27 april.


News

Consortium investigates ‘plug socket’ North Sea wind farms

07.01.2013 -

Over the next four years, a consortium of nine parties will be investigating how to...

>>

ECN presents state of the art n-type PV cells in world’s largest market China

02.01.2013 -

ECN is front runner in the field of solar energy technology and together with the Dutch...

>>

MWT: On the eve of mass production

03.12.2012 -

4th MWT Workshop held in Amsterdam MWT (Metal Wrap Through) technology is ready for the...

>>

ECN Extra

ECN, P.O. Box 1, 1755 ZG Petten, tel +31 224 56 4949  |  Disclaimer  |  Privacy Statement