|
Op 7 november 2003 werden de jaarlijkse researchprijzen van Unilever
uitgereikt. Veertien jonge academici kregen elk een prijs, bestaande
uit een bronzen beeldje en een geldbedrag van 2500 euro, voor belangrijk
onderzoek op het gebied van chemie, biotechnologie, werktuigbouwkunde
en sociale wetenschappen. Onder de prijswinnaars bevond zich Fleur Oskamp,
voormalig studente Scheikundige Technologie aan de Technische Universiteit
Delft. Ze kreeg de prijs voor haar onderzoek naar de toepassing van
keramische membranen voor het afscheiden van alcoholen uit organische
mengsels. Op basis van de scheiding tussen methanol en methyltertiairbutylether
(MTBE) testte ze
een nieuw keramisch silica membraan dat is ontwikkeld door het Energieonderzoek
Centrum Nederland (ECN) in Petten. In een gesprek beantwoordde ze enkele
vragen.
Scheikundig technologe Fleur Oskamp (rechts) ontvangt de Unilever Researchprijs
2003
Fleur, gefeliciteerd met de prijs. Hoe heb je dit ervaren?
“Dat ik een jaar na mijn afstuderen word uitgekozen om zo´n prijs in
ontvangst te nemen, is extra eer voor mijn afstudeerwerk. Het was wel
een totale verrassing, want prof. Peter Jansens, hoogleraar Scheidingstechnologie
aan de TU Delft, had mij zonder mijn medeweten voorgedragen voor deze
prijs. In zijn vakgroep, Apparatenbouw voor Procesindustrie (API), heb
ik vorig jaar mijn afstudeeronderzoek verricht. Ik heb begrepen dat
de studieresultaten doorslaggevend waren. Ook denk ik dat heeft meegespeeld
dat ik buiten de studie actief ben geweest, onder andere als secretaris
van het Technologisch Gezelschap, de studievereniging van Scheikundige
Technologie in Delft.”
Hoe waren je studieresultaten?
“Ik ben cum laude afgestudeerd, mede dankzij een tien voor mijn literatuurscriptie
over pervaporatie en damppermeatie, scheidingstechnieken waarbij membranen
een rol spelen. Ook heb ik hoge cijfers gehaald voor mijn afstudeeropdracht
waarbij ik membraanonderzoek uitvoerde. Ik koos voor dit onderzoek omdat
dit onderwerp vrij nieuw was binnen de vakgroep; dit geeft veel vrijheid
bij de uitvoering van het onderzoek. Een extra reden om hiervoor te
kiezen was dat het onderzoek direct te maken had met toepassing in de
industrie. Zo zouden bedrijven energie kunnen besparen door in scheidingsprocessen
destillatie te combineren met membraanscheiding.”
Op de TU Delft heb je een membraan onderzocht van ECN. Hoe zit dat?
“Mijn afstudeeropdracht maakte deel uit van het onderzoek van
promovendus Frans de Bruijn van de TU Delft. Dit onderzoek gebeurt in
het kader van een Economie,
Ecologie & Technologie(EET)-project, waarbij de TU Delft, ECN en enkele
industriële partners zijn betrokken. De nieuwe generatie silica membranen
die bij dit onderzoek gebruikt wordt is ontwikkeld door ECN. Daarom
heb ik ook enkele dagen in Petten experimenten uitgevoerd om morfologieparameters
van dit soort membranen vast te stellen. Verdere experimenten heb ik
uitgevoerd in Delft.”
Hoe heb je de testen aangepakt?
“Om de membranen te karakteriseren is als voorbeeldproces gekozen voor
de scheiding van methanol en MTBE, een octaanverbeteraar in benzine
die onder andere uit methanol wordt gemaakt. Deze stoffen vormen samen
een azeotropisch
mengsel dat niet volledig te scheiden is met destillatie, membraanscheiding
kan dan uitkomst bieden. De keramische silica membranen van ECN bestaan
uit vijf verschillende lagen, waarvan vier dragerlagen en één selectieve
laag, bedoeld voor scheiding van alcoholen uit organische stromen. Uit
de experimenten bleek dat het keramische membraan met de amorfe silica
toplaag zeer selectief was voor methanol ten opzichte van MBTE.”
Wat betekent dit onderzoeksresultaat?
“Dit betekent dat het een uitstekend membraan is voor dit type scheiding.
Wel bleek dat slechts twee van de acht membranen deze selectiviteit
vertonen. Dit geeft aan dat de reproduceerbare productie nog verbeterd
moet worden voordat kan worden overgegaan tot industriële toepassing.
Voor bedrijven die MBTE op industriële schaal
produceren houdt in dat ze, door de destillatieve scheiding met
deze membranen te combineren, een efficiënter scheidingsproces met grotere
capaciteit kunnen verkrijgen. Deze efficiencyverbetering behelst niet
alleen een kostenbesparing door een sterk verminderd energiegebruik
in het scheidingsproces , maar betekent ook een besparing voor het
milieu omdat hierdoor de uitstoot van schadelijke stoffen flink afneemt.”
Fleur Oskamp werkt momenteel als procestechnoloog bij DSM Anti-infectives
in Delft.
Een beschrijving van haar afstudeeronderzoek zal binnenkort worden
gepubliceerd in het Chemisch2Weekblad.
Meer informatie:
Over de ontwikkeling van keramische membranen staat meer te lezen op
de website van ECN.
Kijk hiervoor op http://www.ecn.nl/eei/research/separation/index.nl.html
De beschrijving van het EET-project ‘(M)ethanol-afscheiding uit organische
processtromen in de chemische industrie’ staat op http://www.eet.nl/projecten/index.htm
Het promotieonderzoek van Frans de Bruijn staat beschreven op
http://www.api.tudelft.nl/users/debruijn/debruijn.htm
Contact:
ECN Energie Efficiency in de Industrie (EEI)
Paul Pex
0224 – 56 4640
pex@ecn.nl
|