[To ECN Homepage]  Realisatie offshore windenergie stap dichterbij

  [Homepage ECN-Nieuwsbrief] --> [Artikel ECN-Nieuwsbrief]  

Titel : Realisatie offshore windenergie stap dichterbij
Publicatie datum: : 5 mei 2004
Trefwoorden: : DOWEC, Windenergie, offshore windpark, Neg Micon, 3MW-turbine
Zie ook: : http://www.ecn.nl/wind/other/dowec.html

ECN sluit met de presentatie van het rapport ‘Offshore Wind energy: the Road to Maturity’ het E.E.T.-project Dutch Offshore Wind Energy Converter (DOWEC) na vier jaar af. De resultaten van het onderzoek zijn zeer positief maar toch blijven veel onzekerheden bestaan.

Ben Hendriks, projectleider in het DOWEC-project voor Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), geeft uitleg over het verloop van het project. "In 1999 is DOWEC opgestart. Het project richtte zich in eerste instantie op de lange termijn ontwikkeling van windturbines met een vermogen van 6 MW, hetgeen aanzienlijk groter is dan de grootste commercieel verkrijgbare turbines in 1999 met een vermogen van 1,5 á 2 MW."

De eerste fase van DOWEC bestond onder andere uit een studiefase waarin onderzoek werd gedaan naar optimale ontwerpen voor een grootschalig offshore windpark. Als eerste stap naar de ontwikkeling van een dergelijke windpark, is een prototype van een windturbine op 2,75 MW-schaal geproduceerd. Deze windturbine is in 2003 op het EWTW, ECN Windturbine Testpark Wieringermeer, geplaatst en getest.

De resultaten die uit het DOWEC-project naar voren zijn gekomen, zijn zeer divers en multidisciplinair. Naast kennis en ervaring over de bouw van complete windturbines, is er ook kennis gegenereerd met betrekking tot bladenbouw, installatietechnieken, onderhoud op zee en ontwerpen voor fundering. Deze onderzoeksresultaten zijn geïntegreerd in een uitgebreid windturbinekostenmodel.


Met het in het DOWEC-project ontwikkelde kostenmodel voor een offshore windpark is de realisatie ervan een stap dichterbij gekomen. (Bron: Ballast Nedam)

Naast het fundamenteel onderzoek, is er binnen het project ook industrieel onderzoek uitgevoerd. De wijze van implementatie van de onderzochte techniek en de ontwikkeling en de bouw van een 2,75 MW-turbine stonden hierin centraal. De onderdelen zijn afzonderlijk getest. De windturbine is nu ook in zijn geheel getest op het EWTW. Hendriks: "Maar hier ligt ook een probleem: de meest onzekere factoren in de exploitatie van een windpark op zee, zoals de mechanische belastingen, de installatie en het onderhoud, kunnen niet in de Wieringermeer getest worden.

We hebben een aantal mogelijkheden voor fundatie, installatie en onderhoud op zee onderzocht. De moeilijkheden bij de installatie zijn het gewicht en de hoogten. De turbines zijn niet alleen zwaar, maar de hoogte waarop het geïnstalleerd moet worden is ongekend. Bij een 6 MW turbine zit de gondel op een hoogte van ca. 100 meter. Ballast Nedam heeft binnen het DOWEC-project een methode uitgewerkt om de volledig geassembleerde turbine naar die hoogte te takelen en te installeren, met gebruik van het speciale hefvaartuig de Svanen, dat ook bij de bouw van de brug tussen Kopenhagen en Malmö werd ingezet.

Onderhoud is een ander, minder in het oog lopend probleem. Onderhoud aan de windturbines kan men uitvoeren door bijv. per helikopter speciaal opgeleid personeel af te zetten. Maar met elke start en landing stijgt het risico. Onderhoud kan ook uitgevoerd worden via het water, via een serviceplateau aan de mast. Met een golfslag van 1 tot 2 meter kan een schip nog aanleggen, maar bij ruwere golfslag lukt dit niet meer. Voor het uittesten van verschillende onderhoudsarme en onderhoudsvriendelijke oplossingen kunnen we dan wel terugvallen op de testlocatie Wieringermeer."

Binnen de DOWEC-projectgroep wordt er na het afsluiten van het project, nog steeds informeel overleg gepleegd. Verdere ontwikkeling van turbines, geschikt om op zee in te zetten, is nodig. De turbine die getest wordt, is slechts de voorloper van grotere turbines. De opschaling gaat gewoon door. Na het zien van de snelle ontwikkeling in de laatste jaren, verwacht Hendriks dat er rond 2015 turbines met een vermogen van ca. 12 tot 15 MW gebouwd kunnen worden. "We moeten hard aan de slag om dit toekomstbeeld te realiseren."

Informatie:
Het DOWEC-project is uitgevoerd met E.E.T.-subsidie van het Ministerie van Economische Zaken, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu.
Meer informatie over het DOWEC-project, een samenwerkingsproject van de partners ECN, Technische Universiteit Delft, Ballast Nedam, Van Oord ACZ, LM Glasfiber en de penvoerder NEG Micon Holland, kunt u vinden op de website http://www.ecn.nl/wind/other/dowec.html

Contact:
ECN Windenergie
Ben Hendriks
0224 – 56 4900
h.hendriks@ecn.nl


Update: 5 mei 2004