[To ECN Homepage]  Vergoeding windenergie onderzocht

  [Homepage ECN-Nieuwsbrief] --> [Artikel ECN-Nieuwsbrief]  

Titel : Vergoeding windenergie onderzocht
Publicatie datum: : 3 juli 2003
Trefwoorden: : MEP, subsidie, windenergie, milieu, elektriciteit, productie, EZ, vollasturen
Zie ook: : http://www.ecn.nl/library/reports/2003/c03050.html

In het kader van het MEP-wetsvoorstel heeft ECN de mogelijk ongewenste effecten van de huidige vergoedingswijze voor windenergie op land onderzocht.

Het wetsvoorstel voor de Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP) is een subsidieregeling waarmee de opwekking van elektriciteit uit duurzame energiebronnen als zon, wind, biomassa en warmtekracht in Nederland wordt gestimuleerd. Het wetsvoorstel werd op 3 juni 2003 door de Eerste Kamer aanvaard en is op 1 juli 2003 in werking getreden. Door deze regeling kunnen bedrijven, die investeren in nieuwe installaties voor de opwekking van duurzame elektriciteit, vòòr de bouw al zekerheid krijgen over de subsidie voor een periode van maximaal tien jaar.

Voor windenergie op land bedraagt de subsidie 4,9 eurocent per kilowattuur, ongeacht de locatie. Aan de kust waait het echter gemiddeld harder dan in het binnenland, waardoor de windturbines aan de kust een groter beroep zouden doen op de MEP-vergoeding. Om overstimulering van windrijke locaties te voorkomen, is in het wetsvoorstel opgenomen dat voor windenergie slechts subsidie wordt verstrekt tot maximaal 18.000 vollasturen. Dit is een maat voor de energieproductie van een turbine in kilowatturen gedeeld door het nominaal (elektrisch) vermogen in kilowatt. De begrenzing bevat echter een prikkel om het nominaal vermogen zo hoog mogelijk op te voeren. Bij een lagere verhouding tussen productie en nomimaal vermogen duurt het immers langer voordat het maximum van 18.000 vollasturen wordt bereikt. Hierdoor kan de producent langer en in totaal meer MEP-vergoeding ontvangen.

Prikkel
In opdracht van EZ hebben onderzoekers van ECN onderzoek verricht naar de risico’s van de oneigenlijke aanspraak op MEP-gelden. Deze studie bevestigt het vermoeden, dat de vollasturensystematiek een financiële prikkel geeft om hogere vermogens te plaatsen in verhouding tot het windregime op de locatie. Hierdoor kunnen extra MEP-uitgaven ontstaan die ongewenst zijn. Deze prikkel wordt mogelijk weer afgezwakt doordat de efficiëntie van het gebruik van het elektriciteitsnet achteruit gaat en de onbalanskosten naar verwachting toenemen. De omvang van de risico's laat zich echter moeilijk inschatten, zeggen de onderzoekers. Ze bevelen aan om de situatie voorlopig goed te blijven volgen, om meer zekerheid te krijgen over het optreden van eventuele ongewenste effecten.


Gemiddelde windsnelheden boven Nederland op 10 meter hoogte (Bron: KNMI)

Alternatieven
In de studie van ECN is tevens gekeken naar mogelijk alternatieve stimuleringsregelingen, zowel bestaande regelingen in omringende landen, als een mogelijk nieuw te ontwikkelen regeling. In het bijbehorende rapport concluderen ze dat de stimuleringssystemen, zoals die in het buitenland worden toegepast, ten opzichte van de vollasturensystematiek geen aangrijpingspunten vormen voor een verbetering van de regeling wat betreft (kosten)effectiviteit. Verder geeft het rapport een verkenning voor een vergoedingssysteem, gebaseerd op de specifieke energieopbrengst van een turbine. Een dergelijk systeem moet in beginsel een prikkel geven tot het maximaliseren van de turbineopbrengst. De voor- en nadelen ten opzichte van de huidige vollasturensystematiek laten zich in dit stadium echter voorlopig moeilijk inschatten, zo benadrukken de onderzoekers van ECN.

Meer informatie:
ECN-rapport ‘MEP-vergoeding voor windenergie op land. Onderzoek naar de robuustheid van de vollasturensystematiek en mogelijkheden voor alternatieve differentiatie in de vergoeding voor windenergie op land’ door Emiel van Sambeek en Hage de Vries van ECN Beleidsstudies en Henk-Jan Kooijman van ECN Windenergie.
Het rapport is digitaal beschikbaar via http://www.ecn.nl/library/reports/2003/c03050.html

Contact:
Emiel van Sambeek
ECN Beleidsstudies
0224 – 56 4227
vansambeek@ecn.nl


Update: 3 juli 2003