[To ECN Homepage]  CV-ketel van de toekomst

  [Homepage ECN-Nieuwsbrief] --> [Artikel ECN-Nieuwsbrief]  

Titel : CV-ketel van de toekomst
Publicatie datum: : september 2005
Trefwoorden: : Micro-wkk, Stirling technology, Enatec
Zie ook: : www.enatec.com

Na bijna negen jaar onderzoek naar de toepassing van vrije zuiger Stirling motoren voor micro warmte kracht systemen is het ENATEC, een samenwerkingsverband van ENECO en ECN, gelukt een producent te vinden. Met RINNAI Corporation uit Japan, is een overeenkomst getekend die zorg draagt voor de ontwikkeling en wereldwijde productie van deze motoren.

In 1996 is door vertegenwoordigers van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), ENECO, ATAG Verwarming en Global Cooling een consortium voor de ontwikkeling van een micro warmtekracht systeem opgericht. Snel werd duidelijk dat een vrije zuiger Stirling machine, met name vanwege betrouwbaarheid en het onderhoudsvrije karakter, een optie voor het project was. In 1997 werd de samenwerking tussen ENECO, ATAG en ECN geformaliseerd en werd 'ENATEC micro co-gen BV' opgericht, met de drie genoemde partijen als aandeelhouder.


Het complete ontwikkelingsteam was in juni 2005 voor een voortgangsbespreking in Petten.
Staand v.l.n.r. Ruud van de Woude, Bart van Leeuwen, Allen Peterson (STC), Cas Verduin, Sjaak Zutt, Leon Gielen (Enatec), Toshio Suzuki (STC), Jim Clyde (STC), Hideyuki Jinno (Rinnai)
Zittend v.l.n.r. Bauke Vriesema, Hideo Hasegawa (Rinnai), Gerard de Jong, Yozo Kakami (Rinnai), Ger Beckers, Yasuhira Hayashi (Rinnai).

Aanvankelijk liep de ontwikkeling voorspoedig en werd goede voortgang geboekt. Zowel voor de netkoppeling als voor de systeemintegratie werd een patent verleend. Tijdens het ontwikkelingstraject bij Stirling Technology Company (STC) ontstonden evenwel problemen. De kracht van STC werd overschat: een Stirling, gekoppeld aan het elektriciteitsnet, kon de verwachte elektriciteit niet leveren. De potentie had de machine wel, niet-netgekoppeld leverde hij ruim 1 kW. Daarom besloten de aandeelhouders de ontwikkeling door te zetten. Dit resulteerde in 2003 in een machine die netgekoppeld ruim 1 kW genereert.

In 2003 werden bij ECN 10 Stirling motoren gebouwd. Samen met ATAG Verwarming werd een toestel ontwikkeld waarin de motoren twee jaar een veldtest hebben ondergaan, die zeer succesvol verlopen is. Tevens werd in 2003 een kostenreductieproject gestart, met gelijk blijvende betrouwbaarheid en prestatie. Dit project werd uitgevoerd in samenwerking met KMWE Precisie in Eindhoven. Een overgang van Amerikaanse maatvoering naar Europese, leverde hierin bijvoorbeeld reeds een kostenreductie van 20 procent op. Het nieuwste ontwerp belooft nog een keer een prijsreductie met ruim 30 procent. Hiervoor zijn wel bijna alle onderdelen veranderd, hetzij in materiaalkeuze, hetzij in productietechniek. Verder is er een aanzienlijke besparing door de montage van de machine te vereenvoudigen. En passant is het rendement van de machine verhoogd van 10 procent naar bijna 12 procent en is het gewicht met 15 kg teruggebracht.

Eind 2003 toonde het Japanse bedrijf RINNAI Corporation interesse in een samenwerking met ENATEC. RINNAI is een Japanse producent van gasgestookte apparaten voor in huis. RINNAI is marktleider voor Cv-ketels, boilers en geisers, en gaskookplaten. RINNAI zal de Stirling grootschalig gaan produceren, in Japan afzetten en toeleverancier worden voor ketelbouwers in Europa.

Oktober 2004 werd een overeenkomst getekend tussen RINNAI en ENATEC. In de overeenkomst is vastgelegd dat een technisch ontwikkelingsprogramma opgestart wordt dat moet leiden tot commerciële marktintroductie eind 2007. De initiële productie is daarbij door RINNAI geraamd op 30.000 per jaar, gebaseerd op hun marktverwachting in Japan en Korea. In het ontwikkelingsprogramma komen verder alle zaken aan de orde die nu nog ontbreken om een commercieel succes mogelijk te maken.

Eind juni zijn de vier contracten getekend. Naast drie bilaterale licentie overeenkomsten is voorlopig de belangrijkste de "Development and Technology Rights Agreement". Hierin wordt het ontwikkelingstraject beschreven, inclusief de belangrijke mijlpalen. RINNAI Corporation betaalt de eigen inspanning en zorgt voor een groot deel van het Nederlandse budget. Hierdoor verkrijgen zij het recht de know-how en het intellectueel eigendom van ENATEC te gebruiken. ENATEC wordt verder door ECN en ENECO gefinancierd.

Plannen voor de Europese introductie van het hoogwaardige micro warmtekracht systeem zijn in de laatste fase van afronding. Vanuit zowel Duitsland als ook Italië is er door de ketelbouwindustrie interesse getoond voor een verregaande samenwerking. Een introductie van het systeem zal ook in Nederland zijn beslag krijgen maar wanneer de markt hier klaar voor is, is nog de vraag.

Informatie:
Ger Beckers
ECN Schoon Fossiel
Tel. 0224 - 564651
beckers@ecn.nl


Update: september 2005