ECN-er bijzonder hoogleraar Wageningen
|
| Titel | : | ECN-er bijzonder hoogleraar Wageningen |
|---|---|---|
| Publicatie datum: | : | 5 mei 2004 |
| Trefwoorden: | : | Wageningen Universiteit, bijzonder hoogleraar |
| Zie ook: | : | http://www.ecn.nl/sf/products/env_soil/index.nl.html |
|
Na de instelling van de nieuwe leerstoel Milieugeochemie aan de Wageningen Universiteit, staat buitengewoon hoogleraar Rob Comans, ECN medewerker, als brug tussen fundamenteel onderzoek en praktische toepassing op het gebied van de risicobeoordeling van milieuverontreiniging. |
|
Met ingang van 1 april jl. is de universiteit in Wageningen een bijzonder
hoogleraar rijker. Dr. Rob Comans, werkzaam bij Energieonderzoek Centrum
Nederland (ECN), is op die datum benoemd tot hoogleraar voor de nieuw
ingestelde leerstoel Milieugeochemie. De leerstoel zal in belangrijke
mate bijdragen aan de kennisontwikkeling en -toepassing op het gebied
van risicobeoordeling van verontreinigingen.
Rob Comans, bijzonder hoogleraar Milieugeochemie. Rob Comans: "De leerstoel Milieugeochemie is gericht op de ontwikkeling en toepassing van geochemische kennis en instrumenten op de huidige milieuproblematiek. De studie naar en kennis van de geochemie -de natuurlijke chemische processen op en in de aarde, zoals verwering van gesteenten en bodemvorming- wordt dus toegepast op door mensen veroorzaakte milieuverontreinigingen. Mooie voorbeelden daarvan zijn het onderzoek naar de invloed van de zuurgraad van water op de uitloging van verontreinigingen uit afvalstoffen, en het onderzoek naar minerale vastlegging van CO2. Beide thema's hebben een sterke analogie met de natuurlijke verwering van gesteenten. In de vorm van specifieke meetmethoden en geochemische modellen die we bij ECN ontwikkelen, kunnen de uitstoot en verspreiding van stoffen in het milieu worden vastgesteld. Belangrijk daarbij is dat we inzicht hebben in de uitloging, het door water 'uitspoelen', en in de chemische vorm van stoffen. Die factoren bepalen namelijk de risico's van verspreiding en biologische beschikbaarheid van stoffen. De totale concentratie van verontreinigingen biedt onvoldoende inzicht, terwijl beoordeling en regelgeving daarop nog te vaak zijn gebaseerd. Op basis van deze modellen kunnen vereenvoudigde procedures worden afgeleid die worden gebruikt voor beleidsontwikkeling van de overheid, als ook voor normstelling en de toetsing van milieunormen." Het milieuonderzoek bij ECN heeft zich in de afgelopen jaren onder andere gericht op de risicobeoordeling van verontreinigingen van afvalstoffen in bodem en water. Vanuit deze expertise, ondergebracht in de groep 'Risicobeoordeling Milieuverontreiniging', is ECN betrokken bij de totstandkoming, harmonisatie en standaardisatie van een samenhangend milieubeleid, binnen Nederland maar ook binnen de EU. Comans: "Voor onze fundamentele kennisontwikkeling heeft de groep 'Risicobeoordeling Milieuverontreiniging' in nauwe samenwerking met onder meer Wageningen Universiteit, leerstoelgroep 'Bodemscheikunde en Chemische Bodemkwaliteit', structureel de beschikking over twee tot drie promovendi. Vanuit deze sterke onderzoekspositie, kan de nieuw opgerichte leerstoel in belangrijke mate bijdragen aan de vergroting van maatschappelijke toepassingen van de door de universiteit en ECN ontwikkelde inzichten en modellen. We hechten ook zeer veel waarde aan het publiceren van onze onderzoeksresultaten in toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften. Dit draagt niet alleen bij aan onze naamsbekendheid in het onderzoeksveld, maar ook aan het creƫren van draagvlak voor de risicobeoordelingsmethoden die we bij ECN ontwikkelen. Deze aanpak heeft grote waarde voor het ministerie van VROM en zal naar verwachting ook een belangrijke rol spelen bij de verdere ontwikkeling van het Europese milieubeleid." De in Utrecht gepromoveerde ECN-er vindt het een grote eer om te zijn benoemd tot buitengewoon hoogleraar. "We zijn al jaren geleden begonnen met de voorbereidingen, in samenwerking met Willem van Riemsdijk, hoogleraar 'Bodemscheikunde en Chemische Bodemkwaliteit' aan de Wageningen Universiteit. Uiteindelijk is de leerstoel nu een feit. Maar ik wil hierbij wel opmerken dat dit hoogleraarschap zeker ook te danken is aan de inzet en kennis van mijn collega's binnen de werkgroep 'Risicobeoordeling Milieuverontreiniging'. Zonder hen hadden we niet de sterke onderzoekspositie opgebouwd die mede heeft geleid tot dit mooie resultaat." |