Ribbe verbetert rendement windturbine
|
| Titel | : | Ribbe verbetert rendement windturbine |
|---|---|---|
| Publicatie datum: | : | 5 juni 2003 |
| Trefwoorden: | : | windenergie, aërodynamisch, windturbine, bladwortel, rendement, ribbe |
| Zie ook: | : |
|
ECN denkt met een eenvoudige ingreep de opbrengst van windturbines met ongeveer 1,5 % te kunnen verhogen. In samenwerking met NEG Micon zal dit najaar zal gepoogd worden de meeropbrengst aan te tonen. |
|
Wetenschappers van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) willen
een blad van een windturbine voorzien van een uitstekende rand (een
‘ribbe’), waardoor het rendement van de turbine toeneemt. Een dergelijke
rand, met een dikte van slechts drie tot vijf procent van de cilinderdiameter,
verandert de stroming rondom het turbineblad drastisch. De cilinder
met ribbe heeft globaal dezelfde weerstand, maar door de ribbe ontstaat
er een liftkracht die even groot is als die van gladde aërodynamische
profielen. De opbrengst van de turbine neemt hierdoor met ongeveer anderhalf
procent toe. In geld uitgedrukt levert dit voor een turbine met een
vermogen van twee megawatt in tien jaar tijd een meeropbrengst van €
55.000.
De buitenzijde van een windturbineblad is het meest aërodynamische deel dat het grootste deel van het rotoroppervlak doorloopt. De binnenzijde, de zogeheten bladwortel, is het deel waarmee het blad aan de naaf van de turbine is bevestigd. Het blad is hier cilindervormig. De cilindervorm wordt gekozen omdat het blad draaibaar aan de naaf verbonden wordt en omdat een cilinder constructief gezien erg sterk is. Een cilinder geeft in stromende lucht alleen weerstand en geen lift, en de cilindrische bladwortel draagt derhalve niet bij aan de turbineopbrengst. Sommige bladproducenten zeggen wel eens chargerend dat het binnendeel alleen dient om het buitendeel vast te houden. Het idee van de ribbe doorbreekt deze gedachte.
Gustave Corten van ECN toont de ribbe op een schaalmodel van een windturbine
Lastig meten
De Deense windturbinefabrikant NEG Micon bleek geïnteresseerd in de gepatenteerde vinding en was bereid om een experiment te financieren. In eerste instantie werd overwogen om het experimentele ‘bewijs’ te leveren door in een rij van bijvoorbeeld tien turbines op alle oneven turbines de ribbes aan te brengen en vervolgens de opbrengst te vergelijken met de even turbines. Enige statistische analyse heeft echter aangetoond dat zelfs met deze metingen niet de benodigde nauwkeurigheid behaald kon worden.
In- en uitklapbaar
Dit principe zou alleen nog fout gaan indien de windsnelheid precies in fase met het periodiek in- en uitklappen van de strip zou veranderen. Voor enkele wisselingen achtereen is dat denkbaar, maar het is volstrekt niet reëel dat dat gedurende 2500 wisselingen zou gebeuren. Corten: “Daarom hebben we vertrouwen in het slagen van de meting.” De meting zal worden uitgevoerd op de 2,75 MW-turbine van NEG Micon op het testpark van ECN in de Wieringermeer. De resultaten worden verwacht rond december 2003.
Toelichting:
Contact:
|