[To ECN Homepage]  Windturbines dichter bij bebouwde kom

  [Homepage ECN-Nieuwsbrief] --> [Artikel ECN-Nieuwsbrief]  

Titel : Windturbines dichter bij bebouwde kom
Publicatie datum: : 28 november 2003
Trefwoorden: : risicoanalyse, windturbines, plaatsing, veiligheid, gemeente, NS, RWS
Zie ook: : http://www.ecn.nl/wind/products/risk_analysis.html

Windturbines komen de laatste jaren steeds vaker dichtbij de bebouwde kom te staan, waardoor veiligheid een grotere rol speelt bij de plaatsing. Dit concludeert ECN na het uitvoeren van 25 risicoanalyses.

Wetenschappers van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) hebben onlangs de 25e risicoanalyse voor windturbines uitgevoerd. Ze blikken terug op de historische ontwikkelingen en denken na over de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van risico’s en het verantwoord plaatsen van windturbines.

Historie
Tot het begin van de jaren negentig werden de meeste windturbines geplaatst in afgelegen windrijke gebieden, vaak dichtbij boerderijen. Men keek nagenoeg niet naar het risico voor de omgeving omdat zich weinig personen of kwetsbare objecten in de nabijheid van turbines bevonden. Momenteel is het overheidsbeleid erop gericht om windturbines meer en meer bij industriegebieden en infrastructurele werken, zoals wegen en spoorwegen, te plaatsen. Bij het ontwikkelen van beleidsplannen door gemeenten en het aanwijzen van geschikte locaties voor windturbines wordt vooral rekening gehouden met inpassing in het landschap, geluid en slagschaduw. Tijdens het behandelen van een aanvraag voor het plaatsen van nieuwe windturbines blijkt vaak in een laat stadium dat het aspect risico en externe veiligheid een punt van aandacht is.


Windturbines bij een fabriek in de buurt van Kopenhagen. Voor soortgelijke situaties in Nederland heeft ECN risicoanalyses uitgevoerd

In het begin van de jaren negentig heeft ECN de eerste drie risicoanalyses uitgevoerd voor windparken die waren gepland in de nabijheid van havens of industriegebieden met gevaarlijke stoffen. De eigenaren van de nabijgelegen activiteiten waren er al lang aan gewend hoe ze op een rationele manier met risico’s moesten omgaan en ze waren zich ervan bewust dat hun eigen veiligheidsbeleid mogelijk beïnvloed kon worden door de plaatsing van windturbines. Voor het merendeel van de projecten werd destijds geen risicoanalyse uitgevoerd.

Later werden Rijkswaterstaat (RWS) en de Nederlandse Spoorwegen (NS) geconfronteerd met vergunningaanvragen voor het plaatsen van windturbines in de nabijheid van hun eigendommen. RWS en de NS voeren zelf ook een actief veiligheidsbeleid en zijn zich bewust van de risicoaspecten. In overleg met ECN hebben RWS en de NS zelf interne veiligheidsrichtlijnen ontwikkeld. De richtlijnen van RWS zijn inmiddels beleid geworden en gepubliceerd door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De laatste jaren blijkt uit het aantal aanvragen voor risicoanalyses dat ook gemeenten zich steeds meer bewust worden dat naast visuele hinder, geluid en slagschaduw ook het veiligheidsaspect beschouwd moet worden. Gemeenten moeten bij het beoordelen van een aanvraag voor plaatsing of bij het opstellen van een plaatsingsbeleid b.v. rekening houden met risico’s voor passanten over wegen, en de ontwikkeling van bedrijventerreinen.


Projectleider Henk Braam van ECN Windenergie (rechts) overhandigt het rapport van de 25ste risicoanalyse aan Ronald Wiecherink van Wind Energie Nederland BV

Beleid
Tot op heden is er alleen door RWS een wettelijk beleid ontwikkeld specifiek voor het plaatsen van windturbines. Voor overige situaties ontbreekt het nog aan een wettelijk kader voor het beoordelen van risico’s van windturbines. Een poging om toch op een rationele manier met risico’s van windturbines om te kunnen gaan heeft ertoe geleid dat ECN in opdracht van Novem in 2002 het ‘Handboek Risicozonering Windturbines’ heeft gepubliceerd. Hierin wordt een methodiek beschreven om de risico’s te kwantificeren en te beoordelen.

In de praktijk blijkt dat met name de plaatsing van windturbines nabij installaties met gevaarlijke stoffen leidt tot onduidelijkheden. Falen van een turbine kan namelijk leiden tot het falen van de installatie waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen; het zogenaamde domino-effect. Eigenaren van deze installaties tekenen vaak bezwaar aan tegen het plaatsen van windturbines omdat ze hun eigen vergunning, waarin hun eigen extern veiligheidsbeleid is geregeld, willen borgen. Het handboek geeft wel enkele manieren om de risico’s te berekenen, maar er is geen toetsing mogelijk omdat wettelijk kader ontbreekt.

Mede door de publicatie van het handboek en het uitvoeren van risicoanalyses, wordt op een verantwoorde manier met plaatsing van windturbines omgegaan. Bovendien blijkt in de praktijk dat het rationeel omgaan met risico’s leidt tot een kortere doorlooptijd van de vergunningaanvraag. Ondanks de verbeterende situatie zijn er toch nog enkele aanbevelingen voor de toekomst.

ECN adviseert het ministerie van VROM dringend om een wettelijk kader te scheppen voor het omgaan met risico’s ten gevolge van plaatsing van windturbines nabij installaties met gevaarlijke stoffen. Tot nu toe wil VROM geen specifiek beleid ontwikkelen voor windturbines omdat het domino-effect voor alle installaties goed geregeld moet worden. Toch blijkt de praktijk te vragen om een specifiek windturbinebeleid. Verder moeten ook gemeenten zich bewust worden van het veiligheidsaspect van windturbines bij het ontwikkelen van hun beleidsplannen om te voorkomen dat in een heel laat stadium van de vergunningprocedure alsnog bezwaar gemaakt gaat worden.

Henk Braam en Luc Rademakers van ECN Windenergie

Meer informatie:
Over het ‘Handboek Risicozonering Windturbines’ staat meer te lezen op http://www.ecn.nl/nwsbrf/article/0116.html

Contact:
ECN Windenergie
Henk Braam
0224 – 56 4657
braam@ecn.nl


Update: 28 november 2003