ECN: CO2 afvang en opslag: noodzaak met hindernissen

ECN
29.03.2010 16:00

CO2 afvang en opslag: noodzaak met hindernissen

De afgelopen weken is de technologie CO2 afvang en opslag (CCS) veel in het nieuws geweest, onder meer door uitspraken van ECN-onderzoeker Heleen de Coninck in De Volkskrant op 20 maart en een rapportage van Zembla van 28 maart. ECN stelt zich op het standpunt dat CCS de technische, economische en politieke haalbaarheid van diepe emissiereducties kan vergroten en dat steun voor de technologie via beleid en onderzoeksondersteuning nodig blijft. Echter, het veilig toepassen van de technologie, inspraak en consultatie van omwonenden van CCS-projecten en gezond verschil van inzicht over de technologie binnen de expertgemeenschap zijn ook nodig om de barrières voor CCS te slechten.

CO2 afvang en opslag is een technologie waarbij het broeikasgas CO2 wordt gescheiden van andere uitstoot van industriële installaties, waarna het wordt gecomprimeerd, getransporteerd en opgeslagen in ondergrondse reservoirs, zoals uitgeputte gasvelden. De enige reden om CCS toe te passen is het verminderen van broeikasgasemissies. In tegenstelling tot andere mitigatie-opties, zoals energiebesparing en hernieuwbare energie, heeft het nauwelijks bijkomende voordelen: het verbetert de luchtkwaliteit niet en leidt niet tot minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Echter, gemeten naar emissiereductiekosten is CCS goedkoper dan veel hernieuwbare energieopties, en als “end-of-pipe” technologie vergemakkelijkt het de inpassing van diepe emissiereducties in industrie en de nu nog voornamelijk op kolen en gas gebaseerde elektriciteitsvoorziening. Dankzij CCS is een realistischer en kosteneffectiever klimaatbeleid mogelijk, en hebben bedrijven en landen meer tijd om op een kosteneffectieve manier naar een volledig duurzame energiehuishouding te evolueren.

Voordat CCS commercieel kan worden toegepast, moet een aantal barrières worden overwonnen. Veelgenoemde hindernissen zijn de hoge investeringskosten, het opschalen van de technologie in elektriciteitscentrales, het energiegebruik van de afvanginstallaties, onzekerheid over de beschikbaarheid van geschikte opslagreservoirs, en weerstand bij omwonenden van CCS-projecten. Al deze barrières worden in meer of mindere mate aangepakt door overheidssubsidies op demonstraties en onderzoek naar efficiëntere manieren van CO2-afvang en door onderzoek naar geschikte reservoirs. Ook op het gebied van publieke perceptie wordt onderzocht naar hoe burgers informatie over de technologie beoordelen en naar manieren hoe inspraak en consultatie kunnen worden verbeterd. Op al deze terreinen moeten nog forse stappen worden gezet voordat we precies weten hoe groot de bijdrage van CCS aan mondiale emissiereductie kan worden.

Heleen de Coninck heeft erop gewezen dat één barrière tot voor kort nauwelijks besproken wordt: het groepsdenken dat kan worden waargenomen in de gemeenschap van CCS-deskundigen. Dit gebruikelijke groepsproces in gespecialiseerde kennisgemeenschappen – of het nu over de bankwereld of over medisch specialisten gaat – kan tot gevolg hebben dat de technologie minder kritisch wordt bekeken, ook door academici, en dat de nadelen en risico’s onvoldoende worden onderkend, niet transparant worden gecommuniceerd en mogelijk zelfs niet worden aangepakt. Op zich is dit al voldoende  reden om twijfels van onafhankelijke experts en milieuorganisaties zeer serieus te nemen.

Maar omdat CCS een technologie is die tot weerstand leidt bij een breder publiek en bij sommige milieuorganisaties, is het extra belangrijk om voldoende onafhankelijke experts te hebben. In de ogen van een leek hangt de betrouwbaarheid van informatie af van degene die de informatie geeft. Indien een omwonende van een mogelijk opslagreservoir geen als onafhankelijk en kritisch bekendstaande deskundigen kan vinden, zal hij zich wenden tot informanten waarvan hij denkt dat ze zijn belang wel goed vertegenwoordigen. In het geval van een expertgemeenschap van voorstanders kunnen omwonenden dan bij mensen uitkomen die incorrecte of zelfs misleidende informatie leveren. Voor het welslagen van CCS is het dus van belang om een expertgemeenschap te koesteren die niet verdacht is in de ogen van niet-deskundigen. Voor dit punt is in de CCS-gemeenschap tot nu toe weinig aandacht geweest.

De pogingen van De Coninck om een meer genuanceerd en kritisch debat over CCS op gang te brengen binnen en buiten de wetenschappelijke gemeenschap lijken te hebben geleid tot het tegengestelde. Uitspraken zijn uit hun verband genomen en mensen hebben zich persoonlijk aangesproken gevoeld, ook al wordt er in het Volkskrantinterview duidelijk gezegd het “niet om de individuen gaat, maar om het proces”. De voornaamste boodschap van De Coninck, waar ECN zich achter schaart, is dat er aandacht moet komen voor de hindernis van groepsdenken in de CCS-onderzoeksgemeenschap. Alleen dan kan CCS de noodzakelijke bijdrage leveren aan het terugdringen van de CO2 emissies.

 


News

MWT: On the eve of mass production

03.12.2012 -

4th MWT Workshop held in Amsterdam MWT (Metal Wrap Through) technology is ready for the...

>>

“Set Aside” can have substantial budget effects

29.11.2012 -

As of 2013, about half the carbon emission allowances for the energy companies and...

>>

Dutch 16% renewable energy target requires additional offshore wind farms and additional deployment of biomass in coal-fired plants

01.11.2012 -

The additional 2.4 billion budgeted for renewable energy by the new Dutch Rutte II...

>>

ECN Extra

ECN, P.O. Box 1, 1755 ZG Petten, tel +31 224 56 4949  |  Disclaimer  |  Privacy Statement