[To ECN Homepage]  ECN en TNO in Building Future: één gezicht in de markt

  [Homepage ECN-Nieuwsbrief] --> [Artikel ECN-Nieuwsbrief]  

Titel : ECN en TNO in Building Future: één gezicht in de markt
Publicatie datum: : december 2004
Trefwoorden: : Building Future, DEGO, gebouwde omgeving, ERGO
Zie ook: : http://www.ecn.nl/dego/index.nl.html

Het samenwerkingsverband Building Future van ECN en TNO richt zich concreet op onderzoek op het gebied van energiegebruik, -opwekking, -besparing in de gebouwde omgeving en duurzame energie achter de meter. Door nieuwbouwwoningen anders te construeren, produceren de woningen straks energie in plaats van het te verbruiken.

5 november 2004: in een volle zaal bij het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) zit een gezelschap van circa 60 medewerkers van ECN en TNO-Bouw. De reden van de bijeenkomst is het samenwerkingsverband dat beide onderzoeksinstellingen onder de naam Building Future aangaan. Een samenwerking op het gebied van energiebesparing in de gebouwde omgeving, die op onderzoek op het gebied van energiegebruik, -opwekking en -besparing in de gebouwde omgeving, duurzame energie, duurzame bouw- en wijksystemen, zonne-energie, omgevingsenergie, nieuwe opwekkingssystemen en energieopslag focusseert.


Teams van ECN en TNO werkzaam aan Building Future.

Het onderzoek dat bij ECN en TNO plaats vindt binnen de sector Gebouwde Omgeving, is in grote mate complementair. Alle reden om de samenwerking te zoeken. Volgens Aart de Geus van TNO Bouw zijn er echter meer argumenten om te gaan samenwerken. Op EU-niveau is het eigenlijk absoluut noodzakelijk om samen te werken en op deze manier een optimalisatie van aanvullende expertises te kunnen inzetten.

Voor het samenwerkingsverband Building Future, dat met het programma Energie Reductie in de Gebouwde Omgeving (ERGO) aan de slag zal gaan, is de uitdaging groot: 35 tot 40 procent van de landelijke en EU energieconsumptie vindt plaats in de gebouwde omgeving. De geleidelijke daling van de EPC (energieprestatie coëfficiënt) van 1,4 naar 0,8 geeft al aan hoeveel energie er te besparen valt. Uiteindelijk moet men volgens De Geus naar een energieneutrale gebouwde omgeving, die rond 2050 kan zijn bereikt. Dit is te bereiken door nieuwbouwwoningen zo te construeren dat zij energie produceren, in plaats van verbruiken. Dit overschot compenseert dan het verbruik in de oudere woningen.

Marije Lafleur, unitmanager van ECN, presenteerde het concrete programma. “Er wordt allereerst een onderscheid gemaakt tussen drie verschillende vormen van energie binnen de gebouwde omgeving: de energie die binnen de gebouwde omgeving als import naar binnen komt, de in en om de gebouwde omgeving gebruikte energie en de geëxporteerde energie. Deze drie energievormen zullen dus volgens het ideaalbeeld op termijn samen nul zijn,” aldus Lafleur, “dat wil overigens niet zeggen dat we het over een autarkische omgeving hebben.”

Ze wees er vervolgens op dat voor elk segment van de woningvoorraad aparte oplossingen noodzakelijk zijn. De aandacht gaat in haar ogen teveel naar de nieuwbouw, terwijl de bestaande bouw wat omvang betreft vele malen groter is. “Daarnaast moeten we rekening houden met demografische ontwikkelingen. Aan de ene kant zal daardoor het energieverbruik omhoog gaan, maar met behulp van energiebesparende maatregelen en door de inzet van duurzame energie moet die trend naar beneden. En dat komt neer op het hanteren van de principes van de Trias Energetica: eerst besparen, dan duurzame energie en als dat niet voldoende is schoon fossiel.”

Het ERGO-programma is onderverdeeld in drie groepen: Componenten, Integratie en Gebruik. Deze groepen staan onder leiding van ECN-medewerker Wim Sinke (Componenten) en TNO-medewerkers Aart de Geus (Integratie) en Ivo Opstelten (Gebruik). Normering speelt bij alle groepen een belangrijke rol. Het idee is verder dat elke groep per tijdsfase tot 2050 een korte schets gaat geven van de bereikte situatie met daarbij een kwantificering van de besparingspercentages. Vervolgens gaat elke groep aan de hand van deze schets aangeven welke componenten nog om verdere ontwikkeling vragen en wat er op het gebied van onderzoek en demonstratie moet gebeuren. Ook komt de vraag aan de orde welke externe partijen aan het programma mee zouden kunnen doen.

Volgens Teun Bokhoven, die als extern adviseur bij de ontwikkeling van het ERGO-programma is betrokken en de algehele presentatie leidde, is de doelstelling voor een energieneutrale woonomgeving in het jaar 2050 uiterst ambitieus. Het is in zijn ogen een duidelijke doelstelling, waarbij door terugredenering valt af te leiden welke stappen nu noodzakelijk zijn. “ERGO is een antwoord op een niet gestelde vraag,” volgens Bokhoven, “dit dwingt tot een pro-actieve benadering en gedrevenheid.”

Tot de doelgroepen van ERGO behoort de bouwsector, de toeleveringsindustrie, ontwikkelaars, verhuurders, eigenaren, de ministeries en gemeenten en NGO’s. Voor het jaar 2005 staat op de agenda het formuleren van een visie, het uitwerken en opstarten van het ERGO-plan, het formaliseren van het plan en het doen van voorstellen voor het EOS-programma.

Informatie:
Marije Lafleur
ECN Duurzame Energie in de Gebouwde Omgeving
Tel.: 0224-564904
lafleur@ecn.nl


Update: december 2004